Publicatiedatum: 16 november 2022

Brede Vorming is een significant onderdeel van het onderwijs op de gereformeerde vrijgemaakte school. Deze vorming wordt vanuit vier perspectieven benaderd: leren over jezelf, ontdekken via klasgenoten, leren over de samenleving en je kijk op je geloof en relatie met God. De school blijft continu reflecteren op hun handelen bij de vormgeving van deze vorming en wil ook weten of de praktijk aansluit bij wat zij met de vorming beoogt. Om dit in kaart te brengen, deed Greijdanus mee met het pilotproject rondom narratieve visitatie, waar Verus-adviseur Sandra van Groningen en Berber Vreugdenhil van het Expertisecentrum Onderwijs & Identiteit nauw bij betrokken zijn.

Waarom besloten jullie om deel te nemen aan deze pilot?

Hans: “We willen in onze school een cultuur dat we meer kijken naar onderzoeksmatig handelen rondom brede vorming. Daarbij willen we niet alleen zelf initiatieven nemen, maar ook reflecteren op onszelf. We hebben namelijk belang om dit thema verder te brengen en te kijken naar de impact die het in onze school heeft. Daarbij waren wij op zoek naar instrumenten die de effecten van onze houding meten. Narratieve visitatie, waarin wij collega’s, leerlingen en later ook ouders een stem geven over hoe wij omgaan met brede vorming, is een mooie manier om een thermometer in de organisatie te houden. Je krijgt door te luisteren en de verhalende manier van interviewen inzicht in wat er daadwerkelijk in de praktijk gebeurt.”

Reinier: “We zijn altijd al met brede vorming bezig, maar we willen ook woorden geven aan wat we doen en willen doen. Het effect van ons handelen is daarbij een belangrijke factor. Ook docenten, mentoren en leerlingen spelen een rol in dit vormingsproces. Maar van wat wij concreet willen: hoeveel wordt daarvan in de praktijk herkend? En hoe ziet dit er dan uit? Voor ons heeft deze pilot enkele handvatten gegeven over hoe we het gesprek over brede vorming gaande blijven houden en zorgen dat het op een dieper niveau terechtkomt.”

Hoe kreeg de pilot vorm in de school?

Reinier: “Berber Vreugdenhil en Sandra van Groningen leidden deze pilot. Doordat zij als externen van buiten de school hier binnenkomen, vanuit hun expertise en zicht op vorming in het bijzonder onderwijs, krijgen wij een objectief beeld van hoe we ervoor staan.”

Hans: “We zijn één hele dag bezig geweest met in gesprek gaan over brede vorming. We maakten het thema heel zichtbaar in de school door uit alle lagen in de school mensen erbij te betrekken. Dan laat je ook zien dat je het als organisatie belangrijk vindt. Op de dag van de visitatie werden docenten, mentoren en leerlingen uitgenodigd om met ons in gesprek te gaan. Hoe ervaren zij brede vorming? Hoe geven ze hier in de praktijk vorm aan? En wat vinden leerlingen ervan?”

Reinier: “Door verschillende partijen bij het proces te betrekken, laten we zien dat het niet alleen een feestje van Hans en mij is. Alle opbrengsten vanuit de gesprekken met collega’s en leerlingen, zijn gefilterd en geconcretiseerd tot actiepunten. Op onze Greijdanusdag hebben we de organisatie hierin meegenomen en er een werkverdeling voor gemaakt. We hebben eerder dit jaar die visitatiedag ervoor ingericht om in gesprek te gaan, maar we zullen het goede gesprek blijven faciliteren door het jaar heen. Want het gebeurt continu: het werken aan vorming. Aan ons is de taak het gesprek te blijven agenderen en daarvan te leren.”

Hoe was de respons vanuit de organisatie?

Hans: “Heel positief. Ik realiseerde me eigenlijk pas op de dag van de pilot zelf, dat het hierdoor ook heel erg leeft in de organisatie. Op de schoolgang hoorde ik collega’s en leerlingen erover praten. Over hun ervaringen met de gesprekken, maar ook over brede vorming in het algemeen. Als voorbeeld: Een leerling die graag kritisch meedenkt, zei dat hij het goed vond dat dit gebeurt en vooral de manier waarop. Leerlingen zijn daar gevoelig voor. Als er een cultuur is waarin zij gehoord worden, dan willen ze graag participeren. Dat zie je al in hoe we met elkaar omgaan. Leerlingen zeggen namelijk: ‘We zeggen u tegen jou, maar tegelijkertijd ervaren we geen grote afstand. Zo creëer je respect, maar wel vanuit benaderbaarheid.”

Welke opbrengsten volgden na de visitatiedag?

Reinier: “Naar aanleiding van de visitatie kregen wij een heel gedegen rapport toegestuurd. Een heel mooi bronbestand, maar vooral relevant voor ons. Onze vraag was vooral: hoe concretiseren we dit tot praktische handvatten voor in de school? Op basis daarvan hebben Sandra en Berber een lijst met aanbevelingen en twaalf actiepunten voor ons gemaakt. In hapklare taal, waarmee wij in principe direct aan de slag kunnen. Dit hielp het team, waarin we de aanbevelingen uit de visitatie presenteerden. Wij hebben namelijk gezamenlijk prioritering in de actiepunten aangebracht.”

Hans: “Een van de actiepunten is: laat elkaar goede voorbeelden zien en deel good practices over brede vorming met elkaar. Zo kunnen docenten op speciaal ingerichte vormingsmiddagen voorbeelden laten zien uit hun lezen en anderen daarmee inspireren. Door te laten zien in welke kleine manieren dit al kan, bedden we het thema Vorming nog meer in in de school. We moeten de tijd nemen om met elkaar goede voorbeelden, ervaringen en opbrengsten te blijven delen. Eveneens een belangrijk actiepunt, wat Reinier eerder eigenlijk al noemde, is het informele gesprek in de school blijven faciliteren. Bijvoorbeeld een kort gesprek tussen docenten hoe zij bepaalde vormingskwesties hebben aangepakt. Maar ook elkaar erop aanspreken als dingen beter kunnen of je een goede suggestie hebt.”

“Andere punten waar wij concreet mee aan de slag gaan, zijn:

  • Brede vorming in het eindexamenportfolio, met tips en tricks van Sandra en Berber bouwen we dit verder uit.
  • Het specificeren van vormingsdoelen in alle soorten vorming die er zijn: burgerschapsvorming, christelijke vorming, morele vorming en brede vorming.
  • Omgaan met diversiteit in de school in relatie tot brede vorming.
  • Het geloofsgesprek voeren met jongeren. Hoe doen we dat nou?”

Als jullie mogen dromen, waar staat Greijdanus dan over drie jaar?

Hans: “Dan hebben we een mooie doorgaande lijn van brugklas tot examenjaar, ongeacht niveau. Leerlingen krijgen aan het einde van hun schooltijd een kopie van hun digitale portfolio mee, waar ze hopelijk heel trots op zijn. Daarnaast hebben we dan regelmatig gekeken naar de ontwikkelingen rondom brede vorming, aanpassingen gedaan waar nodig en ons eigen programma weer versterkt. Daarnaast zijn we met elkaar het kritische gesprek blijven voeren, ook met leerlingen. Dan zijn we een school waar leerlingen iets van het leven ontdekt hebben. Waar ze niet alleen een diploma hebben, maar juist blij zijn met alle extra vormingszaken die ze hebben geleerd. En dat wij ze in hun tijd hier alle facetten van het mens-zijn laten aanraken.”

Reinier: “Ik hoop dat de kwalificerende kant van het onderwijs minder de boventoon voert. En dat wij uitdragen dat we het met elkaar doen en daar ook vanuit dat perspectief invulling aan geven. Ik hoop dat leerlingen die nu op school zitten over drie jaar zeggen: 'ik ben verrijkt, het was waardevol en ik ben gevormd in de breedste zin van het woord'. En dat ze benoemen blij te zijn om op het Greijdanus te hebben gezeten.”

Zelf aan de slag met Geïnspireerd Goed Onderwijs

Scholen hebben de opdracht om goed onderwijs te realiseren. Goed onderwijs is gericht op de toekomst van kinderen en jonge mensen en daarmee op de toekomst van de samenleving. Het is een opdracht die nooit af is. Willen scholen de opdracht vandaag en ook morgen waarmaken, dan ontwikkelen zij het beste een duurzame kwaliteitscultuur die stimuleert dat alle betrokkenen in en rondom de school zich telkens richten op dat wat hen met goed onderwijs voor ogen staat.

Sandra van Groningen en Theo van der Zee moedigen in de publicatie Narratief waarderen schoolorganisaties aan om te werken aan een duurzame kwaliteitscultuur vanuit een sterk, schooleigen verhaal van goed onderwijs. Ze laten zien hoe dit verhaal uit vertellingen over de dagelijkse praktijk in de school kan worden opgehaald en gewaardeerd, en hoe het verhaal richting geeft aan de school- en onderwijsontwikkeling. Kern van het werken aan de kwaliteitscultuur van de school is de betekenisgeving: hoe geven we samen betekenis aan dat wat we iedere dag realiseren aan goed onderwijs?

Gerelateerde berichten