U bent hier

“Thuisbezoek helpt bij opvallend gedrag leerling”

“Thuisbezoek helpt ons om het gedrag van onze leerlingen beter te begrijpen, en erop in te spelen. Soms zie je tijdens een thuisbezoek bijvoorbeeld dat een leerling met vier broertjes en zusjes één slaapkamer deelt of dat radio en televisie constant aan staan in huis. Dan begrijp je ineens waarom zijn huiswerk nooit afkomt. En wanneer je in een strak en kaal ingericht huis terechtkomt, zonder speelgoed, begrijp je beter waarom die leerling op school overal aan wil zitten. Vervolgens kunnen we hierover het gesprek aangaan met de ouders, en samen op zoek gaan naar wat het beste is voor het kind.”

Interview met Ellis Swagerman, (voormalig) directeur van PC Jenaplan basisschool De Verrekijker en PCBS Koningin Julianaschool in Den Helder

Thuisbezoek: iedere leerling, elk jaar (De Verrekijker), nog niet (Julianaschool)
Onderwijstype: basisschool

 

Ellis Swagerman was tot vorig jaar directeur van Jenaplan basisschool De Verrekijker in Den Helder. Begin dit schooljaar stapte ze over naar de Koningin Julianaschool, ook in Den Helder. Op De Verrekijker is thuisbezoek al jaren vaste prik en de school plukt daar de vruchten van. “Sommige leerlingen zijn gewend om thuis heel veel ruimte te nemen, zonder dat ouders grenzen stellen. Dat gaan ze dan op school ook proberen. We maken nog wel eens mee dat tijdens het thuisbezoek de televisie aan blijft staan en dat de leerling daar stiekem naar zit te kijken. Het is voor ons heel leerzaam om dan te kijken hoe de ouders daarmee omgaan. Als zij niet ingrijpen, doet onze leerkracht dat wél. Als die goed voorbeeldgedrag toont, gaan ouders inzien: dit gedrag is niet normaal.”

Gedrag op school bespreken
Tijden de thuisbezoeken vertellen de leerkrachten van De Verrekijker ook hoe het kind zich gedraagt op school, vertelt Swagerman. “Het helpt de ouders wanneer je laat zien hoe het gedrag op school te maken heeft met de situatie thuis. Bijvoorbeeld wanneer kinderen zomaar naar het magazijn gaan om iets te pakken, of wanneer ze snel aan spullen van een ander zitten. Als je ziet dat ze dat thuis ook doen, kun je de ouders tips geven en laten zien hoe je er ook mee kunt omgaan. Maar tijdens een thuisbezoek, waar de leerling zelf ook bij is, gaan we daar niet te diep op in. Het thuisbezoek houden we luchtig: het moet vooral een leuke ervaring zijn. Als het nodig is om er dieper op in te gaan, nodigen we de ouders uit voor een vervolggesprek op school.”

Sterkere band met ouders
Elk jaar thuis op bezoek gaan bij alle leerlingen is een flinke investering, maar het levert ook echt wat op, zegt Swagerman. “In hun eigen huis voelen ouders zich veiliger, en hebben ze meer de regie over het gesprek. Dat ervaren ze als heel prettig. We merken dat onze band met de leerling én met de ouders daardoor sterker wordt. Dat geeft ons een betere ingang om samen met de ouders het beste te zoeken voor het kind.” Zo lang als de Verrekijker thuisbezoek inzet, is het nog maar enkele keren voorgekomen dat de ouders de deur gesloten hielden. “We wisten dat ze het daar thuis niet breed hadden, en dat ze lastige pubers hadden rondlopen. Waarschijnlijk schaamden ze zich daarvoor. Als ouders echt niet willen, respecteren we dat.”

Succesverhaal: wonen in een café
Elke school kent wel zo’n verhaal dat leerkrachten motiveert om te investeren in de relatie met ouders. Zo was er op De Verrekijker een gezin waarbij de leerkracht tijdens thuisbezoek ontdekte dat de kinderen min of meer in het café van de ouders woonden, herinnert Swagerman zich. “De ouders werkten ook ’s avonds en daardoor gingen de kinderen veel te laat naar bed. We vroegen: ‘hoe kunnen we jullie helpen om de kinderen af te schermen van wat zich in het café afspeelt?’ Ze lieten zich gelukkig aanspreken en stonden open voor hulpverlening. Uiteindelijk zijn ze verhuisd en wonen ze niet meer met de kinderen in het cafépand.” 

Vaker op thuisbezoek
Op De Verrekijker krijgen alle leerlingen elk jaar thuisbezoek. Een paar jaar geleden was dat nog om het jaar, vertelt Swagerman. “Omdat we met dubbelklassen werken, heeft elke leerling toch twee jaar lang dezelfde meester of juf. Maar vooral in de hogere klassen merkten we dat leerkrachten steeds vaker verzuimden om op thuisbezoek te gaan. ‘Geen tijd’ was dan het argument. Toen heb ik tijdens een overleg gezegd: ‘Laten we teruggaan naar de basis. Willen we nog voor thuisbezoek gaan, en waarom dan?’ Toen werden zoveel winstpunten genoemd, dat we daar snel uit waren. Ja, we gaan ermee door, en niet alleen in de onderbouw.”

Taakbeleid veranderen
Vervolgens was de vraag onder leerkrachten van De Verrekijker wel waar ze de tijd vandaan moesten halen voor thuisbezoek. De school werkt met portfolio’s en dat systeem kost ook al vrij veel tijd. Swagerman liet het team zelf een oplossing bedenken: “We zijn gaan brainstormen en toen kwam iemand met het idee om de thuisbezoeken te combineren met het jaarlijkse portfoliogesprek. Dat doen we nu bij de leerling thuis. Het bezoek duurt een half uur, waarbij de leerling eerst zelf vertelt wat hij heeft gedaan en wat hij nog wil leren. Daarna volgt een gesprek over hoe het met het kind gaat, thuis en op school. En uiteraard laat de leerling ook zijn slaapkamer en favoriete speelgoed zien.”

Meer werkdruk 
Op de Koningin Julianaschool in Den Helder, waar Swagerman sinds dit schooljaar directeur is, maakt thuisbezoek vooralsnog geen deel uit van het beleid. “Ik heb het al wel een keer aan de orde gesteld, toen teamleden aangaven dat er behoefte is aan meer contact met de ouders. Maar bij het woord ‘thuisbezoek’ denken de leerkrachten hier vooral aan ‘meer werkdruk’. En natuurlijk: als je bij 28 leerlingen thuis op bezoek moet gaan, kost dat gewoon best veel tijd. Maar als je de pluspunten daar tegenover zet, is het dat wel waard. Voor de school en voor de leerlingen biedt het alleen maar voordelen.”

De zin van thuisbezoek
Je moet als nieuwe directeur niet gelijk in je eerste jaar alles willen veranderen, vindt Swagerman: “We stappen volgend jaar ook al over op het continurooster, op verzoek van de ouders. Dat is dan nu toch al gelukt.” Toch hoopt ze dat haar team wel de kansen gaat zien die thuisbezoek biedt. “Het is mijn taak als directeur om het team in eerste instantie na te laten denken over de zin van thuisbezoek. Vervolgens kunnen we samen kijken hoe we dat invullen en of we ergens anders tijd terug kunnen pakken. Thuisbezoek hoeft ook niet per se elk jaar, bij alle kinderen. Dat kan bijvoorbeeld ook één keer in de onderbouw en één keer in de bovenbouw.”

Lees meer verhalen over thuisbezoek