U bent hier

“Meer contact met ouders dankzij thuisbezoek”

“Jaren geleden hadden we met veel ouders nauwelijks nog contact. Ze kwamen niet op school voor de tien-minuten-gesprekken en vonden alles prima, zolang het kind maar op school was. Natuurlijk waren er ook ouders die wél kwamen, maar we maakten ons echt zorgen over deze grote groep. Toen zijn we begonnen met thuisbezoeken, aan iedere leerling en elk jaar. Door zelf naar de ouders toe te gaan, is de ouderbetrokkenheid enorm verbeterd.”

Interview met Jantien Versteeg, locatie-directeur KBS Seb@stiaan in Apeldoorn

Thuisbezoek: iedere leerling, elk jaar
Onderwijstype: basisschool

De Seb@stiaanschool staat in een zogenaamde ‘prachtwijk’ met een grote diversiteit aan gezinnen. Soms treffen leerkrachten leerlingen thuis aan in schrijnende omstandigheden, vertelt locatie-directeur Jantien Versteeg. “Kinderen die al acht jaar op de bank in de woonkamer slapen, of huizen waar nauwelijks vloerbedekking of gordijnen aanwezig zijn. Maar zolang het kind veilig is, aandacht en liefde krijgt en geholpen wordt, moet je je afvragen: welke normen hanteer ik? Vaak zijn dat namelijk óók de huizen waar de leerkracht allemaal lekkernijen voorgezet krijgt, zodra hij arriveert. Een mooi prinsessenbed is niet de kern van wat een kind nodig heeft, dat heb ik hier wel geleerd.”

Goed rondkijken
Tijdens thuisbezoeken geven de leerkrachten van de Seb@​stiaanschool hun ogen goed de kost, vertelt Versteeg. “We kijken of er speelgoed in huis is en of er boeken zijn die de kinderen kunnen lezen. Wat we zien, gebruiken we als aanknopingspunt voor een gesprek. Als er bijvoorbeeld nergens een boek in huis is, vragen we: ‘Leest u wel eens voor?’ Dat is heel belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen. Eventueel kunnen ze ook boeken krijgen van school, of helpen we ze om naar de bibliotheek te gaan. En als we geen plek zien waar de leerling rustig huiswerk kan maken, zoeken we samen met de ouders naar een oplossing.”

Positieve aandacht
Ouders zijn over het algemeen heel enthousiast over de thuisbezoeken, merkt Versteeg. “We vragen tijdens zo’n bezoek bijvoorbeeld ook waar ouders en leerlingen trots op zijn. De insteek is positief. Ouders vinden het heel bijzonder dat de leerkracht de moeite neemt om bij hen op bezoek te komen. De persoonlijke aandacht, de interesse, daar zijn ouders heel blij mee. En hun kinderen vinden het fantastisch: de juf komt op bezoek! In het verleden werden we zelfs wel eens uitgenodigd om een hapje mee te eten. Maar dat doen we niet meer. Als het té vriendschappelijk wordt, is het lastig om bepaalde dingen aan de orde te stellen.”

Gelijkwaardig gesprek
Thuis op bezoek bij de ouders gaat een gesprek over de leerling veel gemakkelijker dan op school, merkt Versteeg. “Bij de tien-minutengesprekken moet je als ouder wachten op de gang, en mag je vervolgens bij de juf op het krukje. Ouders zetten zich schrap: nu gaan we het horen. Dat is niet echt een setting waarin je een gelijkwaardig gesprek kunt voeren. Bij de mensen thuis heb je een heel ander gesprek. De leerling is er vaak voor een gedeelte bij, en vertelt iets over zijn hobby’s. We praten met de ouders over hoe het kind zich thuis gedraagt: luistert hij goed, is hij druk of juist rustig. En we vertellen wat we op school zien gebeuren. Soms is het gedrag daar heel anders. We observeren, stellen vragen, en zoeken verbinding.”

Over de drempel
Thuisbezoek zorgt er ook voor dat ouders weer vaker over de drempel van de school stappen, merkt Versteeg. “De opkomst bij de ouderavonden is iets beter geworden. Maar we merken vooral dat we makkelijker met de ouders in gesprek raken over moeilijk bespreekbare dingen. Zoals wanneer het kind ergens moeite mee heeft, niet luistert of iets doet wat niet mag. Het lukt nu beter om samen met de ouders één lijn te trekken, in het belang van het kind. In het contact dat er nu is kunnen we ze wijzen op afspraken die we hebben gemaakt, en vragen: welke rol heb je als ouder hierin? Dat doen we vanuit het vertrouwen dat elke ouder uiteindelijk het beste wil voor zijn kind. Door goed contact voorkomen we dat we in conflict tegenover de ouders komen te staan.”

Persoonlijk contact
Ook de leerkrachten van de Seb@stiaanschool zijn enthousiast over thuisbezoek, hoort Versteeg. “Ze vinden het heel leuk om te doen. En door de leerlingen in hun thuisomgeving op te zoeken, is het voor hen makkelijker om persoonlijk contact te krijgen met ze. Door een poster op hun kamer weten ze bijvoorbeeld dat een leerling van ballet houdt. En als je weet dat een leerling veel alleen thuis is, begrijp je beter waarom die z’n huiswerk niet gemaakt heeft, en kun je daar het gesprek over aangaan. Ook vertellen ouders hen nu eerder waar ze trots op zijn bij hun kinderen. Daar kunnen ze op inhaken om de ouders uit te nodigen, wanneer ze daar iets mee doen op school.”

Alle leerlingen
De leerkrachten van de Seb@stiaanschool gaan bij alle leerlingen op bezoek, ook als er geen reden is tot zorg, vertelt Versteeg. “Als je dat niet doet, geef je met thuisbezoek een signaal dat er iets aan de hand is. Leerlingen zelf voelen dat ook. Bovendien: in deze volkswijk zijn veel leerlingen familie of bekenden van elkaar. Als je dan bij de één wel komt en bij de ander niet, geeft dat scheve gezichten.” Andersom komt het een enkele keer wel voor dat een ouder geen trek heeft in een leerkracht over de vloer. “In dat geval nodigen we de ouder op school uit. We vragen dan wel naar de reden, maar het staat ouders natuurlijk vrij om hierin te kiezen.”

Organisatie thuisbezoek
Sinds een paar jaar werkt de Seb@stiaanschool bij thuisbezoek met een duidelijk plan. “Daarvoor gingen we meer uit gewoonte op thuisbezoek. We hebben onszelf afgevraagd: hoe zetten we thuisbezoek effectief in? Wat is een goed moment, en bespreken we wel de juiste dingen?” De leerkrachten plannen de huisbezoeken aan het einde van de middag of ’s avonds, zodat werkende ouders er ook bij kunnen zijn. Ze werken aan de hand van een afgesproken vragenlijst. Na afloop maken ze een verslag in het leerlingvolgsysteem en bespreken de belangrijkste punten in het team.

Pittige periode
De thuisbezoeken worden altijd kort na de herfstvakantie afgelegd. Rond die tijd hoort Versteeg haar collega’s wel eens verzuchten: daar gaan we weer. “Ze weten: dat wordt best even een pittige periode. Dan maken we dat bespreekbaar en herinneren we onszelf eraan waarom we het ook alweer doen. Thuisbezoek kost veel tijd, maar het levert ook veel op. In die periode haal ik wel eens friet en eten we met z’n allen op school. Dat is een vorm van waardering, en helpt ons om ervaringen te delen met elkaar. Bovendien plannen we die weken geen extra zaken als teamvergaderingen of studiedagen.” 

Veel jonge fulltimers
Officieel staat er twee uur voor een thuisbezoek in het taakbeleid, maar hoeveel tijd het precies kost weet Versteeg niet. “Het begint voor ons bij vragen als: wat willen we, waar staan we voor, en wat is daarvoor nodig? En daar gaan we dan voor, met z’n allen. Ik ben trots op hoe ‘mijn’ juffen én meester zich inzetten voor de leerlingen en voor elkaar.” Op de Seb@stiaanschool werken veel fulltimers: jonge, gedreven leerkrachten zonder gezinnen. “Dat maakt het wel gemakkelijker om zoveel thuisbezoeken te doen. Wanneer hier een babyboom uitbreekt onder de leerkrachten, wordt dat lastiger. Dan zou ik overwegen om de thuisbezoeken om het jaar te plannen, in plaats van elk jaar.”

Lees meer verhalen over thuisbezoek