U bent hier

Waar komen die kwaliteitsverschillen tussen scholen vandaan?

Kwaliteit
PO | VO

Dat was de vraag die Kamerlid Paul van Meenen vanmorgen stelde aan Inspecteur Generaal Monique Vogelzang in een gesprek over de vorige week verschenen Staat van het Onderwijs. De commissie OCW van de Tweede Kamer liet zich vandaag infomeren over die Staat en kon daar vragen over stellen.

Waarom zijn ze zo gedemotiveerd?

Na een toelichting van de inspectie over de Staat van het Onderwijs kon Kamerlid Roelof Bisschop (SGP) als eerste zijn vraag formuleren. Hij ging in op het gebrek aan motivatie bij de leerlingen in Nederland. Hij vroeg zich af wat de oorzaak is. Ligt het aan het programma, ligt het aan de didactische aanpak of de pedagogische visie? Helaas heeft de inspectie onvoldoende onderzoek verricht om daar een helder antwoord op te geven. Wel werd verwezen naar een aantal goede voorbeelden van scholen waar de leerlingen wel gemotiveerd zijn. 

‘Grote verschillen’ bij 10% van de scholen

Paul van Meenen (D66) vroeg zich af waarop het oordeel van de inspectie is gebaseerd dat de verschillen tussen scholen zo groot zijn. Het antwoord van de inspectie was blijkbaar niet bevredigend want hij vroeg om een notitie waarin dit verder moet worden uitgewerkt. De inspectie gaf aan dat er technische rapporten zijn waarin de conclusies in de Staat van het Onderwijs zijn onderbouwd. 

Ook vroeg Van Meenen zich af of de kop “Ook grote verschillen tussen scholen in dezelfde straat” wel zo gelukkig gekozen is als daaronder in kleinere letters staat “Scholen met dezelfde postcode verschillen soms sterk in leerlingenpopulatie. Dit zien we in 10% van de scholen”. 

Oorzaak dalende rekenresultaten onbekend

Michel Rog (CDA) vroeg of de daling van de rekenresultaten iets te maken hebben met de rekenmethodes. Hij doelde daarbij met name op het realistisch rekenen. Waarschijnlijk was zijn vraag mede gebaseerd op de grote kritiek van een aantal sprekers tijdens de hoorzittingen over de curriculumherziening over dit realistisch rekenen. Volgens de inspectie ligt is dit niet de oorzaak. Waar het wel door wordt veroorzaakt is echter niet bekend; daar gaat de inspectie nader onderzoek naar doen.

Tot 9 mei kunnen de Kamerleden schriftelijke vragen indienen over de Staat van het Onderwijs die door de minister en staatssecretaris beantwoord moeten worden.