Publicatie-
datum:

30 oktober 2025

Publicatiedatum: 30 oktober 2025
Onderwijs en samenleving Samen leven

Schooldirecteur José Berndt en leerkracht Merel Vriens voelen zich soms in een spagaat: ze kijken graag naar de ontwikkeling van het kind ten opzichte van zichzelf, maar de samenleving vraagt vaak om andere dingen. Zo willen ouders ook praten over de doorstroom naar het vo en het bestuur vraagt om meetbare opbrengsten. Hoe kun je rechtdoen aan ieder kind, iedere ouder én aan de vraag vanuit de samenleving?

De Lanteerne heeft 660 leerlingen en acht units. Twee units bieden sinds 2012 tweetalig onderwijs, waarbij de leerlingen zo’n veertig procent van de tijd in het Engels les krijgen. ‘In de ontwikkeling van dit tweetalig onderwijs hebben we ook de manier van rapportage en gesprekken met ouders meegenomen’, vertelt Berndt. ‘We wilden graag mét de kinderen spreken in plaats van over. Vaak is een gesprek dan veel krachtiger, doordat het kind er zelf bij is en dus zelf eigenaar is. Daarom zijn we gaan pionieren.’

Geen afvinklijstjes

Merel Vriens, een van de kartrekkers van de ontwikkelgesprekken, heeft een vruchtbare zoektocht doorgemaakt naar wat wel én niet werkte. Daardoor kon het team de gesprekken steeds een beetje aanscherpen, totdat het een format had waar iedereen tevreden over was. ‘We zijn eerst met grote klappers als instrument gaan werken. Hierin stonden alle leerdoelen in opbouw, met per leerdoel op welk moment in de tijd een kind dit heeft bereikt. Als je dit als leerkracht dertig keer moet doen, is dat veel te tijdrovend’, legt Vriens uit.

Daarna ging het team testen met het doelenboek van de Nederlandse Jenaplan Vereniging. Hierbij ligt het eigenaarschap wel meer bij het kind, maar is de valkuil dat het te veel afvinken blijft of een doel wel of niet behaald is. Vervolgens kwam het team uit bij portfolio’s en ontwikkelgesprekken, waarbij een kind met de bewijzen van leerdoelen in het portfolio, wordt vergeleken met zichzelf en dus persoonlijke groei centraal staat.

Voorbij de prestatiecultus

Aan het ontwikkelgesprek is inmiddels, na feedback van ouders, ook het onderdeel ‘portret’ toegevoegd. ‘Ouders vertelden ons terecht dat ze in de ontwikkelgesprekken ook nog graag input van de leerkracht willen krijgen, om zo de ontwikkeling vanuit diverse perspectieven te bekijken’, vertelt Vriens. In het portret beschrijven leerkrachten de eigenschappen en groei van het kind in allerlei vakgebieden, gerelateerd aan de jenaplanbasisactiviteiten (werk, spel, gesprek en vieren). Bijvoorbeeld basisvaardigheden als taal en rekenen, maar ook de sociaal-emotionele ontwikkeling, wereldoriëntatie, kunstzinnige vorming en beweging.

‘De laatstgenoemde zaken zijn niet allemaal meetbaar, maar juist wel heel belangrijk om weg te blijven van een prestatiecultus.’ Ouders krijgen het portret voorafgaand aan het gesprek via het digitaal portfolio van het kind toegestuurd, zodat ze dit thuis alvast kunnen doornemen. ‘Hiermee kunnen we in het ontwikkelgesprek een verdiepingsslag maken’, vertelt Vriens. ‘In het gesprek laten we de groeicurves van Leerling in Beeld ook zien aan ouders. Op die manier leggen we kwalitatieve en kwantitatieve gegevens naast elkaar.’

Leerkrachten stonden vanaf het begin achter dit idee en zijn ook betrokken bij de ontwikkeling van deze gesprekken tussen school, ouders en leerling. Tijdens visievergaderingen haalde de school feedback en input vanuit de organisatie op. ‘Natuurlijk merkten we wel dat het spannend was voor leerkrachten en leerlingen’, vertelt Berndt. ‘Vooral rondom het concretiseren. Want welke vragen stel je eigenlijk als leerkracht? En wat zijn goede vragen? Open vragen zijn het beste, maar hiervan klappen sommige kinderen ook weer dicht. Dan kun je bijvoorbeeld een vraag stellen als: Denk jij dat je het samenwerken met anderen makkelijker vindt of is het nog lastig voor je? Dan leg je ze een keuze voor. Of: Wat vind je leuk op school? Wat doe je graag thuis? Met wie speel je? Probeer erachter te komen wat er in het hoofd van het kind omgaat. Dan kom je vanzelf tot de kern van hun ontwikkeling."

Spanning

Aan het begin van het schooljaar is er een eerste ontwikkelgesprek, waarbij het vooral gaat over welbevinden en betrokkenheid. De volgende ontwikkelgesprekken worden vaak gekoppeld aan toetsmomenten. Een aantal kinderen pakt van nature de regie om deze gesprekken over hun doelen en ontwikkeling te voeren. Voor anderen is het wat spannender. ‘Zeggen dat je het ergens niet mee eens bent, is eng. Maar de juf kan ook zeggen: daar heb je een goed punt. Ik neem dit mee in je portfolio. Leerlingen serieus nemen in gesprekken over hun ontwikkeling, is wat mij betreft goed leraarschap’, benadrukt Berndt.

Overigens worden niet alle gesprekken uitsluitend tussen leerkracht, ouders en leerling gevoerd. ‘Het kan ook voorkomen dat een leerkracht of ouder even apart een gesprek wil voeren. Het uitgangspunt blijft natuurlijk wel mét de kinderen, maar soms vraagt een situatie ook om een andere aanpak’, legt Vriens uit.

Implementatie elders

De hele school houdt nu ontwikkelgesprekken met de kinderen. De andere units hebben (nog) niet het digitale portfolio overgenomen. Wel hebben enkele collega’s meegekeken met hoe het portfolio werkt. ‘Dit werd wisselend ontvangen’, geeft Berndt toe. ‘Het vraagt ook veel van leerkrachten. Wel zijn er vormen gevonden om kinderen meer te laten reflecteren op zichzelf en hun ontwikkeling: Wie ben je? Wat kun je? Wat zijn jouw kwaliteiten? Het is een eerste stap.’

Als Jenaplanschool is er wellicht meer ruimte voor een verandering in beoordeling van kinderen. Toch meent Berndt dat ook reguliere scholen een grote stap kunnen zetten. ‘Het begint met hoe je als school naar groei of prestaties kijkt. Denk je vanuit problemen of oplossingen? Het zit ‘m echt in je mensbeeld. Het maakt daarbij niet uit of je met een jaarklassensysteem of units werkt. Natuurlijk kan ons concept bijdragen om ruimte te geven aan autonomie en zelfsturing van de kinderen. Maar iedere school en leerkracht kan ook zelf de ruimte nemen om kinderen een plan te laten maken, uit te laten voeren en dat samen te bespreken.’

Toekomstplannen

Waar wil De Lanteerne over vijf jaar staan? ‘De allergrootste missie voor mij is een school zijn waar je leert samenleven. Waar we leerlingen serieus nemen en waar bijvoorbeeld leerlingen ook zo’n portret over hun juf of meester mogen maken. Dat daar de veiligheid en het vertrouwen voor is, is zo ontzettend sterk. Dan heb je écht een mooie school. Het is een leven lang leren’, vertelt Berndt.

Vriens vult aan: ‘Ik hoop dat we nog meer in continuïteit met kinderen bezig zijn rondom hun ontwikkeling. Dus niet alleen met elkaar in gesprek rondom de gespreksdata, maar juist het hele jaar door. Daarmee kom je veel meer los van die prestatiedruk, want nu hangen we het vooral nog op aan de toetsmomenten.’ Dat zijn, vinden beiden, mooie vooruitzichten om naartoe te werken.

Dit is interview is één van de praktijkverhalen uit het boek Onderwijs voorbij de meritocratie.

Samen leven

Deze pagina is onderdeel van ons domein Samen leven. Verus wil bijdragen aan een vrije, inclusieve en pluriforme samenleving. Nu en in de toekomst. Dit doen we door invulling te geven aan de vrijheid van onderwijs met geïnspireerd goed onderwijs en met oog voor maatschappelijke problemen en kansen.

Verus

Gerelateerde berichten