Publicatie-
datum:

15 mei 2024

Publicatiedatum: 15 mei 2024
Onderwijskwaliteit Samen besturen

Je komt op je eerste dag je studie Geneeskunde binnen. Het duurt nog wel even voordat je je bachelor en master op zak hebt, maar je hebt maar één doel voor ogen: cum laude afstuderen. Het is voor Christa Boer niet vreemd dat jongeren met deze mindset de universiteit binnenkomen. “Om in de geneeskunde te komen, moet je presteren. Hoe hoger, hoe beter lijkt te regeren. Die prestatiedrang zit er al vanaf dag 1 ingegoten. Maar er zit ook een keerzijde aan. Bij de masteropleiding loop je veel coschappen (stages). Je wordt deels beoordeeld op je klinische kennis en vaardigheden, maar ook competenties als leiderschap, teamwork en je opstellen als academicus zijn van groot belang. Deze zijn niet altijd goed meetbaar”, legt Christa Boer uit.

Ook de plekken waar studenten stage liepen, bleek van grote invloed op hoe je werd beoordeeld. Zo liet Rotterdams onderzoek zien dat jongeren met een bi-culturele achtergrond vaker een lager cijfer kregen vanuit hun stages dan andere studenten. “Zo’n beoordeling is natuurlijk heel subjectief. Op een gegeven moment merkte je zelfs dat studenten precies wisten bij welke plek ze stage moesten lopen voor een hoog cijfer. Dat is absoluut niet onze intentie.”

Programmatisch toetsen

Samen met onderwijsontwikkelaar Franciska Koens en opleidingsdirecteur Hester Daelmans verkende Boer de opties voor programmatisch toetsen. Programmatisch toetsen houdt in dat de student aan de hand van een portfolio met feedback het leerproces en competenties aantoont. Er wordt via deze weg naar de brede ontwikkeling van de student gekeken.

Boer en haar collega’s gingen onder meer langs bij de master Geneeskunde van Maastricht University om best practices te ontdekken. “In Maastricht werken ze met een rankingssysteem, waarin wordt aangegeven of je ondergemiddeld of bovengemiddeld hebt gepresteerd. Bij de VU hebben we ervoor gekozen om enkel te kiezen voor behaald of niet behaald”, legt Boer uit. Verder is in de aanloop naar het programmatisch toetsen veel aandacht besteed aan het creëren van intern draagvlak. Hierbij zijn zowel de docenten als studenten betrokken. Boer zet bij veranderingen binnen de faculteit graag in op studentenparticipatie. “Door met studenten in gesprek te gaan, tasten we af waar hun angsten en vragen zitten. Zo kun je hier rekening mee houden bij de implementatie van programmatisch toetsen. Studenten waren onder meer bezorgd over hoe ze kunnen aantonen een goede student te zijn als ze op zoek gaan naar een buitenlandse stage. Verder heerste het idee dat je zonder goede cijferlijst niet aan een baan komt.”

Leerpunten

Inmiddels drie jaar verder werkt de master nog steeds met programmatisch toetsen en is inmiddels het cum laude afstuderen als gevolg van het ontbreken van cijfers ook afgeschaft. Aan het eind van elk masterjaar laten studenten hun portfolio beoordelen door de masterbeoordelingscommissie. Aan de hand van voldoende feedback van medici en andere zorgprofessionals op hun klinische vaardigheden en soft skills (zoals sociaal-emotionele vaardigheden, leiderschap, teamwork, probleemoplossend vermogen), blijven zij in de lead over hun eigen leerproces. En: fouten maken mag. Maar het implementeren van werken met een portfolio en feedback ging niet zonder slag of stoot. Volgens Boer waren een aantal belangrijke leerpunten:

  • De studenten vroegen voornamelijk feedback aan mensen met wie ze een goede band hebben. De masteropleiding probeert hen nu ook uit de dagen om feedback te vragen aan medestudenten en professionals die iets verder van hen weg staan, om zo een objectief beeld te krijgen.
  • Er werd voor de portfolio’s te veel feedback opgehaald, wat voor de studenten een extra stressfactor bleek te zijn. Volgens Boer gaat het niet om kwantiteit, maar kwaliteit. Een portfolio dat uitpuilt van feedback, maakt het niet per se goed.
  • Docenten moesten professionaliseren om constructief feedback te geven.
  • Er moet door studenten niet alleen feedback worden gevraagd op klinische vaardigheden, maar juist ook op de niet-meetbare competenties zoals leiderschap en de sociale vaardigheden.
  • Het portfolioprogramma waarmee de master werkt, past niet bij de snelheid van de medische wereld. Het is een uitdaging om het juiste programma te vinden om mee te werken.

Zachte competenties

Verder blijkt het in de praktijk soms lastig om de ‘zachte’ competenties als leiderschap, samenwerken en communicatie aan te tonen. “Studenten hebben vaak niet door dat ze hier al in de praktijk aan werken. Het is aan docenten om dit via storytelling inzichtelijk te maken. Zo wordt er in het eerste jaar van de bachelor een bootcamp gehouden waarbij ook een Lego-oefening zit. De studenten moeten iets bouwen, maar ze mogen ondertussen niet met elkaar praten. Daarbij zie je wat er gebeurt als je niet met elkaar op één lijn zit en niet communiceert. In eerste instantie hebben ze zoiets van: waarom? Maar dit zijn de momenten waarop studenten past écht doorhebben waarom ook soft skills van groot belang zijn. Hier werken we in de master ook hard aan.”

Eens in de zoveel tijd krijgen de studenten van de master nog wel een landelijke voortgangstoets, waarin hun kennisniveau wordt getoetst. Dit is een adaptieve toets, waarbij de opgaven bij het maken van de toets worden geselecteerd en aangepast op het niveau van de student. “Deze toets geeft een goed beeld van het huidige kennisniveau en wordt meegenomen in het portfolio.”

En de bachelor?

In de bachelor studie Geneeskunde wordt ondertussen gekeken naar de ontwikkeling van het curriculum, al heeft het hier wel wat meer voeten in de aarde dan bij de master. “We merken ook in de bachelor dat studenten leren, een toets maken, en de stof een paar dagen later al zijn vergeten. We willen hier eveneens kijken naar andere vormen van beoordelen, bijvoorbeeld in samenwerkingsprojecten waar een peer review door medestudenten wordt gegeven. Dit gaan we nu verder onderzoeken en uitwerken.”

Tips voor andere onderwijsinstellingen

Nieuwsgierig naar programmatisch toetsen? Dan raadt Boer aan om eerst goed te bedenken of je een probleem oplost. “Soms zijn cijfers namelijk wel de beste manier om iets te toetsen. Mocht je wel een probleem oplossen, ga dan eerst op vijf werkbezoeken. Maak gebruik van ervaringsdeskundigen en ontdek waar kansen en limieten van programmatisch toetsen liggen. Daarna is het van belang dat je je onderwijsgemeenschap meekrijgt door voorzichtig het geven van cijfers aan de kaak te stellen en het idee van programmatisch toetsen te introduceren”, vertelt Boer. Op deze momenten hoor je namelijk de weerstand, waar je volgens haar goed gebruik van kunt maken. “Je haalt als eerste op waarom cijfers behouden moeten blijven, om zo te weten waar de kritiek en angsten zitten. Je kunt er beter aan de voorkant langer over doen en draagvlak creëren, dan van bovenaf opleggen en achteraf veel weerstand krijgen.”

Samen besturen

Deze pagina is onderdeel van ons domein Samen besturen. Verus wil randvoorwaarden scheppen voor geïnspireerd goed onderwijs. Dat doen we door betrokken te zijn bij elkaar en samen te verbinden als gemeenschap, met begrip voor de positie van leden die in hun eigen leergemeenschap functioneren. Bestuurlijke vraagstukken lossen we samen op, met hulp van collega-bestuurders of een adviseur.

Verus

Gerelateerde berichten