Veelgestelde vragen over onderwijs aan vluchtelingenkinderen

Hier vindt u de antwoorden op vragen die veel scholen hebben in verband met het onderwijs aan vluchtelingenkinderen. Heeft u een vraag die hier niet bij staat? Neem dan contact op met Robbert Jan de Vries.

Hoe zit het met de bekostiging van vluchtelingenkinderen in het primair onderwijs?

  • Allereerst hebben besturen voor deze leerlingen recht op de bekostiging die voor alle leerlingen geldt.
  • Besturen hebben daarnaast, afhankelijk van de ‘categorie’ waarin de vluchtelingenkinderen vallen, recht op aanvullende bekostiging op basis van de artikelen 36, 37 en 38 van de Regeling bekostiging personeel PO 2015–2016. Voor deze bekostiging gelden andere peildata dan 1 oktober, voor de eerste opvang van vreemdelingen (artikel 37) gelden bijvoorbeeld drie peildata, 1-10, 1-2 en 1-6.
  • Verschillende besturen hebben in verband met de toename van het aantal vluchtelingenkinderen een beroep gedaan op bijzondere bekostiging op basis van artikel 116 en 123 van de WPO. Zie voor de procedure blz. 17 van de Regeling bekostiging personeel PO 2015–2016.
  • Besturen kunnen bij de gemeente aankloppen. Er zijn gemeenten die scholen extra bekostigen.

Hoe zit het met de bekostiging van vluchtelingenkinderen in het voorgezet onderwijs?

  • Allereerst hebben besturen voor deze leerlingen recht op de bekostiging die voor alle leerlingen geldt.
  • Besturen hebben daarnaast recht op aanvullende bekostiging op basis van de Regeling Leerplusarrangement VO, Nieuwkomers VO en eerste opvang Vreemdelingen 2009
  • Op basis van deze regeling kunnen scholen voor voortgezet onderwijs onder meer aanspraak maken op extra bekostiging in het kader van vluchtelingen. Deze extra bekostiging kan, afhankelijk van de precieze situatie, bestaan uit 3 componenten:
    1. Aanvullende personele bekostiging ten behoeve van ‘nieuwkomers’, dat wil zeggen leerlingen die niet de Nederlandse nationaliteit bezitten en korter dan 2 jaar in Nederland verblijven; deze bekostiging loopt qua telling en betaling mee met de gewone bekostiging. Qua hoogte van de bekostiging is er een formule waarin de gemiddelde personeelslast van de school en het aantal formatieplaatsen een rol spelen.
    2. Aanvullende personele bekostiging ten behoeve van eerste opvang ‘vreemdelingen’, dat wil zeggen leerlingen die niet de Nederlandse nationaliteit bezitten en korter dan 1 jaar in Nederland verblijven; voor het bepalen van het aantal van deze groep leerlingen zijn er 2 peilmomenten, 1 oktober en 1 april. Vaststelling en betaling van deze bekostiging gaat sneller en in één keer. De hoogte van de bekostiging is €4500,- per vreemdeling op jaarbasis.
    3. Extra aanvullende bekostiging ten behoeve van eerste opvang ‘vreemdelingen’; dit is een eenmalig extra bedrag van €16.000,- per school voor scholen die sinds 1 augustus 2003 geen eerste opvang van vreemdelingen heeft georganiseerd. Er moet sprake zijn van ten minste 10 leerlingen/vreemdelingen.

Sinds januari 2016 is in het voortgezet onderwijs maatwerkbekostiging ingevoerd. Deze vervangt de bovenstaande aanvullende regelingen (1 en 2) voor vreemdelingen. Scholen kunnen voor vier peildata (1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober) aanvullende bekostiging aanvragen ter hoogte van € 2750 per kwartaal. Zie Maatwerkbekostiging VO 2016 (informatiedocument OCW) voor aanvullende informatie en het benodigde formulier voor de peildatum 1 april. Voor wat betreft het eenmalig aan te vragen bedrag van € 16.000 voor het opstarten van de opvang geldt dat deze ook voor iedere op te starten nevenvestiging die alleen wordt gebruikt voor onderwijs aan nieuwkomers een opstartbekostiging van € 16.000 worden aangevraagd. Meer informatie hierover in: Informatiedocument voor scholen: Nieuwe nevenvestiging voor nieuwkomers in het voortgezet onderwijs (informatiedocument OCW).

Valt er een wijziging in de bekostiging te verwachten?

In de Tweede Kamer is een discussie gaande over de bekostiging van vluchtelingenkinderen. Zie bijvoorbeeld deze motie die op 17 september 2015 tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen werd aangenomenen en deze motie die op 8 december 2015 naar aanleiding van een debat over onderwijs aan vluchtelingenkinderen werd ingediend. In een brief van 1 april 2016 kondigt staatssecretaris Sander Dekker aan dat met ingang van het schooljaar 2016/2017 ook voor het primair onderwijs maatwerkbekostiging volgens de uitgangspunten van het maatwerk in het vo geïntroduceerd zal worden. Hij kondigt ook aan dat hij voor het po vasthoudt aan de drempel van minimaal vier asielzoekersleerlingen om in aanmerking te komen voor extra bekostiging. Verder wil Dekker de bekostiging in het po niet uitbreiden naar het tweede jaar dat een vluchtelingleerling in Nederland is.

Welke middelen krijgen gemeenten voor onderwijshuisvesting van vluchtelingenkinderen?

Hiervoor bestaat de zogenaamde Ohba-regeling (Onderwijshuisvestingsbudgetten ten behoeve van basisonderwijs aan asielzoekerskinderen). Op basis van deze regeling, die door het COA wordt uitgevoerd, kunnen gemeenten een bijdrage ontvangen in de huisvestingskosten. Zie blz. 4 van het Informatiedocument Onderwijs voor gemeenten bij de vestiging van een opvanglocatie voor asielzoekers. De precieze hoogte van de bijdrage is het resultaat van een vrij complexe formule.

Is het wenselijk dat deze leerlingen voltijds in een schakelklas zitten of is het beter om ze op te nemen in een reguliere klas?

Het is lastig om hier een algemene uitspraak over te doen. Aan beide opties zitten voor- en nadelen. In de praktijk komen beide varianten voor. Een voordeel van een voltijds schakelklas is dat de Nederlandse taal mogelijk sneller wordt verworven, hoewel ‘onderdompeling‘ in een gewone klas met vrijwel allemaal Nederlands sprekende kinderen ook een positief effect kan hebben en bijdraagt aan opname in de ‘gewone’ groep. Een aparte schakelklas biedt wellicht meer geborgenheid voor de betreffende leerlingen en de methodes kunnen helemaal worden toegesneden op het snel verwerven van de taal. Als u wilt kan Verus u in contact brengen met zowel een school met een aparte schakelklas als met een school die vluchtelingenkinderen in een reguliere klas opneemt. Neem hiervoor contact op met Robbert Jan de Vries.

Kan een ouder weigeren dat zijn zoon/dochter naar de schakelklas gaat?

Ja, plaatsing in een schakelklas kan enkel met toestemming van ouders, zie art. 165 Wet primair onderwijs: Indien burgemeester en wethouders in samenwerking met de bevoegde gezagsorganen van de scholen, activiteiten ter bevordering van de beheersing van de Nederlandse taal op scholen willen verrichten met het oog op het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden, wordt het onderwijs zodanig ingericht dat deze activiteiten plaatsvinden geheel of gedeeltelijk gedurende dan wel buiten het aantal uren onderwijs dat leerlingen op grond van artikel 8 tenminste ontvangen. Een leerling neemt slechts deel aan deze activiteiten als nadat de ouders van de leerling hun instemming schriftelijk kenbaar hebben gemaakt aan het bevoegd gezag.

Welke competenties worden gesteld aan leerkrachten van een schakelklas?

De leerkracht dient in ieder geval een bevoegdheid te hebben voor basisonderwijs als het onderwijs in de schakelklas onder schooltijd wordt verzorgd. Ervaring met NT2 onderwijs is een pre, maar geen verplichting.