Publicatie-
datum:

26 maart 2026

Publicatiedatum: 26 maart 2026

De staatssecretaris had voor die maanden 34,55 procent van de jaarbekostiging toegekend, gebaseerd op het oude lumpsumritme. Dat voelde voor veel besturen als te weinig, omdat deze periode volgens hen eigenlijk als een zelfstandige eenheid moest worden gezien, waarvoor een tijdsevenredig deel van 41,67 procent logisch zou zijn.

Wat was er aan de hand?

In totaal stapten 222 besturen naar de rechter. De rechtbank gaf hen al in 2024 gelijk, en nu heeft ook de Afdeling dat oordeel bevestigd. De kern van de uitspraak is dat je de overgangsperiode niet kunt wegstrepen tegen betalingen van eerder dat kalenderjaar. Tot 2023 werd namelijk nog per schooljaar bekostigd, en juridisch sluit het overgangsrecht daar ook op aan. Dat betekent simpelweg dat augustus–december 2022 deel uitmaakt van schooljaar 2022–2023. De 34,55 procent die toen werd uitgekeerd, sloot aan bij het oude betaalritme, maar daar zat altijd een tijdelijk tekort in dat in de maanden daarna werd ingehaald. Omdat het nieuwe stelsel vanaf 2023 maandelijks een gelijk bedrag uitkeert, bestaat dat inhaalmoment niet meer. Hierdoor bleef het tekort over 2022 dus definitief staan. Dat mag niet, oordeelde de rechter.

Wat kun je nu doen?

De uitspraak van de Raad van State opent drie routes voor jouw bestuur. Welke route voor jou geldt, hangt af van of je hebt meegedaan aan de oorspronkelijke procedure. Schoolbesturen die wél hebben meegedaan, worden automatisch meegenomen in de herbeoordeling door de staatssecretaris. Voor hen is het vooral een kwestie van afwachten hoe het ministerie de uitspraak gaat uitvoeren en of er aanvullende bekostiging volgt.

Voor besturen die níet hebben meegedaan, ligt het iets anders. De belangrijkste stap voor deze groep is het indienen van een herzieningsverzoek bij de staatssecretaris. Dat kan nog steeds, zolang dat binnen een redelijke termijn gebeurt. De staatssecretaris kan besluiten om het verzoek in te willigen, maar is daartoe niet verplicht. Een bezwaar- of beroepsprocedure tegen een afwijzend besluit kan worden aangespannen. Echter, uitspraken van rechters gelden niet als nieuw feit, zodat deze procedure op voorhand niet als zeer kansrijk kan worden ingeschat.

Mocht zo’n herzieningsverzoek worden afgewezen, en in de specifieke gevallen bezwaar en beroep als niet kansrijk worden ingeschat, dan blijft er één route over: onderzoeken of sprake is van een onrechtmatige daad. Een schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad vereist een civiele procedure, waarop alsdan ook de regels rondom stelplicht en bewijslast van toepassing zijn. Derhalve is steeds een individuele beoordeling van de zaak noodzakelijk om te bepalen of aanspraak op een schadevergoeding kan worden gemaakt.

Hoe helpt Verus je hierbij?

Verus denkt graag mee over jouw juridische positie, helpen bij het opstellen van een herzieningsverzoek en houden nauwlettend in de gaten of de staatssecretaris alsnog een generieke regeling gaat maken. Wil je sparren over jouw situatie? Dan staan onze juristen klaar om met je mee te kijken.

Samen besturen

Deze pagina is onderdeel van ons domein Samen besturen. Verus wil randvoorwaarden scheppen voor geïnspireerd goed onderwijs. Dat doen we door betrokken te zijn bij elkaar en samen te verbinden als gemeenschap, met begrip voor de positie van leden die in hun eigen leergemeenschap functioneren. Bestuurlijke vraagstukken lossen we samen op, met hulp van collega-bestuurders of een adviseur.

Verus

Gerelateerde berichten