De verwerping volgt op een periode waarin al brede twijfels klonken over de gekozen koers van het wetsvoorstel. Zowel in de Kamer als in de onderwijssector werden zorgen geuit over de groeiende regeldruk, de sterke nadruk op meld-, registratie- en rapportageplichten en het beperkte oog voor preventie. De vraag of deze aanpak daadwerkelijk bijdraagt aan een veiliger schoolklimaat bleef daarbij steeds nadrukkelijk op tafel liggen.
Dat beeld tekende zich al af tijdens de eerdere behandeling van het wetsvoorstel. In de eerste termijn uitten vrijwel alle fracties kritiek op de uitvoerbaarheid en effectiviteit. Tijdens het vervolgdebat op 17 juni erkende de staatssecretaris wel het belang van de dagelijkse praktijk van scholen, waarin veiligheid ontstaat in het handelen van leraren, leerlingen en ouders, maar bleef zij tegelijk vasthouden aan de kern van het voorstel, met een sterke nadruk op registratie en verantwoording. Amendementen die verlichting moesten brengen in de administratieve lasten of meer ruimte wilden geven aan professionele afwegingen, kregen slechts beperkt gehoor.
Veilig schoolklimaat vanuit relatie
Voor Verus onderstreept de uitkomst het belang van de lijn die we eerder hebben bepleit. In een gezamenlijke brief met de profielorganisaties riepen we de Kamer op om veiligheid niet primair te benaderen vanuit regels en systemen, maar vanuit de pedagogische opdracht van het onderwijs. Een veilig schoolklimaat ontstaat in relaties, in het gesprek over normen en waarden en in een cultuur van vertrouwen en verantwoordelijkheid: met de leraar als sleutelpersoon.
Met het verwerpen van het wetsvoorstel is er ruimte ontstaan om opnieuw te kijken naar hoe veiligheid op school duurzaam kan worden versterkt. Dat vraagt om een benadering die scholen ondersteunt in hun dagelijkse praktijk en recht doet aan het professionele handelen van leraren en schoolleiders.
Samen besturen
Deze pagina is onderdeel van ons domein Samen besturen. Verus wil randvoorwaarden scheppen voor geïnspireerd goed onderwijs. Dat doen we door betrokken te zijn bij elkaar en samen te verbinden als gemeenschap, met begrip voor de positie van leden die in hun eigen leergemeenschap functioneren. Bestuurlijke vraagstukken lossen we samen op, met hulp van collega-bestuurders of een adviseur.