Publicatiedatum: 16 maart 2020

In de bestuurlijke praktijk is de afgelopen decennia een stevige smetvrees opgebouwd voor alles wat te maken heeft met het echte, gewone leven van mensen van vlees en bloed. Ook in het onderwijs.

De NSOB laat in dit essay zien dat een bepaalde opvatting van besturen dominant is geworden. Steeds meer scholen nemen afscheid van het verenigingsmodel en richten de school/instelling in naar het model raad van toezicht-college van bestuur. Besturen wordt steeds meer gezien als een technocratisch vak, waarin rationaliteit en onthechting belangrijke succesfactoren zijn.

Deze manier van besturen leeft van twee met elkaar samenhangende vooronderstellingen: angst voor de werkelijkheid van het echte leven in de school én de behoefte aan rimpelloos, smetteloos en risicoloos bestuur. Het echte leven in de school is echter een voortdurende stroom van botsende, wrijvende opvattingen maar ook van samen optrekkende leerlingen, docenten, ouders, leidinggevenden en andere betrokkenen.

De dominante bestuursmodellen weten met het gewone leven geen raad. De onvoorspelbaarheid en grilligheid ervan moeten onder controle gebracht. De herwaardering van de vereniging die de NSOB bepleit, ziet de betrokkenheid van al die ‘gewone’ mensen van vlees en bloed niet als obstakel van goed bestuur, maar als bron en betekenisgevers van goed bestuur. Die visie prikkelt en biedt nieuwe perspectieven.