Publicatie-
datum:

18 november 2025

Publicatiedatum: 18 november 2025
Bestuur en samenwerking Onderwijskwaliteit Samen leven

"Deze bijzondere tijd maakt ons pijnlijk duidelijk hoezeer we met het inzetten van toetsen zijn afgedwaald van de oorspronkelijke bedoeling. (...) Of en hoe leraren nu toetsen inzetten, is hun eigen professionele afweging, waarbij de noodzakelijkheid ten behoeve van de ondersteuning van de ontwikkeling van de leerling het enige doel mag zijn." Aldus het manifest Leve het onderwijs!, van de gelijknamige informele beweging van ruim honderd schoolbesturen.

De beweging wil uitgaan van vertrouwen in vakmanschap, ook op het terrein van toetsing. Wat betekent dat in de praktijk? Ik sprak hierover met Jeanette de Jong en Jorinde Rutte. De Jong is bestuurder bij Blosse, een stichting met 28 locaties voor onderwijs en kinderopvang in en rond Heerhugowaard die het manifest ondertekende. Rutte is directeur onderwijs van De Zeppelin, een van de kindcentra vallend onder Blosse.

Expeditie

Zo’n drie jaar geleden startte Blosse een ‘expeditie’, op zoek naar antwoord op de vraag of hun onderwijs nog steeds het juiste biedt aan de kinderen. Met de expeditie faciliteert het bestuur de zoektocht naar een antwoord op alle veranderingen. "We bieden lezingen, workshops, boeken en studiereizen aan om de collega’s te inspireren in beweging te komen", vertelt De Jong. Ook voert het bestuur veel gesprekken: met teams, leerlingen, ouders en andere belanghebbenden, zoals toezichthouders en brancheorganisaties. "We willen teruggaan naar onze bedoeling: kinderen inspireren om tot brede ontwikkeling te komen.’ Op basis van het principe van subsidiariteit is het vervolgens aan de scholen om het onderwijs aan te passen."

Directeur Rutte vertelt dat de expeditie haar echt aan het denken heeft gezet. "Op mijn beurt wil ik vanuit mijn rol als schoolleider mijn team inspireren en aanmoedigen om veranderingen door te voeren." Op zowel bestuurs- als schoolniveau is vertrouwen in het vakmanschap van de professionals het uitgangspunt in de expeditie. Over dit vakmanschap zijn de bestuurders van Blosse ook in gesprek met pabo’s. Centraal staat daarbij de vraag wat leerkrachten nodig hebben om in deze tijd hun rol goed te kunnen invullen.

Anders en minder toetsen

Volgens De Jong en Rutte vraagt onze tijd om andere vormen van toetsing. Rutte weet uit eigen ervaring hoe het is als je beoordeeld wordt op basis van een smalle toets en niet gezien wordt wat je (wel) kunt: "Dat doet wat met je." Haar ogen werden verder geopend door een door Blosse georganiseerde lezing van toetsexpert Karin Heij, die in 2021 promoveerde op onderzoek naar de eindtoets in het basisonderwijs.

De Jong: "Een aantal van onze locaties denkt na over alternatieven voor de eindtoets die minder uitgaan van het vergelijken van leerlingen met elkaar". Blosse sluit zich daarmee aan bij onderzoek vanuit Leve het onderwijs! naar de vraag of scholen de landelijk verplichte eindtoets (tegenwoordig doorstroomtoets geheten) kunnen weigeren om af te nemen, onder de randvoorwaarde dat de school nog steeds een gedegen schooladvies kan geven.

Toetsen gaan overigens niet volledig in de ban. Wel kiest De Zeppelin ervoor steeds minder gebruik te maken van methodetoetsen voor bijvoorbeeld rekenen en taal. Het team kwam tot de conclusie dat die toetsen weinig tot niets toevoegen aan wat de leerkrachten zelf al weten over hoe de leerlingen ervoor staan. Ze leveren bovendien grote administratieve last op. Het team zet nog wel de methodeonafhankelijke toetsen in uit het leerlingvolgsysteem, dat elke school verplicht moet gebruiken. "Het beeld dat de leerkrachten van een kind hebben, is bij ons leidend, niet de toetsuitslag". De toetsen die we nog wel gebruiken, dienen als bevestiging’, aldus schoolleider Rutte.

Spannende verandering

Rutte merkt dat het anders omgaan met toetsen en zeker het niet langer afnemen van de doorstroomtoets voor leerkrachten nog spannend is. "Op dit moment vinden mijn collega’s dit laatste nog te ver gaan. Het heeft ook te maken met het zelfvertrouwen, bij de een is dat wat groter dan bij de ander."

Om de leerkrachten mee te krijgen is het soms laveren. Belangrijk zijn voor Rutte duidelijkheid geven over de richting en veranderen met kleine stapjes. Daarnaast ondersteunt ze haar team met kennis en dialoog, onder meer tijdens studiedagen. Ook houdt ze in de formatie rekening met de veranderingen. Leerkrachten blijven bijvoorbeeld in een nieuw schooljaar verbonden aan dezelfde groep, om zo kennis verder op te kunnen bouwen.

Meer ontspanning

De Zeppelin stapte over van een traditioneel rapport, met oordelen als matig, voldoende en goed, naar een logboek. Naast een weergave van de ontwikkeling van de leerling in rekenen en taal, besteedt het logboek aandacht aan andere gebieden, zoals wereldoriëntatie, jezelf presenteren en creatieve vakken en aan de sociaal emotionele ontwikkeling. De basis voor het logboek vormen observaties van de leerkracht, ondersteund door enkele methode-onafhankelijke toetsen die gebruikt worden als spiegel. De leerling zelf heeft een belangrijke rol, zowel bij het stellen van doelen als bij het beschrijven van hoe het vervolgens gaat. Leerlingen blijken daarbij overigens vaak kritischer over zichzelf dan hun leerkrachten. Het logboek bevat ook werk van kinderen, dat ze zelf hebben geselecteerd. Zo kan de leerling laten zien waar hij of zij zelf trots op is.

Volgens Rutte zijn de meeste leerlingen blij met deze nieuwe aanpak. Ze signaleert meer ontspanning in de klassen doordat er minder toetsmomenten zijn. "Voorheen waren er leerlingen die hun rapport niet open wilden maken, nu zijn leerlingen trots op wat ze in hun logboek verzamelen." Toch vinden sommige leerlingen de verandering lastig: "vooral leerlingen met meer cognitieve capaciteiten, die voorheen vaak de score “goed” kregen, zijn nog wel eens op zoek naar het antwoord op de vraag “Hoe doe ik het?”. Dat zijn ook de leerlingen die de neiging hadden zich te vergelijken met anderen, soms omdat ze van ouders of grootouders een beloning kregen voor elke “goed”."

Ook voor ouders is het wennen, weet Rutte. Vooral vaders reageren vaak met ‘doe mij het oude rapport maar’, omdat ze denken daarmee beter te kunnen zien hoe hun kind ervoor staat. Om de ouders mee te nemen in de nieuwe manier van rapporteren voert de school verschillende gesprekken met hen.

Breder en individueler verantwoorden

De ontwikkeling bij De Zeppelin is illustratief voor de beweging bij Blosse als geheel. Zo werken sommige scholen binnen het bestuur met een talentenkaart. Die toont de ontwikkeling in verschillende vakken en geeft daarnaast informatie over de leeraanpak, de creativiteit en de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerlingen. Andere scholen van Blosse gebruiken portfolio’s, waarmee leerlingen kunnen laten zien waar ze allemaal aan gewerkt hebben. Een aantal scholen experimenteert met formatief evalueren, waarin de individuele groei zichtbaar wordt.

Met deze middelen zorgt Blosse ervoor dat scholen zich vanuit een bredere ontwikkeling verantwoorden. ‘We willen namelijk ook laten zien dat kinderen zich bij ons als jong mens ontwikkelen’, vertelt De Jong. "Meten doe je met een toets, maar je maakt de groei merkbaar met bijvoorbeeld portfolio’s en evaluaties. Zo blijf je altijd in dialoog met het kind, zonder dat het enkel bij een cijfer blijft. Het zou fijn zijn als we veel individueler gaan kijken in plaats van kinderen continu te vergelijken."

Wat Rutte betreft gaan ze nog minder toetsen. Met De Jong hoopt ze dat het selectiemoment voor het voortgezet onderwijs wordt uitgesteld. Daarnaast wil De Jong het professionele vakmanschap van de leerkrachten nog verder stimuleren. Bij hun blik naar de toekomst benadrukken beiden nog een keer het belang van het zien van leerlingen in hun eigen ontwikkeling. Rutte: "Mijn droom is dat alle leerlingen vervolgonderwijs krijgen dat echt bij hen past. Of dat nu praktijkonderwijs is of vwo."

Dit is interview is één van de praktijkverhalen uit het boek Onderwijs voorbij de meritocratie.

Samen leven

Deze pagina is onderdeel van ons domein Samen leven. Verus wil bijdragen aan een vrije, inclusieve en pluriforme samenleving. Nu en in de toekomst. Dit doen we door invulling te geven aan de vrijheid van onderwijs met geïnspireerd goed onderwijs en met oog voor maatschappelijke problemen en kansen.

Verus

Gerelateerde berichten