Publicatie-
datum:

9 december 2025

Publicatiedatum: 9 december 2025

In opdracht van Verus onderzocht de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) dit fenomeen in het essay (On)gehoorzaam Bestuur. De auteurs laten, met behulp van het denken van filosoof Paul Ricoeur, zien dat gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid geen simpele tegenpolen zijn. Bestuurders bewegen zich voortdurend op drie lagen: waarden (wat is het goede?), normen (wet- en regelgeving) en praktische wijsheid (wat is nu, hier, het goede om te doen?). Conflicten ontstaan vaak wanneer betrokkenen vanuit verschillende lagen naar dezelfde situatie kijken of vergeten deze lagen te expliciteren. Daarom betekent het buiten de normen om handelen niet automatisch dat een bestuurder ongehoorzaam is: een bestuurder kan het goede doen én als ongehoorzaam worden ervaren.

Het essay is geen pleidooi voor losse-handjesbestuur, maar voor bestuurlijk zelfbewustzijn. Bestuurders nemen normen serieus, maar ervaren dat de ruimte voor praktische wijsheid kleiner wordt en dat het stelsel moeite heeft om terug te praten wanneer waarden en regels schuren. De dynamiek dreigt binair te worden: gehoorzamen of sanctioneren. Juist dan is bestuurlijke ongehoorzaamheid een signaal dat het gesprek tussen de lagen vastloopt en dat een dieper debat over goed onderwijs nodig is.

Download het NSOB-onderzoek

Geïnspireerd goed besturen

Vanuit het strategische thema Geïnspireerd Goed Besturen leest Verus dit essay als steun in de rug voor een rijkere opvatting van wat besturen is. In een stelsel dat sterk stuurt op prestaties en verantwoording pleit Verus voor “samen ruimte maken voor het wonder van onderwijs”. Met dat wonder bedoelt Verus dat er in onderwijs altijd méér gebeurt dan we kunnen plannen, meten of afrekenen: een kind dat het opeens begrijpt, een klas die een gemeenschap wordt, een leraar die voor een leerling van doorslaggevend belang is. Dat laat zich niet volledig ontwerpen of controleren, maar vraagt om vertrouwen, tijd, relaties en betekenisvolle ervaringen.

In de uitwerking van Geïnspireerd Goed Besturen tekent Verus drie bewegingen waarin bestuurders een sleutelrol spelen:

  • Ruimte voor vertrouwen in een nieuwe generatie: niet ieder risico dichtregelen, maar leerlingen en leraren serieus nemen als morele en creatieve krachten.
  • Ruimte voor het pedagogisch perspectief: niet doelmatigheid of targets als vertrekpunt, maar de vraag wat goed is voor deze kinderen, op deze plek, in dit verhaal.
  • Ruimte voor het gemeenschappelijke verhaal: het eigen pedagogische en levensbeschouwelijke verhaal van de school expliciet maken en gebruiken als toetssteen voor keuzes.

Geïnspireerd goed besturen vraagt daarom om bestuurders die niet alleen calculeren, maar durven handelen vanuit hun bron: zij verbinden, geven richting, initiëren het gesprek en bevragen beleid en praktijk op hun trouw aan het verhaal van de school.

Bestuurlijke (on)gehoorzaamheid is in dat licht geen heldendaad en geen doodzonde, maar een signaal: hier schuurt het tussen waarden, normen en de praktijk. Verus wil die spanning niet wegpoetsen, maar juist taal en ruimte bieden om haar gezamenlijk te doordenken. Het herkennen waar het wringt tussen de waarden, normen en de praktijk zal de dialoog over goed onderwijs bevorderen. Zodat bestuurders, toezichthouders, medezeggenschap, inspectie én overheid samen werken aan een nieuw samen.

Met 'nieuw samen' bedoelt Verus daarom een manier van samenwerken waarin bestuurders, toezichthouders, medezeggenschap, inspectie én overheid niet langer vanuit hun eigen laag langs elkaar heen praten, maar samen de dialoog aangaan tussen waarden, normen en praktische wijsheid. Een stelsel waarin ruimte is om terug te praten, waarin spanningen bespreekbaar zijn voordat ze escaleren, en waarin de gezamenlijke pedagogische opdracht leidend blijft: goed onderwijs voor alle jonge mensen. Alleen zo ontstaat een bestel dat recht doet aan het wonder van onderwijs.