U bent hier

“Thuisbezoek geeft beter beeld van de leerling”

“Door thuisbezoek krijg je een veel beter beeld van de leerling. Wanneer er bijvoorbeeld sprake is van armoedeproblematiek, proberen leerlingen en hun ouders dat vaak te verbergen. Maar armoede komt nooit alleen: je ziet vaak dat er dan ook spanningen zijn in het gezin, en conflicten. Soms is er zelfs sprake van psychosociale problematiek. Als je bij de leerling thuis komt, krijg je daar meer zicht op en kun je hem beter begeleiden als docent.”

Interview met Frans Coehorst, locatie-directeur aan het Bonhoeffer College in Enschede, locatie Vlierstraat (praktijkschool)

Thuisbezoek: ieder jaar, elke leerling
Onderwijstype: praktijkschool

Frans Coehorst is directeur van de locatie Vlierstraat van het Bonhoeffer College in Enschede. De leerlingen van deze praktijkschool krijgen ieder jaar de mentor thuis op bezoek, in de eerste maanden van het schooljaar. “Ik zie een duidelijke meerwaarde in thuisbezoek, omdat je de leerling zoveel beter leert kennen als je hem meemaakt in zijn sociale context. Wij gaan in onze visie uit van de pedagogische driehoek: leerling-thuis-school. Daar moet verbinding zijn, en vertrouwen. Je moet op één lijn zitten met de ouders om iets te kunnen betekenen voor het kind.”

Gedrag beter begrijpen
Soms stellen ouders een thuisbezoek niet op prijs. In die gevallen is een gesprek op school ook mogelijk, vertelt Coehorst. “Maar je beeld wordt zoveel completer als je bij het kind thuis geweest bent. Stel bijvoorbeeld dat een leerling op school soms agressief reageert. Wanneer je dan tijdens een thuisbezoek hoort dat zijn vader zijn baan is kwijtgeraakt, en je merkt dat dat thuis zorgt voor spanningen en conflicten, dan begrijp je het gedrag van zo’n jongen beter. Dan kun je beter plaatsen waarom die leerling zich op school niet goed kan concentreren. En eventueel kun je dan ruim op tijd ondersteuning inschakelen, om schooluitval te voorkomen.”

Geen prioriteit
Hoewel Coehorst heilig overtuigd is van de meerwaarde van thuisbezoek, speelt dat op de andere locaties van het Bonhoeffer College slechts beperkt een rol. “We hebben daar wel eens geëxperimenteerd met thuisbezoek in de eerste en tweede klassen. Maar het zat daar niet in de cultuur, het had niet echt prioriteit. Dus na enige tijd is het weer een zachte dood gestorven. Er is wel regelmatig contact met de ouders, maar die bezoeken vinden plaats op school. Alleen in gevallen waar dat echt nodig is, bij problemen, komen mentoren daar thuis op bezoek bij leerlingen.” 

Geen tijd
Coehorst hoort van zijn collega’s op andere vestigingen vaak dat ze geen tijd hebben voor structureel thuisbezoek. “Het vraagt natuurlijk ook veel tijd, dat moeten we niet onderschatten. Wij rekenen anderhalf uur voor een thuisbezoek, inclusief het maken van een verslag. Daar komt nog reistijd bij. Dat geeft vooral aan het begin van het schooljaar extra druk: de thuisbezoeken moeten in principe vóór de herfstvakantie worden afgelegd. Dan heb je het hele jaar voordeel van een sterkere relatie met de ouders. Daar moeten de docenten wel even harder voor lopen, maar dat doen ze dan ook.”

Vertrouwen
Ondanks de tijdsdruk houdt Coehorst vast aan elk jaar thuisbezoek voor elke leerling. “Wij vinden dat gewoon heel belangrijk. We merken steeds als we thuis op bezoek geweest zijn, dat de ouders de mentor beter kennen en dat daardoor vertrouwen ontstaat. De ouders zeggen: ‘dat is een goeie vent’, of ‘dat is een goeie vrouw’. Daardoor hebben wij meer grip op de leerling, omdat die voelt dat zijn ouders achter ons staan. Wanneer je zonder die vertrouwensband de ouders benadert bij een probleem, kunnen ze denken dat het niet aan het kind ligt, maar aan de docent. Of ze zeggen zelfs tegen de kinderen: ‘die leraar deugt niet’. Bij een thuisbezoek kunnen we vragen of ze vertrouwen hebben in de docenten. En we geven aan dat we zonder vertrouwen minder kunnen betekenen voor een kind. Door zo in gesprek te blijven, zitten we veel sneller weer op één lijn.”

Minder schooluitval
Coehorst denkt ook dat thuisbezoek zorgt voor minder schooluitval. “Ik ben ervan overtuigd dat een goede relatie tussen ouders en school, waarbij je elkaar regelmatig spreekt, een positieve invloed heeft op de schoolcarrière. Schooluitval komt bij ons maar heel incidenteel voor. En ook verwijzingen naar voortgezet speciaal onderwijs proberen we zoveel mogelijk te voorkomen. De laatste jaren heb ik wel gezien dat als het met leerlingen op school minder goed gaat, vaak ook de relatie tussen ouders en school slechter is. Daartussen zit een duidelijk verband.”

Heel de mens
De overtuiging waarmee Frans Coehorst invulling geeft aan thuisbezoek, heeft veel te maken met de manier waarop in het praktijkonderwijs gekeken wordt naar de leerling. “Wij kijken naar heel de mens, niet alleen naar het kind en zijn schoolprestaties. We bereiden de leerlingen voor op werken, zelfstandig wonen, sociale vaardigheden en goed omgaan met vrije tijd. Maar ook leren we ze verstandig met geld omgaan, burgerschap en samenleven met mensen in de buurt en de samenleving. Dat is ook de officiële opdracht van het praktijkonderwijs.”

Ander taakbeleid
Bij die ruime opdracht van het praktijkonderwijs hoort ook een ander taakbeleid dan in andere vormen van voortgezet onderwijs, legt Coehorst uit. “Op een vmbo-, havo- of vwo-school gaat veel tijd zitten in het nakijken van opstellen en proefwerken. In het praktijkonderwijs ligt de nadruk op: leren door doen. Dat vraagt wel veel voorbereiding, maar er is niet zoveel correctiewerk. Dat geeft ons meer tijd voor de invulling van het mentorschap. Thuisbezoek gaat bij ons dan ook niet ten koste van de mentoruren, maar is onderdeel van het totaalpakket. Elke docent is bij ons ook mentor en komt thuis op bezoek bij de leerlingen.” 

Meer ruimte
Dus een docent op het vmbo, de havo of het vwo heeft inderdaad gewoon minder tijd voor thuisbezoek? Ja, erkent Coehorst. “Hoewel ik zou zeggen: ze hebben evenveel tijd, maar het wordt anders ingericht. Toch ben ik van mening dat thuisbezoek voor élke leerling meerwaarde heeft. Je ziet de leerling dan in zijn sociale context en het versterkt de pedagogische driehoek. Het zou goed zijn als leraren en mentoren, ook in andere vormen van onderwijs, meer tijd en ruimte zouden krijgen voor thuisbezoek.”

Lees meer verhalen over thuisbezoek