U bent hier

“Goed thuisbezoek helpt voor betere samenwerking school en ouders”

Thuisbezoek kan een toegevoegde waarde hebben voor goede ouderbetrokkenheid, zegt pedagoog Mariëtte Lusse op basis van haar promotieonderzoek Een kwestie van vertrouwen. “Ouders ervaren thuisbezoek als positieve aandacht. Die versterkt de band tussen leerling, ouders en school. Maar het gesprek moet dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen, zoals een positieve sfeer, wederkerigheid en een goede gespreksopbouw. Een goed kennismakingsgesprek op school kan beter zijn dan een gezellig koffiepraatje tijdens een thuisbezoek.”

Interview met pedagoog Mariëtte Lusse. Zij promoveerde op ouderbetrokkenheid.

Waarom is ouderbetrokkenheid zo belangrijk voor een goede schoolcarrière?
“Ik maak bij mijn onderzoek onderscheid tussen drie vormen van ouderbetrokkenheid: thuisbetrokkenheid, contact tussen school en ouders over het kind en ouderparticipatie op school. Thuisbetrokkenheid is de belangrijkste van deze drie. Maar samenwerking tussen school en ouders in leren en opvoeden is ook van belang. Bovendien voedt die weer de thuisbetrokkenheid. Ouderparticipatie laat ik hier buiten beschouwing, omdat er geen bewijs is dat het helpt bij een goede schoolcarrière. Het is vooral belangrijk dat ouders betrokken zijn bij hun eigen kind.”

Wat bedoelt u precies met ‘thuisbetrokkenheid’?
“Bij thuisbetrokkenheid gaat het erom dat ouders vertrouwen hebben in hun kind, interesse tonen in hun kind en dat ze praten met hun kind. Verder gaat het om leerondersteunend gedrag. Dat wil zeggen dat ouders hun kinderen helpen met structureren, hen op tijd met de juiste spullen naar school sturen en de kinderen helpen om hun wereld te vergroten. En tenslotte gaat het om loopbaanondersteunend gedrag. Dat betekent dat ze als ouders een klankbord vormen voor hun kind en het helpen consequente keuzes te maken. Ouders moeten hun kinderen begeleiden door ze te helpen ervaringen op te doen, samen daarop te reflecteren en te kijken naar de vervolgstappen die moeten worden genomen. Monique Strijk doet daar momenteel interessant promotieonderzoek naar.

Welke rol kan thuisbezoek spelen in het verbeteren van die thuisbetrokkenheid?
“Uit mijn onderzoek blijkt dat vooral het kennismakingsgesprek een erg succesvol instrument is voor meer ouderbetrokkenheid. Dat gesprek kan thuis bij de leerling plaatsvinden, maar dat kan ook prima op school. Door het organiseren van het kennismakingsgesprek leren ouders en mentor elkaar beter kennen, en wordt de drempel in het contact weggenomen. Daardoor kunnen de twee leefwerelden van de leerling – op school en thuis – beter op elkaar afgestemd worden. Zo’n kennismakingsgesprek is voor alle ouders en kinderen goed, ongeacht hun opleidingsniveau en sociaaleconomische status.”

Waarom is zo’n persoonlijk kennismakingsgesprek zo belangrijk?
“Uit onderzoek blijkt dat wat ouders thuis doen aan ondersteunend gedrag, heel belangrijk is voor de schoolcarrière van hun kinderen. Kennismakingsgesprekken stimuleren ouders in dat ondersteunende gedrag en helpen leraren en ouders om de begeleiding thuis en op school beter op elkaar af te stemmen. Daarom zijn die gesprekken zo belangrijk. Ik ben er groot voorstander van om die kennismakingsgesprekken vroeg in het schooljaar te plannen, omdat je daarmee een relatie opbouwt vóór je die nodig hebt. Bijvoorbeeld wanneer de leerresultaten tegenvallen, wanneer de leerling spijbelt of wanneer die zich misdraagt op school. Door in een vroegtijdig stadium persoonlijk contact te zoeken met de ouders, in een positieve sfeer, voorkom je als school veel discussie en gedoe.”

U hebt die kennismakingsgesprekken voor uw onderzoek geëvalueerd met ouders en docenten. Wat leverde dat op?
“Alle partijen waren achteraf erg tevreden daarover. Ouders voelen zich beter geïnformeerd en de relatie tussen ouders en mentoren werd versterkt. Mentoren die aanvankelijk zeiden: ‘ik zie er tegenop, want het kost zoveel tijd’, zeiden achteraf: ‘ik heb er geen spijt van, want het heeft me zoveel opgeleverd!’ Alle betrokken scholen zijn ook na het experiment doorgegaan met de kennismakingsgesprekken en hebben er in sommige gevallen zelfs nog meer in geïnvesteerd.”

Wat voegt het toe om zo’n kennismakingsgesprek te voeren als thuisbezoek, bij de leerling en zijn of haar ouders thuis?
“Thuisbezoek op zichzelf is niet per se goed. Er zijn wel wat vereisten om zo’n kennismakingsgesprek succesvol te laten zijn. Ook bij een thuisbezoek is van belang dat het gesprek plaatsvindt in een positieve sfeer, waarbij je vooral aandacht hebt voor wat goed gaat. Het gesprek moet verder wederkerig zijn, in plaats van eenrichtingsverkeer. En wanneer je bij ouders thuis op bezoek gaat, moet je zien te vermijden dat ouders het gevoel krijgen dat je ze komt controleren. Je ziet nogal eens dat huisbezoek alleen plaatsvindt bij een selectieve groep. Dan kunnen ouders snel denken: ‘er zal wel iets niet goed zijn’. Dat voelt dan snel als controle. Je kunt thuisbezoek dus beter organiseren voor alle leerlingen van bijvoorbeeld de brugklas. Vervolgens is het ook nog van belang hoe je het gesprek opbouwt: het moet geen gezellig koffiepraatje zijn, maar je moet een duidelijk plan hebben. Het gaat erom dat je als mentor een samenwerking in gang zet met de ouders. Als je dat allemaal goed aanpakt, kan thuisbezoek wel degelijk van meerwaarde zijn.”

Welke meerwaarde heeft een thuisbezoek dan boven een gesprek op school?
“Het voordeel is dat ouders zich bevinden op hun eigen terrein, dat ze het thuisbezoek ervaren als positieve aandacht en dat de leraar een beter beeld krijgt van de achtergrond van de leerling. Het nadeel is dat het meer tijd kost, dat niet alle docenten zich hierbij op hun gemak voelen en dat sommige ouders bang zijn dat het toch een vorm van controle is. Maar zowel ouders als leerlingen gaven in interviews aan dat zij een goed uitgevoerd thuisbezoek ervaren als warme belangstelling van de leraar. Toch stuit het idee van thuisbezoek sommige ouders echt tegen de borst. Daarom moet je het uiteindelijk niet verplichten. En het is ook een voorwaarde dat de leraren zelf er positief tegenover staan. Uiteindelijk is het nog altijd beter als je een kennismakingsgesprek plant dat wel doorgaat, dan een thuisbezoek dat niet doorgaat.”

Welke opvattingen over thuisbezoek kwam u tijdens het onderzoek tegen?
“Sommige mentoren en ouders waren er echt heel fel op tegen, en zeiden: ‘Dat ga ik nóóit doen!’ Mentoren vinden het soms lastig om in de privésfeer van de leerling en zijn ouders te treden. En ook ouders zijn soms bang voor een inbreuk op de privacy. Maar daarbij moet ik wel zeggen dat ik dat vooral hoorde bij scholen die niet aan thuisbezoek doen. Op scholen waar wel ervaring is met thuisbezoek, staan ouders en docenten er veel positiever tegenover. Zo was er een school waar mentoren zelf het verplichte kennismakingsgesprek mochten aanbieden als thuisbezoek. Er was maar één mentor die dat deed, en in eerste instantie waren er maar twee of drie leerlingen die dat ook wilden. Totdat zij op school kwamen en hun positieve ervaringen deelden met hun klasgenoten. Toen stonden ze opeens allemaal in de rij. En als leerlingen een thuisbezoek prettig vinden, zijn ouders meestal ook snel om.”

Lees meer verhalen over thuisbezoek