U bent hier

“Thuisbezoek is een goede besteding van schaarse tijd en geld”

Geen tijd en geen geld. Dat zijn de argumenten die Jan Langelaar, adviseur bedrijfsvoering en infrastructuur bij Verus, meestal hoort van scholen die niet aan thuisbezoek doen. “Maar geen tijd betekent meestal: geen prioriteit. Natuurlijk moet je keuzes maken in wat je wel en niet doet met je schaarse geld en tijd. Maar bij een school die zijn rol als partner van de ouders in de opvoeding serieus neemt, moet thuisbezoek bovenaan staan.”

Interview met Jan Langelaar, adviseur bedrijfsvoering en infrastructuur bij Verus

Met welke vraag wordt jij als ‘adviseur bedrijfsvoering’ door scholen gebeld?
“Meestal is er dan een probleem met tijd en geld. De eerste vraag die ik bestuurders dan stel is: ‘Wat is jullie visie op de maatschappij?’ Ik steek het gesprek in vanuit de identiteit van de school, en niet als boekhouder. Identiteit is een mooi ding, en artikel 23 – dat de vrijheid van onderwijs regelt – is uniek in de wereld: elke school mag zijn eigen verhaal uitdragen. Maar dan moet je wel een verhaal hébben. In de praktijk staat dat verhaal weliswaar vaak in de statuten, maar de dagelijkse hectiek zet dat sterk onder druk. Toch is identiteit erg belangrijk, wanneer je keuzes moet maken: wat doen we wel met ons geld, en wat niet?

Vroeger was thuisbezoek heel gewoon, maar tegenwoordig doen veel scholen er niets meer mee. Heb je het daar wel eens over met ze?
“Ja, ik vraag zo’n school dan: schrijf eens zoveel mogelijk redenen op om géén thuisbezoek te doen. Dan komen ze vaak niet verder dan ‘geen tijd, te druk’. Dat begrijp ik wel, maar ik heb het idee dat men onvoldoende bewust dit soort keuzes maakt. Wanneer je zoveel uren in de week partner van de ouders bent in de opvoeding, moet je wel heel goede argumenten hebben om het oudercontact te beperken tot drie keer een tien-minuten-gesprek per jaar. Verus hecht veel waarde aan de school als gemeenschap van ouders, leerlingen en docenten. Wanneer oud-leerlingen met veel plezier terugkijken op hun tijd op school, is dat meestal omdat die school voor hen, samen met de ouders, echt een sociaal vangnet was. Dat vangnet is er ook voor de ouders, wanneer die opvoedvragen hebben, of voor docenten, wanneer die er niet uitkomen met het kind. Thuisbezoek is een krachtig middel om de gemeenschap te versterken. De symboliek die eruit spreekt is dat je elkaar accepteert, bij elkaar binnenkomt en elkaar de helpende hand reikt. Als ouders en docent ga je met elkaar in gesprek over het kind, waar je samen verantwoordelijk voor bent.”

Dat klinkt mooi, maar thuisbezoek kost zoveel tijd, zeggen docenten vaak.
“Dat kan zo zijn, maar daar moet je niet mee beginnen. Eerst moet je met elkaar vaststellen of je inderdaad zo’n vangnet wilt vormen. Vervolgens moet je je afvragen wat je nodig hebt om als school een gemeenschap te zijn. Daarna kijk je hoeveel tijd en geld dat kost, en wat er dan overblijft voor andere zaken. Daarbij kunnen scholen scherpere keuzes te maken. Vaak gaan ze mee met allerlei hypes, omdat ze zich als leuke school op de kaart willen zetten. Ze doen ontzettend hun best om overal aan mee te doen: een sponsorloop, de olympiade, de avondvierdaagse. Maar leerkrachten raken juist daardoor overbelast. Scholen moeten hun keuzes meer gaan maken vanuit hun core business: jonge mensen onderwijzen en begeleiden.”

Kan de politiek ook ruimte scheppen voor scholen om werk te maken van thuisbezoek?
“Zeker! Ook politiek Den Haag zou zich het probleem van de schaarse tijd van docenten meer aan moeten trekken. Onderwijs is nu al topsport. Wanneer je een topsporter opzadelt met nóg een intensieve training erbij, raakt hij overtraind. Dat gevaar dreigt ook voor docenten, nu de politiek met zaken als passend onderwijs steeds meer over de schutting van de scholen dumpt. Niemand neemt het echt op voor de docenten. Daardoor verzetten ze zich tegen thuisbezoek, en trekken ze een harnas aan van argumenten als: ‘Geen tijd, te druk, en ik ben toch zeker geen maatschappelijk werker?’ Terwijl elke docent diep in zijn hart deze maatschappelijke taak graag op zich neemt. Wanneer je aan docenten vraagt wat hun prioriteiten zijn, zeggen ze allemaal: het geven van onderwijs, met de kinderen bezig zijn en hen een veilige haven bieden. Maar bestuurders en toezichthouders maken het altijd ingewikkelder.”

Kun je als adviseur scholen nog helpen aan een leuke subsidie voor thuisbezoek?
“In grote steden als Amsterdam zijn inderdaad wel wat mogelijkheden, maar dat is vaak erg incidenteel. Structurele subsidie zit er niet in. Ik vind het persoonlijk een armoedepot, waar je je als school niet afhankelijk van moet maken. Het gaat erom dat de passie voor de school als gemeenschap terugkomt bij directies en besturen. Dan komt het thuisbezoek vanzelf weer terug.”

Lees meer verhalen over thuisbezoek