1. Waarop letten bij (het niet verlengen van) een tijdelijk arbeidscontract?
In het onderwijs kun je op verschillende grondslagen een tijdelijk contract aangaan. Bijvoorbeeld ter vervanging of ter opvulling van tijdelijke vacatureruimte. Er zit een maximum aan het aantal tijdelijke contracten dat je mag aanbieden en de duur van de periode waarin deze elkaar mogen opvolgen. Dit heet de ketenregeling. Hoe de ketenregeling er precies uitziet, hangt af van de grondslag van het tijdelijk contract. Je vindt dit in artikel 3.1 van de cao po en in artikel 9.2 van de cao vo.
Een overschrijding van het maximaal aantal tijdelijke contracten of duur van de periode waarin je die mag aanbieden, maakt het dienstverband automatisch vast. Wil je dit voorkomen of een tijdelijk contract niet verlengen, dan verplicht de wet je om dit minimaal één maand voor de einddatum van het tijdelijk contract schriftelijk aan de werknemer te laten weten. Dit heet de aanzegplicht. Een werknemer wiens tijdelijk contract niet wordt verlengd, heeft recht op een transitievergoeding. Deze vergoeding bedraagt 1/3 maandsalaris per dienstjaar (pro rata) bij de werkgever.
Let op: Bij een tijdelijk contract dat als grondslag ‘tijdelijk met uitzicht op een vast dienstverband’ heeft, geldt een aanzegtermijn van twee maanden. Vindt deze aanzegging niet tijdig plaats, dan wordt het dienstverband automatisch voorgezet onder dezelfde voorwaarden.
2. Wat zijn je rechten bij een geschil met ouders over doubleren?
Als het gaat om doubleren van een leerling beslist de school wat het beste is voor de leerling. School moet duidelijk beleid opstellen hoe zij hiermee omgaat, wat ook in de schoolgids wordt opgenomen. Ouders kunnen het niet eens zijn met (de procedure rond) het besluit en een klacht indienen. In dit geschil (po) oordeelde GCBO dat school voldoende had gemotiveerd waarom het noodzakelijk was voor de leerling om te blijven zitten en dat het besluit derhalve zorgvuldig tot stand was gekomen. De Stichting Onderwijsgeschillen adviseerde in dit geschil (vo) dat het belangrijk is dat school bij het besluit de eigen afspraken en normen volgt en zich niet laat leiden door wensen van ouders. Zo blijft het besluit rechtvaardig en zet je ouders niet onbedoeld op het verkeerde been.
3. Welke regels gelden bij het uitwisselen van het onderwijskundig rapport?
Het onderwijskundig rapport (OKR) geeft de nieuwe school informatie die nodig is voor het leren en begeleiden van de leerling. Welke gegevens het OKR mag bevatten, staat in deze wet. Scholen in het po en vo mogen het OKR pas uitwisselen nadat de leerling op de nieuwe school is ingeschreven. Hier is geen toestemming van ouders voor nodig, al moeten scholen op grond van de wet wel een afschrift van het OKR aan ouders verstrekken. Hoewel er geen verplicht moment is voor de uitwisseling, is het advies dit maximaal zes maanden na de inschrijving te doen. Belangrijk is vooral dat het OKR niet te vroeg wordt overgedragen omdat de nieuwe school het dan kan gebruiken bij de selectie van leerlingen. Dit is in strijd is met de Wet op gelijke behandeling.