U bent hier

De toekomst van huisvesting van primair- en voortgezet onderwijs

Bedrijfsvoering
PO | VO

De VNG, PO-Raad en VO-raad hebben gezamenlijk een document opgesteld waarin zij hun gedachten neerleggen over de toekomst van de huisvesting van het primair en voortgezet onderwijs. Eind december 2016 stuurden zij dat aan de staatssecretaris met het verzoek daarover in overleg te komen. Dit staat erin.

Integraal Huisvestingsplan vervangt het jaarlijkse huisvestingsprogramma

De Tweede Kamer had om een voorstel gevraagd. In het document wordt voorgesteld dat schoolbesturen verplicht worden een meerjarenonderhoudsplanning (MOP) op te stellen en dat gemeenten worden verplicht, in overleg met het OOGO, een Integraal Huisvestingsplan (IHP) op te stellen over een lange periode. 

Het IHP zou bepalend worden voor de vraag welke voorziening wanneer wordt getroffen (en door de gemeente bekostigd). Daarmee zou het IHP - voor zover het vervangende nieuwbouw en renovatie betreft -  de huidige jaarlijkse cyclus van het Huisvestingsprogramma, waarvoor de schoolbesturen elk jaar aanvragen kunnen doen, gaan vervangen. 

Plannen met een juridische status

De MOP’s en het IHP worden volgens het document “op elkaar afgestemd”, kennelijk onder meer vanuit de gedachte dat niet-vervangen en niet-renoveren van een gebouw leidt tot hogere onderhoudslasten, en omgekeerd.

Er zijn nu al op veel plaatsen IHP’s en MOP’s, maar die hebben weinig of geen juridische status. Er vloeien geen rechtsgevolgen uit voort. Dit zou volgens de genoemde organisaties moeten veranderen. Er zou ook meer geld vanuit het Rijk moeten komen.

Wie betaalt de renovatie?

Het onderwerp renovatie is een hoofdstuk op zich. Het document doet daarover een voorstel. 

In het verre verleden kenden de onderwijswetten dat wat nu renovatie genoemd wordt als huisvestingsvoorziening onder benamingen als ingrijpend onderhoud / algehele aanpassing, verbouw en verandering van inrichting. In de tijd van vóór de decentralisatie huisvesting (1996), toen de verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting nog bij het Rijk lag, waren bijvoorbeeld in het basisonderwijs stichtingsjaren aangewezen die bepaalden wanneer een schoolgebouw in aanmerking kwam voor ingrijpend onderhoud/algehele aanpassing. 

Dit stelsel is na de decentralisatie verdwenen en op dit moment komt de voorzieningrenovatie, onder welke benaming dan ook, helemaal niet meer voor in de opsomming van huisvestingsvoorzieningen in de WPO en WVO, noch in de gemeentelijke verordeningen. Dat is een gemis, omdat renovatie in sommige gevallen een goed alternatief kan zijn voor vervangende nieuwbouw. Gelet op het grootschalige en integrale karakter van deze voorziening – in de publicatie wordt daarvan een definitie gegeven -  kan er niet vanuit gegaan worden dat dit door de schoolbesturen (volledig) uit de rijksvergoeding kan worden bekostigd.

De VNG, PO-Raad en VO-Raad stellen nu voor dat het IHP nieuwe stijl levensduurverlengende maatregelen zal bevatten, die voor bestaande gebouwen worden voorzien, en dat in de daarvoor in aanmerking komende gevallen het IHP aangeeft of voor een gebouw gekozen wordt voor renovatie dan wel voor vervangende nieuwbouw. De kosten van renovatie zouden voor rekening van de gemeente komen, maar dit zou volgens de plannenmakers moeten gebeuren onder aftrek van hetgeen volgens het MOP in de volgende 25 jaar zónder renovatie uitgegeven had moeten worden aan onderhoud.

Gesprek volgt

Het plan is nog te globaal om de merites ervan goed te kunnen beoordelen. Dat is ook de bevinding van de staatssecretaris in een reactie die hij direct na ontvangst op het stuk gaf. De staatssecretaris gaat met de opstellers van het document in gesprek.

Wordt vervolgd.