Veel kritiek op de doorstroomtoets
Kamerleden hadden veel vragen over de doorstroomtoets. Daarop uitte toetsexpert Karen Heij stevige kritiek op de huidige normering (de ‘meetlat’ ) die gebaseerd is op oude cohortonderzoeken. Volgens haar draait de toets nu vooral om het vergelijken van leerlingen met elkaar, in plaats van het inschatten van hun geschiktheid voor een bepaald onderwijsniveau. Die vergelijkende insteek voedt de hardnekkige discussie over ‘hoog versus laag’, aldus Heij. Hoe je als school wel de waaier van talenten in beeld kunt brengen, werd vakkundig toegelicht door Irene de Later, schoolleider op de Molenwiek (een van de scholen van Spaarnesant die de doorstroomtoets niet wilde afnemen).
Oproep om later te selecteren
De discussie over toetsing is onlosmakelijk verbonden met de manier waarop selectie en differentiatie van leerlingen plaatsvindt. Hoogleraar Eddie Denessen uitte zich kritisch over de vroege selectie in het Nederlandse onderwijssysteem. Hij stelde dat selectie op basis van toetsen en adviezen leerlingen op een onderwijsladder plaatst en bijdraagt aan een hiërarchie van onderwijsniveaus. Een oproep om aan een gelijkwaardiger onderwijsstelsel te werken deed Denessen onlangs ook in de bundel over ‘Onderwijs voorbij de meritocratie’.
Oplossingsrichtingen
Breng de toets terug als instrument in handen van de onderwijsprofessional, zo klonk het een aantal keer aan tafel. Karen Heij pleitte er bijvoorbeeld voor om de rol van de doorstroomtoets te beperken, zowel bij selectie als bij de kwaliteitsbeoordeling. Teruggaan naar één centrale doorstroomtoets ziet zij niet als de oplossing: daarmee zouden we voorbijgaan aan de beperkingen van toetsing zelf. Volgens hoogleraar Eddie Denessen ligt de sleutel tot meer kansengelijkheid juist in het uitstellen van selectie, bijvoorbeeld door brede brugklassen en meer flexibiliteit in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Daarnaast roept hij op tot minder toetsen op enkel cognitieve vaardigheden en vooral ook andere vaardigheden te meten en leerlingen op in te delen. Als je op meerdere scores meet, zullen de termen hoger en lager ook minder aan de orde zijn.
Ook Gerdineke van Silfhout (SLO) ziet kansen voor verbetering, vooral in de actualisatie van kerndoelen en examenprogramma’s. Ze pleitte voor een betere balans tussen het centraal examen en het schoolexamen, waarbij het vakmanschap van de leraar en de waarde van het schoolexamen steviger moeten worden verankerd. Dat vraagt om meer tijd en ruimte voor leraren en schoolleiders, goede ondersteunende materialen én structurele investeringen in professionalisering rond schoolexaminering, in plaats van nóg meer regels of sturing op centrale examenresultaten.
Vooruitblik debat 15 mei
Op donderdag 15 mei spreekt de onderwijscommissie in de Tweede Kamer over toetsen en examens. Een van de heetste hangijzers: de status van de doorstroomtoets. Mede dankzij vier scholen van SaKS en Spaarnesant die weigerden de verplichte toets af te nemen, staat dit onderwerp nu hoog op de politieke agenda. Wat de staatssecretaris betreft blijft het uitgangspunt dat de doorstroomtoets haar functie als objectief tweede gegeven bij het schooladvies behoudt. Daarnaast ziet zij de toets ook als hulpmiddel voor toezicht, het stelselbeeld en beleidsontwikkeling. Tegelijkertijd moet ze uitvoering geven aan een motie van Kamerleden Chris Stoffer (SGP) en Don Ceder (ChristenUnie), die oproepen om de toets de komende jaren te ontwikkelen tot een instrument dat weer primair in dienst staat van de leerling en de leraar.
Uit de voortgangsbrief over schooladvisering blijkt dat het maatschappelijk debat ook in Den Haag wordt gehoord. De staatssecretaris wil breder kijken naar de vaardigheden van leerlingen, ook naar die die nu minder aandacht krijgen omdat ze lastig meetbaar zijn met een standaardtoets. Daarom wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn om voor de overgang van het po naar het vo te werken met een breder leerlingportfolio, dat de leerling met al diens talenten en capaciteiten in beeld brengt. Zo kunnen leerlingen ook waardering krijgen voor vaardigheden die minder goed met een gestandaardiseerde toets in beeld te brengen zijn. Een positieve ontwikkeling, die goed aansluit bij het Verus-pleidooi voor een pedagogisch perspectief op onderwijs.
Samen besturen
Deze pagina is onderdeel van ons domein Samen besturen. Verus wil randvoorwaarden scheppen voor geïnspireerd goed onderwijs. Dat doen we door betrokken te zijn bij elkaar en samen te verbinden als gemeenschap, met begrip voor de positie van leden die in hun eigen leergemeenschap functioneren. Bestuurlijke vraagstukken lossen we samen op, met hulp van collega-bestuurders of een adviseur.