Waarom is het belangrijk om mee te werken aan deze expertmeeting?
Sietske: “Dit is een opdracht die je niet in je eentje kunt, en ook niet zou moeten, klaren. Juist het leren van en met elkaar is enorm belangrijk. Deze expertmeeting brengt dat samen: verschillende perspectieven, verschillende praktijken, en toch hetzelfde vraagstuk.”
Sanne: “Inclusie voelt soms als een containerbegrip, terwijl het in de praktijk altijd maatwerk is. Voor elk kind wil je kijken wat nodig is, zonder dat je individualistisch onderwijs gaat bieden. Dat spanningsveld maakt het complex. Je wilt ouders meenemen, het kind écht zien en horen, en ondertussen opereren binnen systemen met gescheiden geldstromen en verschillende ministeries. Dat maakt inclusief onderwijs tot een zogenoemd wicked problem. Juist daarom is samen leren zo cruciaal.”
Waar komt jullie persoonlijke drive voor inclusie vandaan?
Sietske: “Toen ik zelf voor de klas stond, had ik regelmatig kinderen waarvan ik dacht: dit onderwijssysteem doet geen recht aan wie jij bent en wat jij kunt. Dat voelde ontzettend frustrerend. Je ziet kinderen vastlopen, soms zelfs afbranden, terwijl je weet dat het anders zou moeten kunnen. Dat was voor mij een kantelpunt: ik wilde niet alleen in de klas het verschil maken, maar ook werken aan de voorwaarden eromheen, zodat professionals dat verschil kunnen maken.”
Sanne: “Voor mij was dat een ervaring als intern begeleider, rond de invoering van passend onderwijs. Een moeder zei tegen mij: ‘Is het niet de bedoeling dat mijn kind gewoon hier, dichtbij huis, naar school kan blijven gaan?’ Ze vroeg geen garanties of hoge verwachtingen, alleen commitment om samen stap voor stap te kijken wat nodig was. Dat vertrouwen, van ouder én school, heeft geleid tot een succesvol traject. Dat voorbeeld draag ik nog steeds mee: inclusie begint bij vertrouwen en samen verantwoordelijkheid nemen.”
Wat vraagt inclusie van de samenwerking met ouders?
Sietske: “Inclusie is geen dienst die je afneemt. Het is een samenwerking, een mini-maatschappij. We moeten voortdurend zoeken naar de balans: wat heb jij nodig, en hoeveel ruimte neem je daarmee in van een ander? Dat vraagt om relatie, vertrouwen en het goede gesprek.”
Sanne: “Heldere communicatie is daarbij essentieel. Leg uit wat een ontwikkelingsperspectief betekent, neem ouders echt mee in het proces en wees transparant. Soms is speciaal onderwijs tijdelijk de beste plek voor een kind, ook dat moet je vanuit vertrouwen kunnen bespreken. Maar altijd met het uitgangspunt: als het kan, doen we het in de wijk, dichtbij huis.”
Wat maakt inclusief onderwijs in stedelijke gebieden extra complex?
Sietske: “In stedelijke gebieden krijg je te maken met stapeling van problematiek: armoede, onveiligheid, criminaliteit, instabiele thuissituaties. Die realiteit komt elke dag de school binnen. Onderwijsprofessionals worden soms bijna welzijnswerkers, terwijl hun primaire taak onderwijs is. De kunst is om niet weg te kijken, maar ook niet alles zelf te willen doen. Je móét samenwerken met partners die hierin gespecialiseerd zijn.”
Sanne: “Wat ik vaak hoor van schoolleiders is hoe lastig de botsing kan zijn tussen schoolcultuur en straatcultuur. Kinderen bewegen zich dagelijks tussen twee werelden met verschillende normen en verwachtingen. In sommige wijken dragen kinderen al op jonge leeftijd grote verantwoordelijkheden. Wie zijn wij dan om eenvoudig te zeggen welke keuzes ‘goed’ of ‘fout’ zijn, terwijl wij zelf vanuit een veel veiligere positie redeneren?”
Welke rol speelt beleid en financiering hierin?
Sanne: “Een groot knelpunt is de versnippering van middelen. Er zijn talloze potjes, fondsen en programma’s, elk met eigen regels en doelen. Dat maakt het moeilijk om vanuit de bedoeling te werken. Terwijl de vraagstukken in het sociale domein, onderwijs en zorg sterk met elkaar verweven zijn.”
Sietske: “Beleid kan zelfs onbedoeld ongelijkheid versterken. Sommige scholen krijgen extra middelen vanwege hun populatie, terwijl andere scholen met vergelijkbare individuele ondersteuningsvragen die middelen niet krijgen. Dan wordt inclusie juist ondermijnd. Idealiter zou je één integraal budget hebben voor kinderen en jongeren, zodat je kunt investeren waar het echt nodig is, ongeacht domein.”
Is de ambitie van inclusie in tien jaar haalbaar?
Sietske: “Ik hoop dat we in tien jaar tijd vooral de bedoeling van inclusie hebben geïnternaliseerd. Dat professionals voelen: dit is van mij, hier heb ik een rol in. Zonder dat gevoel kun je systemen blijven aanpassen, maar gebeurt er weinig.”
Sanne: “Inclusie vraagt lef. Van leerkrachten om te zeggen wat ze wel en niet kunnen, van schoolleiders en bestuurders om hen daarin te steunen, en om te investeren in mensen. Ik geloof niet dat Den Haag dit alleen kan oplossen. Als we investeren in vakmanschap, begeleiding en vertrouwen, kunnen we voor steeds meer kinderen het verschil maken.”
Tot slot: wanneer is inclusiever onderwijs voor jullie geslaagd?
Sietske: “Inclusie is geen eindpunt. Het is eigenlijk de uitkomst van goed onderwijs en goede kinderopvang. Als we ieder kind een zo passend mogelijke plek bieden binnen de realiteit van samenleven, dan zijn we goed bezig. Niet alles kan honderd procent op maat, dat is de maatschappij ook niet.”
Sanne: “Het uiteindelijke doel is dat kinderen opgroeien tot zo zelfstandig mogelijke volwassenen, die hun plek kunnen vinden in de samenleving. Dat vraagt soms bescherming, soms juist ruimte om te vallen en weer op te staan. Die balans blijven zoeken, dát is inclusief onderwijs.”
Samen besturen
Deze pagina is onderdeel van ons domein Samen besturen. Verus wil randvoorwaarden scheppen voor geïnspireerd goed onderwijs. Dat doen we door betrokken te zijn bij elkaar en samen te verbinden als gemeenschap, met begrip voor de positie van leden die in hun eigen leergemeenschap functioneren. Bestuurlijke vraagstukken lossen we samen op, met hulp van collega-bestuurders of een adviseur.