Publicatie-
datum:

13 februari 2025

Publicatiedatum: 13 februari 2025
Onderwijs en samenleving Samen besturen

Verus is ruim twee jaar geleden gestart met een beweging ‘voorbij de presentatiefascinatie’. Immers, prestaties zijn belangrijk en nodig, maar de mens en de leerling zijn meer dan alleen hun prestaties. We zien hoe de druk om te presteren de essentie van onderwijs bedreigt en jonge mensen reduceert tot cijfers. Daarom gaven we hen een stem. Met de documentaire Erop of Eronder, het magazine Vertellen, de campagne Wegcijferen en het Onderwijsfestival brachten we hun verhalen tot leven. Ook dit jaar blijven we verhalen vanuit diverse hoeken in het onderwijsveld naar voren brengen. Zo schetsen we continu persoonlijke perspectieven op dit thema en laten we zien welke visies er leven in de samenleving. Tegelijkertijd blijven we ons dit jaar – met de aankomende regiotour en het Onderwijsfestival op 19 november 2025 - inzetten om jonge mensen te laten meetellen. Niet alleen in cijfers, maar juist als mens.

Hoe kijken jullie terug op de actie van vier scholen in Alkmaar, Bergen en Haarlem die hebben besloten de verplichte doorstroomtoets niet af te nemen?

Karen Heij: “De doorstroomtoets heeft twee functies, zoals ik ook in mijn promotieonderzoek Van de kat en de bel, tellen en vertellen met de eindtoets basisonderwijs heb geschreven: selectie en onderwijskwaliteit bepalen. Beide zaken gebeuren nu niet valide met de huidige doorstroomtoets. Hiermee doen we onze kinderen én ons onderwijs flink tekort. Ik snap dus heel goed dat er scholen zijn die besluiten de eindtoets niet te willen gebruiken, omdat het te weinig waarde en te veel gevolgen voor het kind heeft. Wat mij betreft dus een heel dapper en legitiem besluit.”

Remco Prast: "Ik ben trots: deze scholen zijn de eersten van vijftig bij Leve het Onderwijs die deze stap zetten. Dit proces heeft jaren geduurd. We voerden gesprekken met het ministerie, de Inspectie en toetsaanbieders over de tekortkomingen van ons toetssysteem. De doorstroomtoets richt zich te veel op een beperkt perspectief in plaats van op brede ontwikkeling en voldoet niet aan zijn oorspronkelijke doel. Vier scholen hebben nu hun toetsbeleid herzien (inclusief formatief toetsen en het niet meer vergelijken van leerlingen met elkaar) en hebben ouders en leerlingen vrijwel volledig achter zich staan. Volgend jaar volgen sowieso meer scholen, waaronder onze zeven scholen waarmee we bij Leve het Onderwijs zijn aangesloten. De kurk is nu echt van de fles.”

In de media en in het publieke debat wordt nu veel gesproken over de ophef rondom de toets. Wat merken jullie daarvan?

Heij: “Ik merk eigenlijk dat veel mensen in het onderwijs veel begrip en respect hebben voor deze scholen. Dat had ik vijf jaar geleden niet kunnen bedenken. Er is steeds meer bewustwording over wat de toets wel en niet kan, en hoe we er onze kinderen onnodig mee in de weg staan. In het onderwijs zelf zijn de opbrengsten van het onderwijs zoals de doorstroomtoets die vaststelt, veel te belangrijk gemaakt. Dat scholen hier tegen in het verweer komen doet me dus heel goed: zelfs de baas van CITO sprak zich uit over de zware belasting die de toets op onze selectie heeft. De kramp zit ‘m vooral bij het beleid en toezicht vanuit Den Haag. Zij houden erg vast aan data op basis waarvan ze zich een oordeel vormen over kwaliteit van onderwijs, niet alleen in het basisonderwijs maar zo kijken ze ook naar op- en afstroom in het voortgezet onderwijs. Natuurlijk is het zo dat als je aan de touwtjes trekt van het onderwijssysteem, dat je niet wil dat de kikkers uit de kruiwagen springen. Maar dat je blijft sturen op het huidige beleid waarin we kinderen opsluiten op hokjes die we ‘niveaus’ zijn gaan noemen, vind ik een gemiste kans. Het is niet voor niks dat omringende landen een veel flexibeler onderwijssysteem hebben.”

Prast: “We leken eerst wellicht een rebelse club scholen die bij Leve het Onderwijs waren aangesloten, maar je merkt dat ons streven steeds meer bijval krijgt. We weten dat de doorstroomtoets op deze manier niet bevorderlijk is, en toch blijven we het als onderwijs doen. Dit terwijl het verre van kansengelijkheid oplevert. Wat je nu bij overheid en Inspectie ziet gebeuren, is de drang om in te grijpen. Er wordt gesproken over wangedrag of je krijgt een voornemen tot aanwijzing om het anders te doen. Dat gebeurt als je een systeem aan het wankelen brengt. Toch verbaast het me dat er zo gespannen wordt gereageerd, terwijl we ook met elkaar het goede gesprek kunnen blijven voeren.”

Toch zijn er ook tal van scholen die het ook al anders doen, zonder compleet te stoppen met de doorstroomtoets.

Heij: “Zeker. Er zijn zoveel scholen die balanceren op de grenzen van ons onderwijssysteem. Zo nemen zij bijvoorbeeld nog wel de doorstroomtoets af, maar doen ze niet of maar beperkt mee met de leerlingvolgsysteemtoetsen. Daar wordt dus al wel ruimte gezocht en gepakt. Ook zijn er scholen die zeggen: we nemen de doorstroomtoets wel af, maar we doen er niets bij. De bedoeling is dat je op basis van de toets het advies bijstelt, maar je mag natuurlijk ook burgerlijk ongehoorzaam zijn als je daar goede redenen voor hebt. Ik zie heel veel in het onderwijslandschap gebeuren. Je hoeft niet openlijk de doorstroomtoets te weigeren om toch te werken aan verandering. Zo werkt men steeds meer met portfolio’s, assessments en/of feedback en worden leerlingen enkel met zichzelf vergeleken. Deze scholen maken dus ook wel degelijk een statement om kinderen verder te helpen, maar kiezen ervoor dit te doen binnen de kaders van beleid en Inspectie.”

Welke boodschap dragen al deze scholen naar buiten?

Prast: “Dat we de wettelijke opdracht hebben om kinderen te helpen ontwikkelen in hun menswording. Zo beschrijft ook onder meer de Verdrag voor de Rechten van het Kind. Maar dat staat haaks op het huidige systeem. We zijn niet aan het rebelleren, maar doen dit uit overtuiging dat het beter is voor onze kinderen. Al deze scholen hebben een traject gevolgd en als je onze bestuurlijke handreiking ziet, zie je dat er écht iets anders van ons gevraagd wordt dan wat ik net schetste. Wij laten zien dat we onze opdracht serieus nemen: wij kiezen met lef voor het kind en laten tegelijkertijd de leerkracht weer écht leerkracht zijn.”

Welke kansen zien jullie nog meer?

Prast: “Vakmanschap betekent dat je aan de slag gaat op basis van de kennis die je hebt. Dat geldt zowel voor po als vo. Er liggen – mede dankzij de Onderwijsraad – stukken klaar over latere selectie en het invoeren van brede brugklassen. Wij moeten gezamenlijk bestuurlijke verantwoordelijkheid nemen en uitvoering geven aan deze adviezen.”

Heij: “En dit betekent niet dat gelijk het stelsel gelijk op de schop moeten worden gegooid. Er is al veel mogelijk binnen het bestaande kader mits er aanpassingen komen in beleid en toezicht. Het belangrijkste dat we zelf kunnen doen is stoppen te praten over verschillende niveaus van het voortgezet onderwijs: een vmbo- of vwo-niveau bestaat niet. Het stelsel biedt veel meer ruimte dan we denken. Laten we daar eens mee beginnen. Hoezo kunnen leerlingen vanuit havo of vwo niet eenvoudig doorstromen naar mbo als dit voor een leerling een goede optie is? Alles in het systeem nu is erop gericht kinderen op 12-jarige leeftijd in bakjes te stoppen en ze daar te houden.”

Zoals jullie terecht aangaven: de kurk is van de fles. Wat verwachten jullie de komende tijd zowel van de sector als de politiek?

Heij: “Ik hoop dat po en vo raad zich steunend blijven opstellen, anders kan het zijn dat een daadwerkelijke verandering vanuit politiek nog langer gaat duren. Hoe dan ook voorzie ik dat volgend jaar veel meer scholen het voorbeeld van het niet afnemen van de doorstroomtoets volgen. Uit onderzoeken is gebleken dat als 5% van mensen een fenomeen aanhangt, de samenleving verder gaat bewegen. Dus als wij met 5% van onze scholen de doorstroomtoets niet afnemen, móet het gesprek met overheid wel worden gevoerd. Tot die tijd zullen zij proberen te doen alsof het niet zo is. Verder zal het ministerie toch uiteindelijk kleur moeten bekennen. Hoe serieus nemen zij kansengelijkheid? De Onderwijsraad was duidelijk in hun rapport over later selecteren. Ook in de laatste brief van voorzitter Louise Elffers drukte zij de politiek op het hart om na te denken over een andere vorm van vo. Er is van alles – ook nog eens evidence based – aanwezig om het anders te doen: waar het nu op aankomt is politieke wil. Mijn oproep aan Den Haag: toon lef en durf te veranderen!”

Prast: “Ik verwacht dat de politiek op dit moment vooral zal proberen het systeem overeind te houden en niet echt open te staan voor de adviezen die vanuit de verschillende hoeken worden gegeven. Dit betekent dat we als sector onze verantwoordelijkheid moeten gaan nemen en ik hierbij ook de steun verwacht van de po en vo raad. Als we dit doen geloof ik dat dit in de politiek hoog op de agenda blijft staan. “Om een breder beeld te krijgen nodig ik de staatssecretaris vooral uit op om eens in gesprek te gaan met de leerkrachten, ouders en leerlingen van scholen die buiten de gebaande paden treden en de doorstroomtoets niet meer afnemen. En dan ben ik wel benieuwd of zij nog steeds met droge ogen kan zeggen dat deze mensen niet de juiste keuze maken.”

Samen besturen

Deze pagina is onderdeel van ons domein Samen besturen. Verus wil randvoorwaarden scheppen voor geïnspireerd goed onderwijs. Dat doen we door betrokken te zijn bij elkaar en samen te verbinden als gemeenschap, met begrip voor de positie van leden die in hun eigen leergemeenschap functioneren. Bestuurlijke vraagstukken lossen we samen op, met hulp van collega-bestuurders of een adviseur.

Verus

Gerelateerde berichten