Publicatiedatum: 16 november 2022

Kunnen scholen die zich op één of andere manier door het evangelie laten inspireren, op die basis dan wel een tegenwicht bieden tegen de meritocratie? Ik denk het wel, en juist dit verhaal kan daarvoor de inspiratie bieden.

Weinig Bijbelse verhalen zijn in onze cultuur invloedrijker geweest dan de gelijkenis van de talenten. Zeker ook in het onderwijs, met zijn hedendaagse nadruk op talentontwikkeling en ‘eruit halen wat erin zit’. Met dit verhaal in het laatste deel van het evangelie van Matteüs wil Jezus iets vertellen over het koninkrijk van de hemel, ofwel de wereld zoals die er vanuit het perspectief van de hemel uitziet; “Gods nieuwe wereld”, vertaalt de Bijbel in Gewone Taal.

Omgaan met talenten

Het verhaal gaat zo: een heer gaat op reis, en voor zijn vertrek geeft hij zijn bezittingen aan drie dienaren in beheer. De eerste krijgt vijf talenten, de tweede twee en de derde één. Een talent vertegenwoordigde in die tijd een enorme geldwaarde. De eerste twee dienaren gaan handelen met hun talenten en maken beiden 100% winst. De derde is bang, stopt het talent in de grond en geeft het zijn heer bij diens terugkeer terug. De heer beloont de eerste twee dienaren, maar straft de derde ongenadig af. Die belandt in de “uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt”.

Is dat hoe we ons het koninkrijk van de hemel moeten voorstellen, met die huiveringwekkende moraal van het verhaal: “Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs het laatste worden ontnomen”?

Meritocratisch ideaal

Dat is eerder een perfecte beschrijving van de meritocratische samenleving van vandaag, en ongetwijfeld ook die van toen. “Wat je hebt, heb je aan jezelf te danken, wat je niet hebt, heb je aan jezelf te wijten”, zo omschrijft Smalbrugge de moraal van dit verhaal. Maar hoe is die in vredesnaam te rijmen met Jezus’ boodschap van genade, speciaal gericht op wie niet meetelde en niet mee kon komen in de samenleving van die dagen?

Misschien moeten we deze gelijkenis weer leren lezen als een heel realistisch verhaal, dat iets zegt over onze wereld en de manier waarop het koninkrijk daarin kan doorbreken. Voor hedendaagse lezers heeft het iets sprookjesachtigs, met een heer en zijn dienaren en exotische valuta. Maar de eerste hoorders en lezers zullen er hun eigen werkelijkheid onmiddellijk in hebben herkend. Dit soort heren kenden ze: grootgrondbezitters die het beheer van hun landerijen aan zaakwaarnemers overlieten om in de stad hun belangen te behartigen en een luxe leven te leiden. En dienaren zoals deze kenden ze nog veel beter, die hen in opdracht van hun heer afknepen, woekerrentes inden en hen van hun land verdreven als ze hun schulden niet meer konden voldoen.

Het moet van die eerste hoorders en lezers toch een onwaarschijnlijke lenigheid van geest gevraagd hebben om in zo’n heer God of Jezus te zien, zoals wij bijna automatisch geneigd zijn te doen? Maar als we dan deze heer niet vanzelfsprekend met God of Jezus moeten vereenzelvigen, hoe is dit dan een verhaal over het koninkrijk van de hemel?

Moed en volharding

Hier, aan het slot van het evangelie volgens Matteüs, vlak voor het lijdensverhaal begint, spatten de urgentie en de noodzaak van volharding van de bladzijden. In díe dagen, als het koninkrijk van de hemel verder weg lijkt dan ooit, dán is het met dat koninkrijk als met “een man die op reis ging”. Dan hangt het koninkrijk af van de enkeling die volhardt in het visioen, die niet buigt en zich niet aanpast aan hoe het nou eenmaal in de wereld toegaat.

Als we in dit verhaal iemand met Jezus moeten vereenzelvigen, is dat dan niet juist die derde dienaar, die niet meedoet met het woekeren met talenten, met het systeem van ‘wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs het laatste worden ontnomen’, wetend wat daarvan de consequenties zijn: uitgeworpen worden in de uiterste duisternis. Zoals Jezus werd uitgeworpen…

Dan blijft het een verontrustend verhaal, dat ons ook nu vertelt hoeveel moed en volharding het vraagt om je teweer te stellen tegen een onbarmhartig systeem. Me dunkt dat het bij de pedagogische opdracht van katholieke en christelijke scholen hoort om leerlingen daarvoor toe te rusten. En dus allereerst om zelf niet mee te gaan in het meritocratische verhaal.

Gerelateerde berichten