“1 op de 7 á 8 leerlingen onder de 18 jaar komt in aanraking met jeugdzorg. Rond eind groep 8 en de brugklas is deze piek het grootst. Dan is het zelfs 1 op de 4 leerlingen, zo blijkt uit onderzoek van het CBS. Kijk maar eens rond in een klas en dan besef je al snel hoe erg het is. Logisch dat scholen hiermee worstelen”, begint Maarten van Ooijen. Toen hij vroeger die leeftijd had, zag de (online) wereld er nog wel iets anders uit. Het fenomeen social media kwam net een beetje opzetten, met in Nederland dank aan Hyves en MSN. “Dat vond ik toen ook al best spannend, want je moest continu laten zien dat je leuk bent en bijvoorbeeld veel vrienden had. Dat is voor sommige leerlingen al moeilijk zat op school, laat staan als je het dan thuis nog even dunnetjes over moet doen. Het zorgt voor een onwenselijke rangorde.”
Vandaag de dag is social media groter dan ooit. Jongeren zijn veelal actief op apps als TikTok, Instagram en Snapchat. Ze worden – of ze het nu willen of niet – onbedoeld meegetrokken in een ratrace van perfectionisme en ‘meetellen’. Of ze vallen juist buiten de boot en ervaren daar ook de negatieve gevolgen van op social media. “Juist tijdens je jaren op de middelbare school ben je nog zoekende. Je vormt je identiteit, je geloof, bepaalt welke relaties voor jou belangrijk zijn en welke vervolgstudie je wil gaan doen. Dit zijn allesbepalende jaren. Nu met de hoeveelheid aan social media, moet je jezelf eigenlijk op meerdere manieren uitvinden. Dan neemt de druk op jongeren alleen maar toe”, geeft van Ooijen aan.
Wat is er nodig?
Dankzij het mobieltjesverbod verandert er nu al het een en ander in onze scholen, zo ook bij leden van Verus. Net zoals het verhaal van Melanchthon Kralingen in Rotterdam, zijn er veel scholen die werken met telefoons in de telefoonzak of zelfs helemaal in de kluis. Maar er is meer nodig, zo pleit Van Ooijen. “Ik hoop dat er maatschappelijke normen ontstaan over social mediagebruik. Net zoals we eigenlijk een norm hanteren dat je je huiswerk na schooltijd doet. Gebeurt dit niet, dan kun je een standje krijgen. Elke ouder kan zich hierin vinden. Zo wil je ook naar het omgaan met social media kijken”, zegt hij.
Daarbij is een collectief gedachtegoed nodig waar iedere ouder en zelfs het onderwijs zich voor inzet, aldus Van Ooijen. Dit kan bijvoorbeeld zijn: tot de middelbare school geen smartphone of in de avonduren geen schermtijd meer. “Dit geeft een gezamenlijk houvast, waar je op kunt teruggrijpen én wat wij als normaal zien. Door de opkomst van social media, is het nog een moeras waar we onze weg doorheen moeten vinden.” Dat is ook generatieverschil, stipt Van Ooijen aan. Zo gaf Mark Rutte recentelijk in zijn documentaire nog aan nooit iets op social media te lezen, terwijl de hele jonge kinderen die nu opgroeien straks veel scherpzinniger zijn als het gaat om social mediagebruik. “De grootste problematiek ligt bij de pubers. Zij vallen eigenlijk tussen wal en schip doordat ze de overgangsperiode van veelal offline naar social media niet hebben meegemaakt, maar ook zonder handvatten werden meegezogen in de hype. En dat terwijl de ‘gossipaccounts, schadelijke content rondom zelfbeschadiging of zelfs zelfmoord en de gevolgen van sexting alleen maar groeien.”
Om deze gevolgen te tackelen én samen de schouders eronder te zetten, is dus collectiviteit nodig. “Er moet een combinatie zijn met wat er thuis gebeurt versus op school. Als we met elkaar als puzzelstukjes inschikken, en wat minder aan onze individualiteit denken en het grotere goed in oog houden, krijgen we veranderingen voor elkaar. Je hoeft soms niet met alles 100% eens te zijn: al is het voor 70 of 80%. Zolang we maar met elkaar blijven zoeken naar collectieve normen en waarden over hoe we met onze kinderen willen omgaan. Scholen kunnen ook bijdrage aan deze collectieve normen, door bijvoorbeeld het gesprek hierover te faciliteren”, meent Van Ooijen.
Stop met risico’s wegnemen
Volgens Verus is de school een bouwplaats, waar kinderen en jongeren zich mogen ontwikkelen tot de bouwers van de samenleving van de toekomst. Daar horen ook de risico’s van het onderwijs bij, zoals fouten maken of tegenslagen verwerken. Toch meent Van Ooijen dat sommige ouders nogal huiverig zijn hierin en dit kan ook een reden zijn dat het mentaal welzijn van onze jongeren onder druk staat. “Ze halen het liefste al het risico in de jonge jaren van hun kinderen weg, zodat er weinig weerstand is. En dan verwachten ze dat hun kind wel even makkelijk de havo haalt. Maar hoe geef je een kind nu een stevige rugzak mee als het zich geen houding kan geven in lastige situaties?”
Als voorbeeld noemt hij de speeltuin, zoals ook beschreven in het boek van Jonathan Haidt. Vroeger, zo’n jaar of 30 geleden, zag dit er nog heel anders uit dan nu. “Als je ouders van nu hierover zou bevragen, zeggen ze waarschijnlijk: hoe kun je ooit je kinderen daarin laten spelen? Er mag geen kans op vallen zijn, of er moet altijd een zachte landing zijn. Eigenlijk moet je al het potentiële gevaar vermijden. Maar willen we wel zo’n risicoloze samenleving creëren, waar kinderen weinig weerstand krijgen en worden weggehouden van allerlei waardevolle lessen? En als er iets mis is, zetten we onze kinderen gelijk op weerbaarheidstrainingen en denken dat daarmee de kous af is. Je ziet als gevolg dan dat de uitdagingen van het leven als een orkaan op jongeren afkomt, met alle mentale gevolgen van dien.”
Praat mee
Op 27 september aanstaande gaan we, op initiatief van het Expertisecentrum Onderwijs & Identiteit en Verus, het gesprek aan over het welbekende boek van Jonathan Haidt The Anxious Generation. Van Ooijen geeft naar aanleiding hiervan een reflectie op het welzijn van onze jongeren en neemt ons mee in wat er aan de hand is met opgroeiende jongeren. Na zijn lezing, kijken we met elkaar naar wat dit voor ons onderwijs betekent. Welke rol kan het onderwijs pakken? En hoe begeleiden we jongeren: door ze weerbaarder te maken of juist te beschermen? Ben jij erbij op de Theologische Universiteit Utrecht?
Samen leven
Deze pagina is onderdeel van ons domein Samen leven. Verus wil bijdragen aan een vrije, inclusieve en pluriforme samenleving. Nu en in de toekomst. Dit doen we door invulling te geven aan de vrijheid van onderwijs met geïnspireerd goed onderwijs en met oog voor maatschappelijke problemen en kansen.