U bent hier

Bouwplannen: onbetaalbaar?

Financiën
PO

Uw schoolgebouw is aan vernieuwing toe. Hoe zit het nu precies met uw rechten? Waarop kunt u zich nu concreet beroepen richting de gemeente? Advocaat Josephine Haneveer legt het uit.  

Het is een open deur intrappen om te stellen dat veel schoolgebouwen in Nederland, zowel in het po als in het vo, niet voldoen aan de eisen van deze tijd. Een veilige en frisse schoolomgeving waar op een moderne manier onderwijs kan worden gegeven.  

Als schoolbestuur is u er veel aan gelegen om de relatie met de gemeente goed te houden. Dat is begrijpelijk, maar zachte heelmeesters kunnen ook stinkende wonden maken. Te lang pappen en nathouden kan leiden tot situaties waar u helemaal niet op zit te wachten. U stemt bijvoorbeeld toe om met wat reparaties uw (te) oude schoolgebouw nog een zoveelste leven te geven als overbrugging naar de beloofde nieuwbouw, maar op het moment dat de nieuwbouw dan eindelijk weer ter sprake komt heeft de gemeente een vervelende verrassing voor u in petto: ze verlangt plots een forse eigen bijdrage voor de nieuwbouw of u wordt kortweg verwezen naar bestaande leegstand als alternatief, u krijgt minder vierkante meters voor meer leerlingen en bij het verkrijgen van de omgevingsvergunning moet er ook nog een fiks bedrag aan leges afgerekend worden. 

Hoe zit het nu precies met uw rechten? 

Waarop kunt u zich nu concreet beroepen richting de gemeente? Hier ga ik in dit stuk kort op in.  

De normbedragen zoals opgenomen in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs (‘Verordening’) lijken niet marktconform te zijn. Dit blijkt in de praktijk doordat aannemers voor de bouw van een schoolgebouw dat voldoet aan alle huidige eisen, doorgaans een prijs berekenen die ver boven de normvergoeding ligt. Nu de crisis op zijn retour is loopt dit verschil steeds verder op. 
Daarnaast heeft een rechter hier onlangs iets over gezegd. Zijn overweging kwam er op neer dat het als feit van algemene bekendheid moet worden aangenomen dat de vastgestelde normbedragen voor onderwijshuisvesting veel lager liggen dan de reële bouwprijzen. 

De tekortschietende normvergoeding mag dus als een feit van algemene bekendheid worden beschouwd. In artikel 102 lid 2 van de Wet op het primair onderwijs en in artikel 76m lid 2 van de Wet op het voortgezet onderwijs is de eis opgenomen dat de Verordening (waarin opgenomen de normbedragen) zodanig moet worden vastgesteld dat kan worden voldaan aan de redelijke eisen die het onderwijs aan de huisvesting van scholen in de gemeente stelt. Als van de toegekende normvergoeding aantoonbaar niet gebouwd kan worden, dan is de Verordening op dat punt strijdig met voornoemde wetsartikelen.  

De tekortschietende normvergoeding is echter maar één kant van het probleem. De andere kant is dat veel gemeenten schoolbesturen niet alleen opzadelen met de te krappe normvergoeding, maar de zorg voor onderwijshuisvesting ook graag als een samenwerking wensen te zien. In de praktijk betekent deze samenwerking doorgaans dat van de kant van het schoolbestuur nog meer (financiële) flexibiliteit wordt verwacht in de vorm van extra financiën, inleveren op kwaliteit of gewoonweg nog langer moeten wachten op de gevraagde voorziening. Ook komt regelmatig het argument voorbij dat renovatie in plaats van nieuwbouw aangewezen is. De kosten voor het uitvoeren van de renovatie zijn dan voor het schoolbestuur want deze voorziening is immers geen wettelijke verantwoordelijkheid van de gemeente. 

Als u in zo’n situatie met de gemeente bent beland of dreigt te belanden, dan is het goed om van een aantal zaken op de hoogte te zijn:

  1. Met betrekking tot renovatie: er ligt inmiddels een voorstel bij de staatssecretaris over hoe om te gaan met renovatie. In het voorstel (dat nog verder uitgewerkt moet worden) wordt vooralsnog uitgegaan van een langjarig Integraal Huisvestings Plan en een verplicht Meerjaren Onderhouds Plan. Grof gezegd is het idee dat aanpassingen die leiden tot levensduurverlenging van 25 jaar voor rekening van de gemeente komen, onder aftrek van reeds gemaakte reserveringen voor onderhoud welke in die 25 jaar vrijvallen. Ondanks het feit dat een en ander nog geen juridische status heeft is het zinvol om het voorstel al voor het voetlicht te brengen in onderhandelingen met de gemeente. Steeds meer gemeenten tonen aan welwillend te zijn ten aanzien van dit onderwerp.
  2. Zoals reeds genoemd; in artikel 102 lid 2 van de Wet op het primair onderwijs en in artikel 76m lid 2 van de Wet op het voortgezet onderwijs is de eis opgenomen dat de Verordening (waarin opgenomen de normbedragen) zodanig moet worden vastgesteld dat kan worden voldaan aan de redelijke eisen die het onderwijs aan de huisvesting van scholen in de gemeente stelt. Als van de toegekende normvergoeding aantoonbaar niet gebouwd kan worden, dan is de Verordening op dat punt strijdig met voornoemde wetsartikelen. Dit argument altijd benoemen richting de gemeente. 
  3. Nu is nog steeds sprake van een investeringsverbod voor scholen. In het po mag enkel geïnvesteerd worden in aanvullende aanpassingen welke in ieder geval buiten het bereik van het Bouwbesluit liggen. In het vo is de beperking minder groot maar geldt nog steeds dat alleen een overschot op de verstrekte bedragen voor personeels- en exploitatiekosten mag worden geïnvesteerd in ‘stenen’. Gemeenten plegen deze beperking nogal eens te vergeten en vergen van het schoolbestuur een forse eigen bijdrage. Hoewel de beperking niet geldt voor privé-vermogen of reserves die zijn opgebouwd vóór 1 augustus, is het op basis van het investeringsverbod soms gewoon niet mogelijk om een eigen bijdrage te leveren.  
  4. De heffing van leges bij het aanvragen van een (omgevings)vergunning is discutabel. Het is de vraag of de Gemeentewet een grondslag biedt voor heffen van leges en precariobelasting. Er is immers sprake van een publieke taakuitoefening. Daarnaast is in de (al krappe) normvergoeding geen component opgenomen voor leges. De discussie hieromtrent loopt nog. 
  5. Het is raadzaam op te passen met het aangaan van een separate ‘samenwerkingsovereenkomst’ (SOK) met de gemeente. De procedure is in wet- en regelgeving voldoende geborgd. Sommige gemeenten proberen via een separate overeenkomst zaken te regelen waarvoor wet- en regelgeving geen grondslag bieden. Zoals het maken van afspraken over een extra financiële bijdrage van het schoolbestuur of het maken van afspraken over kwaliteit. Past u hiermee op. U bent gebonden aan zo’n overeenkomst! 
  6. Mocht een gemeente u verwijzen naar bestaande leegstand (waartoe zij op grond van de Verordening (niet altijd!) gerechtigd is): de rechter heeft bepaald dat de gemeente moet voorzien in huisvesting die een schoolbestuur zonder noodzakelijke aanpassingen in gebruik kan nemen voor de vorm van onderwijs die daar zal worden verzorgd. Alleen toewijzen van een gebouw is dus niet voldoende. Het advies is om altijd een rapport door een deskundige te laten opstellen met daarin de benodigde aanpassingen/voorzieningen die nodig zijn om het gebouw geschikt te maken voor het onderwijs dat zal worden verzorgd. Uit het rapport kan ook voortvloeien dat nieuwbouw (afgezet tegen de levensduurverlenging) de goedkopere oplossing is. Dan kunt u de discussie met de gemeente weer heropenen. 
  7. Ten slotte het advies om altijd op de formele procedures te letten. Maak op tijd bezwaar tegen een besluit inzake de afwijzing van uw aanvraag of een toekenning onder voor u ongunstige voorwaarden. Laat bij twijfel altijd checken of sprake is van een besluit als u bericht ontvangt van de gemeente waarin voor u belangrijke informatie staat.