Publicatiedatum: 30 september 2022

Schaduwzijde van het meritocratisch ideaal

Binnen de context van een prestatiecultuur, zoals wij die in Nederland kennen met onze gerichtheid op diploma’s, is de nadruk op gelijke kansenbeleid funest. Het versterkt de race om het hoogste diploma en bevoordeelt vooral hen die al veel kansen hebben. De kloof tussen laag- en hoogopgeleiden wordt zo alleen maar versterkt, aldus Zoontjens. Ook draagt het niet bij aan de erkenning van ieders waardigheid. Daarmee schetste de hoogleraar de schaduwkanten van het meritocratisch ideaal dat onze maatschappij domineert. Daar waar de meritocratie een tegenbeweging vormt tegen de aristocratie, waarin afkomst allesbepalend is, dreigt ze een nieuwe aristocratie te creëren, een samenleving waarin de groep hoogopgeleiden en vermogenden het voor het zeggen heeft. Juist in dit verband pleitte Zoontjens voor de versterking van het burgerschapsonderwijs en riep scholen op hier serieus werk van te maken.

Vrijheid van onderwijs

Voor de realisering van gelijke kansen is er een balans tussen uniformiteit en diversiteit in de aanpak vereist. Dat schreef Zoontjens al eerder in zijn bijdrage aan de bundel Vrijheid voor onderwijs. Tijdens de lezing op het juridisch congres herhaalde hij dit standpunt. Geen individu is immers gelijk. Het bemiddelen tussen uniformiteit en diversiteit vereist bij uitstek een pedagogische en didactische benadering en dan komt de school en vooral de leraar in beeld. Hoewel gelijkekansenbeleid argumenten verschaft voor een sterkere sturende rol van de centrale overheid, kan daarbij de zelfstandigheid van de school en de leraar niet gemist worden. Om precies deze balans te bewaken, helpt het niet om het begrip kansengelijkheid in de Grondwet vast te leggen. In dat geval institutionaliseren we juist meer bemoeienis van de centrale overheid met het onderwijs.

Gerelateerde berichten