Dit geldt zeker voor de waardering van diversiteit onder mensen. In mijn werk als adviseur identiteit van Verus is dit aan de orde van de dag als het gaat om verschillen in levensbeschouwelijke overtuigingen. Meer en meer is in de laatste jaren daar een ander belangrijk onderwerp bijgekomen: seksuele diversiteit en genderdiversiteit.
Dan doen woorden er ook volop toe.
Elk woord is een signaal
Neem nu de burgerschapswet van 2021. Scholen hebben de volgende taak: ‘het bijbrengen van kennis over en respect voor verschillen in godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, afkomst, geslacht, handicap of seksuele gerichtheid alsmede de waarde dat gelijke gevallen gelijk behandeld worden.’ Ik voer veel gesprekken met teams en leidinggevenden over dat ene woord: respect. Ik zie het in menig schoolgids en beleidsplan staan. Als het gaat om seksuele diversiteit en genderdiversiteit (of welke vorm van diversiteit dan ook) is elk woord een signaal. Dat geldt voor ‘respect’, maar bijvoorbeeld ook voor ‘tolerantie’ of ‘ongeacht’. Het is een signaal als woorden zoals deze staan voor visies als: ‘Dat is er ook, maar dan hoef je het nog niet te stimuleren’, ‘Ik stoor me er niet aan’, ‘Ik vind het wel goed dat mijn leerlingen weten dat er homo’s zijn.’
Geen enkel woord is onschuldig. Ze kunnen het pad effenen voor praktijken die ik ook in het onderwijs aantref: verscheurde regenboogvlaggen, petities in de mailbox van de directeur, verwijderde boeken uit de schoolbibliotheek.
Aandachtige ontmoeting
Het goede gesprek hierover wordt pas gevoerd als er ruimte is voor verschillende woorden. Die ook elkaars tegenover kunnen zijn. Ik herken dat op verschillende scholen. Collega’s, ouders en leerlingen die elkaar niet kunnen vinden als het gaat om diversiteit. Bestaat er dan ook zoiets als ‘te divers’?
Veel scholen gebruiken als kenmerk voor zo’n gesprek over waarden en overtuigingen dat woord ‘respect’. Letterlijk betekent het zoiets als ‘herzien’, ‘omzien’. Dit verraadt aandachtige ontmoeting, de ander als mens zien. Dan is er ruimte voor degene die grote moeite heeft met Paarse Vrijdag, met die specifieke boekenplank, met de aanstelling van die nieuwe collega. En dat betekent ook dat de directeur, het team, de stichting kan vertellen welke waarden voor haar nu juist leiden tot het tegenovergestelde. En alles er tussenin.
Als adviseur identiteit ga ik met teams op zoek naar die woorden die verbonden zijn met levensbeschouwelijke inspiratiebronnen. Kun je juist als katholieke, christelijke, samenwerkingsschool, openbare school heldere woorden spreken? Voor veel scholen zijn dat woorden die vertellen dat het goed is dat jij er bent, dat die ander er is. Jij bent waardevol, in alles waar je voor staat. Ook die krachtige woorden zijn niet onschuldig. Ze scheppen alle ruimte, èn stellen grenzen. Daar vindt het goede gesprek plaats: over de ruimte die je als school of stichting voorstaat, en over de grenzen die je stelt.
Woorden doen ertoe. Wie ze ook schrijft, spreekt. Het zijn onze woorden, woorden voor school, woorden zoals die van de opa in dit gedicht:
Kriebelen
Ik zit bij opa op de bank
en probeer niet te raden
wat hij met zijn vinger
op mijn rug tekent:
‘Een huis? Oma?
Een dubbeldekkerbus?
Een eend? Een walvis?’
Opa schudt zijn hoofd,
tekent, tekent, tekent.
Ik weet allang wat het is,
maar wat voelt nou fijner
dan gekriebel op je rug?
Na poging zes lacht opa:
‘Ik stop. Mijn vinger is moe.
Je zoekt maar een mooie jongen
om op je rug te kriebelen.’
‘En een mooi meisje?’ vraag ik.
‘Is dat ook goed?’
Ik durf niet om te kijken.
Opa zegt niets,
is even helemaal stil.
Dan schrijft hij
op mijn rug:
wie jij maar wil
(Pim Lammers. Uit: Ik denk dat ik ontvoerd ben. Tekeningen Sarah van Dongen. Querido, 2022.)
Samen leven
Deze pagina is onderdeel van ons domein Samen leven. Verus wil bijdragen aan een vrije, inclusieve en pluriforme samenleving. Nu en in de toekomst. Dit doen we door invulling te geven aan de vrijheid van onderwijs met geïnspireerd goed onderwijs en met oog voor maatschappelijke problemen en kansen.



