Met het wetsvoorstel kunnen vermoedens van misstanden worden gemeld bij de Inspectie van het Onderwijs. Dit kunnen signalen van burgers of van specifieke overheidsinstanties zoals de politie, het Openbaar Ministerie (OM) of de burgemeester zijn. Als de Onderwijsinspectie concludeert dat er een ‘redelijk vermoeden’ is dat de wet wordt overtreden, kan de Inspectie bij de instelling langsgaan en daadwerkelijk toezichthouden. Hiervoor is een uitspraak van een onafhankelijke adviescommissie nodig.
Bezwaren
Het toezicht op informeel onderwijs kan niet op enthousiasme van de toezichthouder zelf rekenen. De Onderwijsinspectie vreest namelijk dat ze straks als ‘scheidsrechter’ in morele discussies wordt gezien. Zij moet gaan oordelen over uitingen in de politieke en religieuze sfeer, terwijl het lastig is om daar objectieve normen over vast te stellen. Een artikel in de Volkskrant maakt melding van ‘principiële zorgen’ over dit wetsvoorstel.
De Onderwijsinspectie staat niet alleen in haar zorgen. Ook Paul van Sasse van IJsselt, bijzonder hoogleraar recht en religie aan de Rijksuniversiteit Groningen, volgt het dossier met een kritische blik. Hij wijst in een blog op het feit dat artikel 23 van de Grondwet (vrijheid van onderwijs) wordt opgerekt om zo het niet bekostigde onderwijs onder de reikwijdte van het artikel te laten vallen. Zonder succes: Paul van Sasse van IJsselt noemt de argumentatie ‘gezocht, niet zonder meer begrijpelijk en in elk geval verduidelijking waard’.
Angst aanwakkeren
Tijdens een symposium over informeel onderwijs liet hoogleraar onderwijsrecht Renée van Schoonhoven zich eveneens in kritische bewoordingen uit over het wetsvoorstel:
“In plaats van dat het voorstel, gelet op de gesignaleerde zorgen, burgers geruststelt dat de overheid reeds zorgt voor adequate monitoring en dat indien nodig kan worden ingegrepen via AIVD, OM en politie, realiseert het voorstel juist het tegendeel. Het verwoordt in de landelijke politiek een veronderstelde onwetendheid en vermeend onvermogen tot ingrijpen, waarmee onder kiezers angst wordt aangewakkerd voor mogelijke tendensen in onze samenleving die we niet willen. Vooral in dát opzicht is het voorstel zeer onwenselijk.”
Internetconsultatie
Iedereen kan nu op het wetsvoorstel reageren. Dit kan tot 7 januari 2025. Alle feedback wordt vervolgens verwerkt waarna het wetsvoorstel aan de Raad van State wordt voorgelegd. Ook krijgen organisaties als de Onderwijsraad en het College van de Rechten van de Mens de gelegenheid om te reageren. Vervolgens wordt het voorstel in de Tweede en Eerste Kamer behandeld.
Aangezien het wetsvoorstel forse gevolgen heeft voor de manier waarop artikel 23 van de Grondwet wordt uitgelegd (dat gaat over de vrijheid van onderwijs), volgt Verus het proces op de voet. Verus doet dat in nauwe samenwerking met organisaties als VGS, MissieNederland en het CIO. Wil je meer informatie? Neem dan contact op met adviseur public affairs Dico Baars.
