Publicatiedatum: 23 november 2022

In deze highlight komen de directeursfuncties in het primair onderwijs en specifiek de voorbeeldfunctiebeschrijvingen van de directeuren D12 en D13 en belang van een kritische blik van het schoolbestuur op de feitelijke werkzaamheden in verband met de inpassing in deze functiebeschrijvingen aan de orde.

Het gebruik van voorbeeldfunctiebeschrijvingen in de sectoren PO, VO is niet verplicht. Wanneer de voorbeeldfunctiebeschrijvingen niet worden gebruikt, dient op basis van de CAO voor betreffende sector gebruik te worden gemaakt van het systeem van FUWA voor die sector (dit geldt ook voor de BVE-sector). Bij de systematiek van FUWA staan de bij de functie behorende feitelijke werkzaamheden, verantwoordelijkheden en bevoegdheden centraal. Dit is ook het geval bij de directeursfuncties in het PO.

Bepaalde factoren

Vóór 1 november 2020[1] waren de schoolgrootte en schoolsoort echter ook bepalende factoren. Deze factoren zijn per voornoemde datum losgelaten op basis van het onderhandelaarsakkoord voor de CAO PO 2019-2020. Er is toen ook een voorbeeld functiereeks schooldirecteur gepubliceerd.

Uit deze reeks volgt, beknopt weergegeven, dat wanneer een directeur werkzaam is op operationeel (beleidsontwikkelend) niveau, de functiebeschrijving van directeur D11 van toepassing is. Als de directeur werkzaam is op tactisch niveau, waarbij meerjarenbeleid/visie een rol speelt, wordt uitgekomen op de functiebeschrijving van directeur D12. Wanneer de werkzaamheden van de directeur aan de strategie raken (zoals het verdedigen/uitdragen van de visie/standpunten van de school/instelling in de regio) èn het verwerven van draagvlak dan dient inpassing plaats te vinden in de functie van directeur D13.

Zowel in de functiebeschrijving van de directeur D12 als de functiebeschrijving van directeur D13 wordt leidinggegeven aan een school of aan meerdere scholen.

Een recente uitspraak van de Landelijke Bezwarencommissie Functiewaardering (https://www.onderwijsgeschillen.nl/uitspraken/bezwaar-tegen-de-indeling-directeur-d12-ongegrond/), laat zien dat bij de inpassing in een voorbeeldfunctiebeschrijving feitelijke werkzaamheden een belangrijk rol spelen.

Bezwaar

Het bezwaar waar de commissie zich in deze uitspraak over heeft gebogen is afkomstig van een directeur, van twee scholen. Het schoolbestuur waarbij de betreffende directeur werkzaam is heeft bij de heroverweging van het functiegebouw bij de peildatum van 1 november 2020 gebruik gemaakt van de voorbeeldfuncties voor directeuren. De directeur is in dit verband ingepast in de functie van directeur D12. De betreffende directeur maakt hiertegen bezwaar.

Zij stelt niet alleen dat haar functiebeschrijving niet juist is, maar ook dat zij niet correct is ingedeeld in de functie van directeur D12, met name omdat zij op de peildatum directeur van twee scholen was. De commissie oordeelt dat dit geen doorslaggevend argument is, aangezien ook de voorbeeldfunctiebeschrijving erin voorziet dat de directeur D12 directeur van één of meerdere scholen kan zijn.

Taakverzwarende elementen

Verder toetst de commissie of de directeur voldoet aan de taakverzwarende elementen die maken dat de functie van directeur D13 op dat niveau kan worden ingeschaald. De betreffende directeur geeft aan dat zij taken verricht in het kader van de kwaliteitszorg. Zij stelt dat zij hoofd is van het auditteam en dat zij in dit verband een visitatie- en auditkader opstelt. Het schoolbestuur weerspreekt dit. De directeur onderbouwt naar het oordeel van de commissie onvoldoende welke zelfstandige verantwoordelijkheid bij haar op de peildatum is neergelegd ten aanzien van de stichtingsbrede kwaliteitszorg of welke opbrengsten zij op het niveau van de functie Directeur schaal D13 heeft gegenereerd.

De directeur maakt volgens de commissie onvoldoende inzichtelijk wat haar zelfstandige taak, verantwoordelijkheid en bijdrage is in het kader van kwaliteitszorg.
De commissie acht ten aanzien van de kwaliteitszorg voorts het feit van belang dat het schoolbestuur per 1 januari 2020 een bovenschoolsdirecteur onderwijskwaliteit met organisatiebrede verantwoordelijkheid voor kwaliteit in de organisatiestructuur heeft opgenomen. Hierdoor is de commissie van mening dat een stichtingsbrede, zelfstandige verantwoordelijkheid van de directeur op datzelfde domein niet aannemelijk is.

Verwerven van draagvlak

De directeur stelt dat zij namens het schoolbestuur spreekt met de inspectie. Zij wijst in dit verband op haar app-contacten met de onderwijsinspectie. De commissie vindt dit een onvoldoende onderbouwing.

De commissie merkt in haar uitspraak op dat van een directeur D12 in ieder geval wordt verwacht dat deze niet alleen een bijdrage levert aan het bovenschools beleid, de visie en de strategie maar ook dat deze functiehouder tevens komt tot beleidsvoorstellen en adviezen. Een zeer belangrijk element bij de functie van directeur D13 is daarnaast dat bij het doel van de contacten niet alleen sprake moet zijn van het verwerven van draagvlak voor nieuwe ontwikkelingen of beleid, maar ook dat extern standpunten namens de werkgever dienen te worden uitgedragen. Het is de commissie niet gebleken dat daarvan sprake is. Bij een dergelijk doel van de contacten mag worden verwacht, dat het schoolbestuur een mandaat heeft verleend. Dit blijkt in de onderhavige kwestie ook niet het geval te zijn.

De commissie is van oordeel dat de werkzaamheden de toegekende functie Directeur D12 niet overstijgen. Het bezwaar heeft de commissie in dit verband ongegrond verklaart. Het betreffende schoolbestuur heeft de functiebeschrijving dan ook goed ingepast.

Opheldering

Uit het vorenstaande kunnen we opmaken dat het wanneer een functionaris opheldering vraagt waarom niet een inpassing in een hoger gelegen functie heeft plaatsgevonden belangrijk is om de functieverzwarende elementen van de hoger ingeschaalde functie goed helder te hebben en na te gaan of deze onderdeel uitmaken van de betreffende functie.

Wanneer er geen sprake is van een goede inpassing en blijkt dat de betreffende functionaris op enig moment niet aan het geen beschreven is in de functiebeschrijving voldoet, kunnen er arbeidsrechtelijke problematieken ontstaan.

Wanneer je vragen hebt in het kader van functiewaardering van directeuren, maar ook voor FUWA vraagstukken in het algemeen, kun je je wenden tot de helpdesk van de juridische afdeling. Daarnaast adviseren onze gecertificeerde FUWA deskundigen je graag nader (helpdesk@verus.nl en 0348-74 44 60).

[1] Dit volgt onder meer artikel 5.6 van de cao po 2019-2020; aanvankelijk was aan deze actualiseringsslag de datum van 1 augustus 2020 gekoppeld, maar later is dit gewijzigd in 1 november 2020.

Gerelateerde berichten