Publicatiedatum: 28 september 2022

De aanwezigen, een gemêleerd gezelschap van bestuurders, directeuren, docenten en andere geïnteresseerden, werden meegenomen in een schets van deze tijd. Wat ziet een leerling als hij vanuit de school naar buiten kijkt? En wat ziet een leerling als hij vanaf buiten de school in kijkt?

Prof. dr. Govert Buijs, bekleder van de Goldschmeding Leerstoel Maatschappelijke en economische vernieuwing aan de Vrije Universiteit, karakteriseerde tijdens het congres onze huidige tijd als ‘hypermoderniteit’. "In de moderne samenleving ligt heel veel nadruk op vooruitgang, op groei. Eerst werd dit gezien als collectief project. Nu is dit vooral een project voor het individu. . Het leven moet een aaneenschakeling zijn van fantastische belevenissen. Tegelijk moeten we top presteren en ons hele leven als maakbaar project organiseren. Als onze prestaties niet super zijn, worden we daarop afgerekend", vertelt Buijs. Hij trekt hiermee de vergelijking naar het meritocratisch gedachtegoed dat in onze samenleving doorsijpelt.

De hele context, ook in het onderwijs, lijkt hypergeorganiseerd. Ons totale leven wordt uitgedacht, terwijl we niet alles in de hand hebben. Hoe moet het onderwijs hiermee omgaan? "Onderwijs heeft als bedoeling leerlingen voor te bereiden op een toekomst. Maar je weet niet wat voor toekomst dit gaat zijn. Als levensbeschouwelijke school moet je heen en weer durven gaan tussen de huidige tijd en de traditie. Soms heeft deze tijd elementen die nu aan de orde zijn, waarin een signaal zit voor scholen om op te pakken. Je zult dan af en toe je traditie daarop moeten bevragen. Dat moet je in open gesprekken blijven doen. En van beide kanten durven bijstellen. De traditie waar je uit put, heeft een soort heilige kern, maar op onze interpretatie ervan mag je kritisch zijn. Net zoals je kritisch mag zijn op de huidige tijd."

Transitieonderwijs

Je kunt volgens Buijs als school dan twee dingen doen. Transitieonderwijs geven waarbij je inspeelt op de veranderingen die jij verwacht in deze wereld, waarbij je alvast daarop voorsorteert. Of je geeft ‘struisvogelonderwijs’: "Je steekt de kop in het zand en blijft doen wat je doet." Buijs kaart aan dat zich belangrijke transities aandienen bijvoorbeeld in onze verhouding met de natuur en onze kijk op de samenleving. Niet enkel je bewustzijn veranderen, maar ook je gedrag. "In het onderwijs liggen daar zat handelingsmogelijkheden zonder dat je er een enorme drang op legt."

Zo kunnen scholen na enorme jaren van globalisering, ook bewustwording creëren dat je hier in deze wijk, stad en dit land leeft. Er zijn niet enkel grote problemen: je draagt ook gezamenlijk verantwoordelijkheid voor wat er om de hoek gebeurt. Daarnaast speelt de omslag van kwantiteit naar kwaliteit volgens Buijs een belangrijke rol in verandering. "Met ‘hoe meer, hoe beter’ lopen we tegen de grenzen van onze prestatiecultuur aan. In plaats van de drang en focus op hoge citoscores en op een hoog niveau terechtkomen, moeten kinderen zich ontwikkelen op basis van hun eigen groei en talenten."

Focus

Met meer focus op de natuur, het lokale, kwaliteit, van materieel naar immaterieel, veranderde consumptie en versterkte coöperatieve samenwerkingen, doe je volgens Buijs als onderwijsinstelling het goede als je kinderen daarop voorbereid. Dat kan in de vorm van maatschappelijke dienstplicht, waar Buijs het christelijk onderwijs een belangrijke speler in vindt. "Je gaat daarbij uit je eigen bubbel, aan de slag met iets in de nabije omgeving. Die verbinding tussen hoofd, hart en handen is essentieel voor het levensbeschouwelijk onderwijs."

Rol van de christelijke school

Prof. Dr. Roel Kuiper, hoogleraar Christelijke identiteit aan en Rector van de Theologische Universiteit Kampen-Utrecht, zoomde verder in op de rol van de christelijke school in deze tijd. Hij wees onder meer aan de hand van het HBCS-onderzoek van het Trimbosinstituut op de toenemende mentale problemen bij jongeren, veroorzaakt door o.a. de toenemende druk op hen. Wat is de rol van de school in onze door prestatiedruk gekenmerkte samenleving?

Naast de school als redmiddel, de school als voorbereiding op de samenleving, plaatste Kuiper het beeld van de school als tussenhalte, plek van onderbreking, oefenplaats van aandacht, (zelf)reflectie en rust. De school als eigen plek met een eigen verantwoordelijkheid waar het kompas van de leerlingen wordt afgesteld. Een school kan deze rol pas goed invullen als er sprake is van een waardengemeenschap, waarbij de waarden door alle docenten gedeeld en uitgedragen worden, zodat ze doorwerken bij de leerlingen. Daarvoor is geloof, hoop en een reflectieve cultuur nodig, die helpt bij het vinden van richting, aldus Roel Kuiper. En ook een beeld van hoe je met je gedeelde visie op school en samenleving een bijdrage levert aan die samenleving.

Waardengemeenschap

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat het zijn van een waardengemeenschap gunstige effecten heeft op het pedagogisch klimaat, de betrokkenheid, op persoonsvorming en burgerschapsvorming en op de sociale veiligheid en het zelfvertrouwen. Kuiper riep het bijzonder onderwijs op om juist nu naar buiten toe duidelijk te zijn over de eigen waarden, laat het zien! Voor leerlingen betekent dit alles dat ze gezien worden en leraren en schoolleiders ontmoeten met geloof, hoop en liefde, met wie ze op zoek gaan naar het antwoord op de vraag wat is mijn betekenis voor anderen? Niet het eigen levensproject staat centraal, maar de eigen dienstbaarheid. Eerder blikte Roel Kuiper in de Verus-nieuwsbrief vooruit op zijn bijdrage aan het congres.

Na de bijdrage van Buijs en Kuiper trad liedschrijver en zanger Matthijn Buwalda op met een aantal van zijn bij het congres passende liedjes. ‘s Middags konden de deelnemers met hun hoofd, hart en desgewenst met hun handen aan de slag in deelsessies die op verschillende manieren aansloten bij het congresthema.

Pleidooi voor ruimte en vertrouwen

Gert-Jan Segers (fractievoorzitter van de ChristenUnie in de Tweede Kamer) en Karin van Oort (voorzitter college van bestuur bij Stichting Carmelcollege) sloten de dag af. Van Oort citeerde daarbij Titus Brandsma, een van de oprichters van haar stichting (“Kennis is maar de helft”) en Søren Kierkegaard (“Je moet navigeren op de sterren, niet op de golven”). Segers constateerde dat de marges voor besturen om op de sterren te navigeren steeds smaller worden en dat het daarom nodig is om op te komen voor de vrijheid van en voor onderwijs. Beiden hielden een pleidooi voor ruimte, vertrouwen en dialoog tussen politiek en onderwijs.

Berend Kamphuis, voorzitter college van bestuur van Verus citeerde tenslotte de dichter T.S. Eliot: "de mensheid verdraagt maar weinig werkelijkheid". Dit is zichtbaar in het onderwijsbeleid, waarin de werkelijkheid gestript wordt om haar te kunnen beheersen. Maar de werkelijkheid is complexer dan in het onderwijsdebat. Volgens Kamphuis helpt de traditie te voorkomen dat het onderwijs wordt ingericht als een voortdurende hordeloop, maar om tegen elk kind zonder voorbehoud te zeggen: “Welkom, wat fijn dat jij er bent.”

Gerelateerde berichten