Publicatie-
datum:

8 januari 2026

Publicatiedatum: 8 januari 2026
Onderwijs en samenleving Samen leven

Te midden van alle druk die de samenleving op hen legt, probeert het Vakcollege Helmond rust te brengen in het leven van leerlingen. Hoog tijd om een kijkje te nemen op de school.

Het Leerlingenloket oogt net zo licht en fris als de rest van het gebouw van het Vakcollege Helmond. Enkele leerlingen zitten rond een tafel, terwijl een begeleider vriendelijk toekijkt. Dit lokaal ziet er niet uit als een plaats waar leerlingen zich moeten melden als ze de klas zijn uitgestuurd. Het is dan ook bedoeld als een plek waar deze leerlingen even tot rust kunnen komen en hun verhaal kunnen doen. "We gaan altijd het gesprek aan’, legt Roy Bahlmann uit. ‘Met de leerling én de docent. Als leerlingen zich misdragen, willen we altijd weten hoe dat komt."

Onder andere als mentor ontfermt Bahlmann zich in het bijzonder over leerlingen die niet altijd gemakkelijk aan het leren te krijgen zijn. "Ons uitgangspunt is: alle leerlingen willen leren, de vraag is alleen op welke manier. We zien hier steeds meer jongeren die iets anders nodig hebben dan het reguliere systeem. Dan is de vraag: hoe kunnen we ervoor zorgen dat zij op hun manier groei laten zien en tegelijkertijd naar de maatstaven van de overheid voldoende gekwalificeerd de school verlaten?"

Rust

Dat is een spanningsveld, verzucht directeur Rob Aarts. "De overheid stelt zo veel eisen aan scholen. Dat voelen de docenten natuurlijk ook, en zij leggen die druk vervolgens op de leerlingen." Het stoort hem in toenemende mate dat jongeren daardoor niet alleen cognitief, maar ook sociaal en mentaal prestatiedruk ervaren. "Neem een thema als burgerschapsvorming. Ook op dat gebied moeten leerlingen aan bepaalde eisen voldoen. Ik ben heel kritisch op de behoefte om alles maar te willen afvinken."

Aarts biedt ook tegenwicht aan de druk die zijn docenten ervaren om leerlingen die om welke reden dan ook moeilijk tot leren komen of probleemgedrag vertonen, zo snel mogelijk ‘in het gareel’ te krijgen. "Die druk zorgt er soms voor dat docenten er bovenop zitten. Laatst had ik een leerling die daar helemaal gek van werd. Ik heb toen gezegd: “Laat haar los, en dan zien we wel wat er gebeurt.” Toen ik haar een tijdje geleden tegenkwam, zei ze trots: “Ik ben al drie maanden niet bij het Leerlingenloket geweest."

Die rust probeert Aarts ook uit te stralen als hij zelf voor de klas staat. "Onlangs lag een leerling in mijn klas te slapen. Ik heb haar laten slapen en pas toen ze na een half uur wakker werd, gevraagd hoe het kwam dat ze zo moe was. Zo blijf je in verbinding." Bahlmann beaamt het belang van rust. Doordat ze ervaren dat docenten naar hen luisteren en hen vertrouwen geven, is de school ‘voor veel jongeren de meest stabiele plek in hun leven’.

Grenzen

Dat betekent niet dat de school geen duidelijke grenzen stelt aan het gedrag van de bijna zeshonderd leerlingen. "Na wangedrag zijn leerlingen niet welkom in de klas, totdat er een gesprek is geweest met de ouders erbij", zegt Aarts stellig. "We stellen grenzen en zoeken tegelijkertijd altijd het gesprek en de verbinding." Die houding ziet de directeur niet altijd terug bij andere instellingen die met zijn leerlingen te maken krijgen. "Het gebeurt natuurlijk weleens dat onze leerlingen zich misdragen tijdens een excursie. Dan belt zo’n museum mij soms op met de mededeling dat we niet meer welkom zijn. Maar dan leren onze leerlingen het nooit. Het stoort me dat onze samenleving zo gericht is op beheersing en het mijden van risico’s."

Geloof in de leerlingen

Kenmerkend voor de manier waarop het Vakcollege Helmond school wil zijn, is "geloof in onze leerlingen, ook al behalen die niet altijd de resultaten die de samenleving belangrijk vindt", zegt Aarts. Dat geloof betekent voor Bahlmann dat de school de oorzaak van tegenvallende prestaties of zelfs dreigende uitval nooit zomaar bij de leerling zoekt. "Als een leerling dreigt uit te vallen, hebben wij kennelijk nog niet begrepen wat hij of zij nodig heeft om tot leren te komen." De school ziet het als haar opdracht om bij elke leerling de sleutel tot zin in leren en leven te vinden.

Dat betekent niet dat de school geen waarde hecht aan prestaties. "Je moet altijd ambitieus zijn", benadrukt Aarts. "Maar de vraag is welke route je neemt om die ambities te realiseren. Wij willen leerlingen kansrijk maken. Dat is niet hetzelfde als een zo hoog mogelijk onderwijsniveau bereiken. Het gaat ons erom dat leerlingen op de plek terechtkomen waar ze op hun eigen manier succesvol kunnen zijn."

De kunst is volgens Aarts om in te spelen op individuele onderwijsbehoeften zonder te vervallen in een verzameling van individuele arrangementen. "Daar zit bij ons geen systeem achter. Voor ons is de vraag leidend: wie zit er tegenover ons en wat heeft die nodig?" In een van zijn eerste klassen zat een jongen die gefascineerd was door de Romeinen en daar alles van wist. Hij wilde heel graag Latijn leren en was daar zelf al, zonder veel succes, mee begonnen met YouTubefilmpjes. Omdat Aarts hem daarmee niet verder kon helpen, nam hij de leerling mee naar het naburige Carolus Borromeus College, waar een leerling uit de vierde klas de jongen nu Latijn leert. "Dit is voor beide leerlingen zo belangrijk voor hun kwalificatie, socialisatie én persoonsvorming."

Waardering

Het Vakcollege Helmond wil, in de woorden van Aarts, "recht doen aan de mogelijkheden van alle leerlingen om zich op hun eigen manier te ontwikkelen", ook als ze cognitief minder in hun mars hebben. De directeur merkt dagelijks dat die insteek op gespannen voet staat met de eis van de overheid dat de school leerlingen moet ‘afleveren’ met bijvoorbeeld minimaal taalniveau 2F en aantoonbare kwalificaties op het gebied van burgerschap.

Het is een spanningsveld – daar is het woord weer – waarin hij het uit te houden heeft zonder de visie van de school op de bedoeling van onderwijs te verloochenen. Daarbij roeit hij ook nog eens op tegen het gebrek aan maatschappelijke waardering voor zijn leerlingen. "Wij zijn een school voor vmbo-basis en -kader. In onze samenleving vinden we dat een te laag niveau. Dat gebrek aan waardering voelen onze leerlingen, en dat is killing. Op weg naar school kom ik elke dag een man in een oranje hesje tegen die afval aan het rapen is. Die man verdient net zo veel respect en waardering als een schooldirecteur. En in de coronatijd heb ik eens te meer gemerkt dat ik deze school niet draaiende kan houden zonder conciërges en receptionisten."

En dan gaat de druk op de school om een goed rendement te laten zien ook nog eens voorbij aan het feit dat vaak pas later duidelijk wordt wat de school bij een leerling heeft teweeggebracht. "Laatst kwam ik in een opgebroken straat een oud-leerling tegen aan wie wij destijds onze handen vol hadden. Ik vroeg hem of hij stratenmaker was geworden. Hij antwoordde: “Nee, daar heb ik mijn mensen voor.” Bleek hij een eigen bedrijf te hebben opgezet."

Vanuit de weerbarstige praktijk van het vmbo sluit Aarts het gesprek af met een prangende vraag aan maatschappij en politiek: "Hoeveel hebben we er als samenleving voor over om mensen ergens te brengen?"

Dit is interview is één van de praktijkverhalen uit het boek Onderwijs voorbij de meritocratie.

Samen leven

Deze pagina is onderdeel van ons domein Samen leven. Verus wil bijdragen aan een vrije, inclusieve en pluriforme samenleving. Nu en in de toekomst. Dit doen we door invulling te geven aan de vrijheid van onderwijs met geïnspireerd goed onderwijs en met oog voor maatschappelijke problemen en kansen.

Verus

Gerelateerde berichten