Publicatie-
datum:

23 mei 2024

Publicatiedatum: 23 mei 2024

Het is een erg onpedagogisch akkoord. De meeste regeerakkoorden die ik in de loop van mijn leven gelezen heb, deden een beroep op de burger, op hun ‘betere ik’. De overheid moest moeilijke beslissingen nemen, wilde moed tonen, en stelde zich kwetsbaar op, wetend dat zonder steun en draagvlak niets zou lukken. Zoals oud-minister Jan de Koning placht te zeggen: de taak van de politiek is om burgers één meter verder te laten springen dan ze uit zichzelf zouden doen. Onze samenleving kent veel grote, dringende kwesties die om een oplossing vragen. Dat vraagt niet alleen politieke behendigheid, maar ook om moed, en overtuigend moreel leiderschap.

Het is erg jammer, dat dit akkoord burgers niet ziet als bondgenoot, en vooral heel veel burgers straft, ook jonge burgers. Denk aan de langstudeerboete, de (nog) strengere straffen in het jeugdstrafrecht, of het ontkennen van het probleem van kansenongelijkheid in het onderwijs, door de subsidie voor de brede brugklas te schrappen. Daar staan andere burgers tegenover die uit de wind worden gehouden. Problemen worden vooruitgeschoven, of bij bijvoorbeeld de EU neergelegd. Onpedagogisch: straffen of ontwijken, in plaats van echt door de problemen heen gaan. Wat zou men kunnen bereiken wanneer het ‘betere ik’ van de burger wél was aangesproken?

Geloofwaardigheid vrijheid van onderwijs

De coalitiepartijen zeggen pal te staan voor de vrijheid van onderwijs. Daar ben ik blij mee. Maar hoe geloofwaardig is die uitspraak? Zo moeten lesmethodes ‘politiek neutraal’ zijn, en voorlichting over seksuele relaties moet al even ‘neutraal’ zijn. Zijn deze wensen zélf politiek neutraal? Neutraliteit bestaat niet wanneer het gaat om de inhoud (en zeker deze inhoud) die wordt overgedragen in het onderwijs. Welke impliciete vijand wordt hier bestreden? Ik kijk uit naar de manier waarop deze norm geoperationaliseerd gaat worden, en welke sancties we kunnen verwachten. Het is allemaal wellicht niet meer dan symboolpolitiek. Maar ook dan, het gaat om fundamentele kwesties. Ik vraag me dan ook af of de Inspectie deze nieuwe opdracht zal aanvaarden. Ze zou het niet moeten willen.

De vrijheid van onderwijs is nu juist een grondrecht, omdat we beseffen dat zulke kwesties niet neutraal of objectief te beslechten zíjn. Het is een grondrecht omdat de diepste overtuigingen van mensen, en zelfs de gewetens in het geding zijn. Het veronderstelt dat we het willen uithouden met elkaar, het grote ongelijk van de ander willen verdragen, tolerant willen zijn. De vrijheid van onderwijs (waaronder de vrijheid van inrichting) is er, omdat mens-zijn zelf verbonden is met de mogelijkheid om deze diepste overtuigingen in te brengen in het publieke gesprek, en vorm te geven in het onderwijs. Nog sterker: de vrijheid van onderwijs is er, omdat het definitieve antwoord op de vraag wat goed onderwijs is, niet binnen ons bereik ligt. Denken dat dat wel zo is, eindigt vroeg of laat in autoritair bestuur. Iets daarvan is voelbaar in dit akkoord. Dit kabinet weet wat goed burgerschapsonderwijs is, en waarschuwt de bestuurders alvast. De Inspectie krijgt de opdracht om bestuurders voor te dragen voor ontslag als de burgerschapsopdracht niet wordt uitgevoerd. Nee, dit is niet pluis. Het Constitutioneel Hof zou er korte metten mee maken.

Samenhang

Tot slot: het ontbreekt in dit akkoord aan visie en samenhang. Ik mis een analyse van de problemen met betrekking tot onderwijskwaliteit bijvoorbeeld. Is het een kwestie van regie, te veel of te weinig? Of moeten we de oorzaken ergens anders zoeken? We lezen er niets over. Verus probeert de oorzaken wel te duiden. Nederland is in de afgelopen veertig jaar op een heel eenzijdige manier gaan spreken over onderwijs: uitsluitend vanuit een buitenperspectief, objectiverend, meten en nog eens meten, interventies die nieuwe interventies uitlokken. Het binnen-perspectief, het perspectief van zin en betekenis ontbreekt, zeker in het publieke debat. We zijn dus mank gaan lopen, en dat doet op den duur heel zeer.

Het valt bijvoorbeeld op, dat het akkoord geen zichtbare denkkracht steekt in het grootste en taaiste probleem in het onderwijs: het tekort aan leerkrachten. Wellicht vond men dit probleem te groot, en koos men daarom voor de ontwijk-aanpak. Het huidige dirigisme van de regio’s zal het probleem niet oplossen, de ontwijk-aanpak van het hoofdlijnenakkoord evenmin. De sleutel ligt in een dienstbare overheid die initiatieven vanuit het veld zelf ondersteunt, en samen met het veld verder brengt.

Docenten als uitvoerders

Maar, is het lerarentekort wel een arbeidsmarktvraagstuk? Is het niet minstens zo zeer een inhoudelijk vraagstuk? Het akkoord ruimt de laatste resten van het verheffingsideaal op: een hoog btw-tarief voor boeken, concerten en theater, een laag tarief voor toegankelijker vermaak. Zit daar niet één van de meer fundamentele achtergronden van het lerarentekort? Wij weten niet meer wat we werkelijk de moeite waard vinden om over te dragen. Docenten zijn uitvoerders geworden van wat als functioneel wordt gezien. Dat maakt het vak niet aantrekkelijker. Aanspreken op, en oefenen met het ‘betere ik’ begint in het onderwijs, bijvoorbeeld in ‘rijk’ leesonderwijs.

Verus zal zich niet opstellen als voorspelbare diepbezorgde oppositiepartij. Wel zullen we vanuit onze eigen, constructieve opvatting over geïnspireerd goed onderwijs en de betekenis daarvan voor het common good, onze bijdrage leveren aan het publieke gesprek, in alle vrijheid. En dat blijft zo, onze inbreng en de vrijheid.

Samen besturen

Deze pagina is onderdeel van ons domein Samen besturen. Verus wil randvoorwaarden scheppen voor geïnspireerd goed onderwijs. Dat doen we door betrokken te zijn bij elkaar en samen te verbinden als gemeenschap, met begrip voor de positie van leden die in hun eigen leergemeenschap functioneren. Bestuurlijke vraagstukken lossen we samen op, met hulp van collega-bestuurders of een adviseur.

Verus

Gerelateerde berichten