U bent hier

“Thuisbezoek maakt de relatie tussen school en ouders weer persoonlijk”

Thuisbezoek is een krachtig middel om de relatie tussen school en ouders persoonlijk te maken. En dat is soms nodig, constateert Monica Neomagus, adviseur ouderbetrokkenheid bij Verus. “Er gaat veel goed tussen school en ouders, maar hun relatie is de afgelopen decennia wel eens wat onpersoonlijker geworden. Ouders hebben een formelere plek gekregen binnen de school, en zij stellen zich daardoor zelf ook eerder formeel op. Met thuisbezoek kunnen scholen ouders op een persoonlijkere manier betrekken bij school.”

Interview met Monica Neomagus, adviseur ouderbetrokkenheid bij Verus

Hoe komt het dat die relatie tussen school en ouders soms zo formeel is geworden?
“Dat heeft te maken met ontwikkelingen in het onderwijs zoals verzakelijking, schaalvergroting en formalisering van relaties. De medezeggenschapsraad bijvoorbeeld is een belangrijk inspraakorgaan voor ouders. Maar die kan de relatie tussen school en ouders ook juridiseren. Hoe je daarbinnen echt met elkaar sámenwerkt, maakt het verschil. Een ander punt is bijvoorbeeld de visie van de school op de opvoeding. Het pedagogische klimaat is op school nog wel eens anders dan thuis. Als het gaat om waarden-oriëntaties is de diversiteit van mensen - ook van ouders - steeds groter geworden. Daarom is het goed om daarover al aan het begin van de schoolcarrière het gesprek aan te gaan, en te zeggen: we zijn partners in de opvoeding. Juist dat gesprek zou je heel mooi kunnen voeren bij de mensen thuis. Daarmee geef je een duidelijk signaal af dat je als school ook een persoonlijke relatie met de ouders zoekt.”

Waarom zou je als school met de ouders in gesprek gaan over hun opvoeding thuis? Het belang van de school is toch vooral dat kinderen leren rekenen en spellen? 
“Ouderbetrokkenheid zoals de overheid ernaar kijkt en zoals het meestal de aandacht krijgt, richt zich inderdaad vooral op educatief partnerschap. Daarbij wordt de relatie met ouders vooral ingezet voor betere schoolresultaten. Maar het is óók belangrijk om met ouders in gesprek te raken over de waarden van de school, de identiteit en de relatie daarvan met de pedagogische aanpak. Met dat pedagogisch partnerschap zijn ouders - maar ook scholen - veel minder vertrouwd. Terwijl beiden aangeven het wel belangrijk te vinden. Daarom is het goed om het pedagogische verhaal van de school te vertellen, en te vragen: wat víndt u daar eigenlijk van? Waarom hebt u gekozen voor onze school? Ook is het van belang om bij zo’n gesprek aandacht te schenken aan het verhaal van de ouders: wat is úw visie op de opvoeding? En: waar vinden wij elkaar?”

Waarom is het belangrijk dat ouders en school het eens zijn over de opvoeding?
“Laat ik een voorbeeld noemen: ik ken een school waar ze werken met de kanjermethode. Tijdens een thuisbezoek vertelde de vader: ‘Ik zeg altijd: als ze vervelend doen, sla je ze maar op hun bek!’ Tja, dan hoort zo’n leerling thuis toch een heel ander verhaal dan op school. Weerbaarheid meegeven aan een kind is nodig, maar de vraag is op welke manier je dat doet. De kanjertraining gaat veel meer uit van innerlijke weerbaarheid en empathie, waarbij je jezelf verbindt met de ander en met je omgeving. Een andere school koos er daarom voor om ouders zelf ook zo’n kanjertraining te laten ondergaan. Eén van de moeders vertelde me hoe confronterend, leerzaam en ook verbindend dat heeft gewerkt onder de deelnemende ouders.”

Waarom zou je voor zo’n gesprek over opvoeding een thuisbezoek organiseren, in plaats van een gesprek op school?
“Wanneer ouders de leerkracht in hun eigen huis ontvangen, in hun eigen vertrouwde omgeving, voelen ze zich meer een gelijkwaardige partij die ertoe doet in het gesprek. Het versterkt hun eigenaarschap, ook als het gaat om de opvoeding op school. Bovendien waarderen ouders het enorm. Docenten zijn nog wel eens bang dat de privacy in het geding komt, maar ouders zelf hebben er eigenlijk nooit moeite mee als de docent in hun leefwereld komt. Ze ervaren thuisbezoek meestal als warme belangstelling. Dat vergroot ook weer de betrokkenheid van ouders bij het kind in de setting op school. En ik ben ervan overtuigd dat je de ouders zo ook meer betrokken krijgt bij de schoolorganisatie.”

Ouders zijn het er niet altijd mee eens, wanneer hun kind straf krijgt op school. Hoe helpt thuisbezoek in zo’n geval?
“Klopt. Je hoort tegenwoordig veel over conflicten tussen ouders en school, bijvoorbeeld wanneer de kinderen op school worden aangepakt nadat ze zich hebben misdragen. Ouders komen vaker dan voorheen verhaal halen op school. Maar de onderliggende klacht is soms dat ouders zich daarin ook niet gezien of gehoord voelen. Als je dan de tijd neemt om bij ze langs te gaan – liefst nog vóór er een probleem ontstaat – dan is daar zoveel mee gewonnen. Ze voelen dan dat je echt aandacht hebt voor hun kant van het verhaal. Voorwaarde is natuurlijk wel dat je je veilig en comfortabel genoeg voelt om bij ze op bezoek te gaan. Maar daarmee haal je de angel vaak al uit het conflict. Zo ken ik een docent die 25 jaar lang lesgaf op een middelbare school op Texel. Hij praatte conflicten altijd uit bij de mensen thuis. Hij vertelde me dat die gesprekken steevast uitliepen op een borrel. Zo’n kleine, overzichtelijke gemeenschap als Texel maakt dat beslist makkelijker, maar het is de moeite waard het eens te overwegen.”

Helpt thuisbezoek de leerling ook om beter te presteren op school?
“Thuisbezoek kan er zeker voor zorgen dat ouders meer betrokken raken bij het kind als leerling, en bij zijn leerproces. Bijvoorbeeld door te zorgen voor een goede leeromgeving. Tijdens een thuisbezoek kun je constateren dat er geen goede, rustige ruimte is waar het kind zijn huiswerk kan maken. Daar kun je het dan met de ouders over hebben. Je ziet wat er is, én wat er niet is en samen zoek je naar oplossingen. Daarnaast leer je als docent je leerling en de ouders beter kennen door thuisbezoek. Je komt op de plek waar de andere helft van het leven van je leerling zich afspeelt. Je ziet bijvoorbeeld een mooie foto en benoemt dat, en je krijgt dan te horen: dat is mijn opa, die is vorig jaar overleden. Het is goed om dat te weten: zoiets kan veel impact hebben.”

Maar thuisbezoek kost ons zoveel tijd, zeggen docenten vaak… 
“Dat is ook zo. Ik weet hoe druk men het op scholen kan hebben, dus ik snap dat men dat zegt. Maar je krijgt er belangrijke informatie voor terug die je het hele jaar door enorm kan helpen. En je voorkomt er wellicht ook misverstanden en conflicten mee. Bovendien: thuisbezoek hoeft niet per se elk jaar. Wanneer een school het alleen aan de start van de schoolcarrière doet, en bij nieuwe leerlingen, dan is dat ook al een goede investering. Je kijkt als docent en ouders elkaar dan toch een keer goed in de ogen, waarmee je een basis legt voor een goede relatie. Daarnaast zou je, als daar aanleiding voor is, bij enkele leerlingen wat vaker langs kunnen gaan.” 

Docenten komen soms ook schokkende situaties tegen tijdens een thuisbezoek. Hoe ga je daar goed mee om?
“Ja, leerkrachten horen en zien veel. Er is soms veel ellende bij mensen thuis. Dat kan belastend zijn voor sommige docenten. Het is belangrijk dat ze daarover kunnen praten met hun collega’s, dat ze goed worden voorbereid op het doen van thuisbezoek en dat er begeleiding mogelijk is. Bijvoorbeeld in de vorm van intervisie - waarbij docenten elkaar tips geven - met professionele hulp als achtervang, wanneer dat nodig blijkt. Het is sowieso best spannend om bij mensen die je nog niet goed kent thuis op bezoek te gaan. Dat voelt voor docenten toch als een soort uitwedstrijd. Meestal valt het achteraf erg mee, maar het vraagt wel iets van je. Zeker jonge, onervaren leerkrachten kunnen er best tegen op zien. Er zou ook op de pabo meer aandacht kunnen komen voor contact met ouders. En uiteindelijk geldt: voor leerkrachten moet er wel een keuze zijn: als ze er zelf niet achter staan, werkt het niet. Dat geldt trouwens ook voor de ouders: ook zij moeten ‘nee’ kunnen zeggen, zonder dat de school daar meteen iets achter zoekt.”

Lees meer verhalen over thuisbezoek