Publicatie-
datum:

17 april 2024

Publicatiedatum: 17 april 2024
Bestuur en samenwerking Samen besturen

Hoe kijk jij in het algemeen naar het huidige onderwijs in Nederland?

“Ik merk dat de onderwijskwaliteit af en toe onder druk staat. We zetten zeilen bij om te voldoen aan de normen die door de inspectie worden gesteld. We voldoen er nog aan, maar we zien de druk wel toenemen. Dat heeft gevolgen voor docenten en hoe we met hen hierover spreken. Bijvoorbeeld als het gaat om werkdruk. Dit neemt alleen maar toe en baart mij eveneens zorgen. Gecombineerd met het gegeven dat veel scholen een lerarentekort hebben, wordt de druk nog meer vergroot. Ook spreek ik over schijntekorten: het tekort aan leraren is groter dan we denken. Zo werken sommige collega’s 1.1 fte om een helpende hand te bieden. Het probleem lijkt dan tijdelijk opgelost, maar de betrokken collega’s krijgen het weer drukker. Ik ben blij dat we het nog steeds rond kunnen krijgen, maar dit is niet houdbaar.

De verantwoordelijkheid om hier iets aan te doen, ligt bij onderwijsbestuurders. In onze regio (onder meer met Noorderwijzer) kiezen we hier duidelijk voor. De verantwoordelijkheid voor onderwijskwaliteit is niet enkel een bestuurlijk spel. Dit doe je samen met heel je schoolgemeenschap. Daarom ben ik ook voorstander van een bestuur in de school, in plaats van een apart bestuurskantoor. En in de maatschappelijke discussie over de positie van onderwijsbesturen: als de overheid deze rol zou pakken, heb je gelijk veel minder slagkracht in je school. Het goede moet van binnenuit komen.”

Taal, rekenen en burgerschap: de roep om versterking van de basisvaardigheden blijft enorm. Wat vind jij daarvan?

“Ik begrijp dat leerlingen een taal machtig moeten zijn en dat ze moeten kunnen rekenen. Dat is nodig om goed te functioneren in deze maatschappij. Dat daar extra aandacht voor is, is prima. Als ik kijk naar burgerschap, vind ik dat wel anders. Aandacht voor burgerschap is op een christelijke school vanzelfsprekend. Het hoort bij onze mensvorming en we staan van nature al stil bij wie we als gemeenschap zijn. De aangescherpte burgerschapswet en de kerndoelen zorgen ervoor dat we explicieter maken hoe we ons burgerschapsonderwijs vormgeven. Zo moet het samenhangend, doelgericht en herkenbaar zijn. Doelgericht betekent dat er doelen gesteld moet worden, waar we ons op richten. Maar wat bedoelt de inspectie hier precies mee? Dan kom je uit bij vragen als: wat is goed burgerschap? De overheid hoort niet zelf met dit antwoord te komen. Wij als scholen moeten hier zelf ons eigen antwoord op kunnen en mogen geven. Dit kan niet vanuit Den Haag worden geregeld. Zo maakbaar is de wereld niet.

Als voorbeeld van hoe wij dit in de onderwijspraktijk aanpakken: Op onze school zijn docenten op het havo/vwo al intensief bezig met een burgerschapsprogramma. Dit loopt de gehele schoolperiode door, waarbij leerlingen een portfolio maken en reflecteren op zichzelf als mens en onderdeel van onze samenleving. Het is een continue proces zonder specifiek einddoel, wat gekoppeld is aan de ontwikkeling van de leerling.”

Verus spreekt over prestatiefascinatie. Ook de Staat van het Onderwijs noemt prestatiedruk en het mentaal welzijn van jongeren. Hoe merk jij dit op het Roelof van Echten College?

“Na corona zijn we trajecten gestart met leerlingen omdat we merkten dat ze mentaal niet lekker in hun vel zaten. Je merkt dat de druk al is opgevoerd door corona, voornamelijk doordat de ontwikkeling in bijvoorbeeld sociale vaardigheden is achtergebleven. Met dit speciale programma, dat we hebben bekostigd vanuit de NPO-gelden, zijn we er alert op geweest. We konden in gesprek over hoe ze er aan toe waren en waar de druk vandaan kwam. Maar: prestatiedruk komt zeker niet alleen door corona en gebeurtenissen in de school. Het komt óók van buiten. Sommige ouders dragen hetzelfde heersende prestatiedenken bij zich. Zo wordt huiswerkhulp of een toetstraining ingezet om hun kinderen op hoog niveau te houden. Je hoort zelfs dat basisschoolleerlingen trainingen krijgen voor de doorstroomtoets. Dit geeft wat mij betreft een totaal verstoord beeld en het verschil tussen leerlingen wordt alleen maar groter. Wie als ouder daar geld of middelen voor heeft, zet dit in. Maar kinderen uit gezinnen die dat niet kunnen, lijken buiten de boot te vallen.

Om ieder kind te ondersteunen op school, bieden we een hulp aan via Mr. Chadd. Dit is een digitale onderwijsassistent waar leerlingen concrete vragen over vakken als wiskunde of geschiedenis kunnen stellen. Via deze weg proberen we onder meer ook te werken aan het vergroten van kansengelijkheid.”

Jij koppelt kansengelijkheid ook aan het werken naar inclusiever onderwijs. Kun je dit uitleggen?

“Zoals ik eerder al zei, herken ik het probleem van kansenongelijkheid. Wat mij betreft zit dit ‘m ook in hoe we omgaan met inclusiever onderwijs. Je hebt kinderen die met grote problemen kampen, daar is nu gelukkig veel meer aandacht voor. Maar je hebt ook leerlingen die geen problemen hebben, en ook net zo veel aandacht verdienen. Inclusief betekent voor mij dat we uitgaan van álle kinderen in onze school en hen zo goed mogelijk onderwijs bieden. We moeten met elkaar waarmaken dat we inclusiever onderwijs creëren in Nederland, om zo tegelijkertijd ook de kansenongelijkheid aan te pakken. Op dit moment is dat te mager. We praten er wel over, maar het is niet zo simpel vormgegeven. Ik kies bewust ook voor het werken aan inclusiever onderwijs, in plaats van inclusief. Zo is het een term waarbij iedereen zich iets kan inbeelden.

Binnen het Roelof van Echten College zetten we al langere tijd in op inclusiever onderwijs. Dit doen we onder meer met Eduwiek. Dit is een onderwijsconcept dat we samen met het speciaal onderwijs hebben vormgegeven en fysiek bij ons in het gebouw zit. Eduwiek geeft leerlingen de kans om over de grenzen van de betrokken scholen te leren en zich te ontwikkelen. Zo kunnen leerlingen uit het speciaal onderwijs het beroepsgerichte programma van het vmbo volgen en een volwaardig vmbo-diploma halen. Leerlingen van het RvEC kunnen begeleiding krijgen vanuit het speciaal onderwijs, als – door ingewikkelde omstandigheden – het volgen van het reguliere onderwijsprogramma niet lukt. Op locatie Bentinckspark hebben we een brugklas voor havo/vwo-leerlingen die een specifieke ondersteuningsbehoefte hebben. Deze kleine brugklas krijgt les in een vast lokaal, vakdocenten van het RvEC komen naar de klas toe en de mentor van RENN4 is de hele dag aanwezig in de klas. Leerlingen kunnen hierdoor meer op eigen tempo leren en ontwikkelen. Het doel is dat deze leerlingen instromen in een reguliere klas op locatie Bentinckspark. De samenkomst van verschillende vormen van onderwijs, zorg en begeleiding maakt het mogelijk dat iedereen volop kansen heeft om zich te ontwikkelen. Dat verdient ieder kind.”

Samen besturen

Deze pagina is onderdeel van ons domein Samen besturen. Verus wil randvoorwaarden scheppen voor geïnspireerd goed onderwijs. Dat doen we door betrokken te zijn bij elkaar en samen te verbinden als gemeenschap, met begrip voor de positie van leden die in hun eigen leergemeenschap functioneren. Bestuurlijke vraagstukken lossen we samen op, met hulp van collega-bestuurders of een adviseur.

Verus

Gerelateerde berichten