U bent hier

Blogs

In de afgelopen maanden zag ik in allerlei publicaties vanuit de Inspectie, het ministerie van OCW en op de sites van diverse onderzoeks- en adviesbureaus over de noodzakelijke aandacht voor verdere ‘professionalisering’ en ‘continue educatie’ van toezichthouders, bestuurders, directeuren, coördinatoren en leraren. Ik noem bewust dit uitgebreide rijtje van niveaus in de schoolorganisatie. Want, elk doelgroep heeft zo zijn eigen vereniging, belangenbehartigers en op maat ontwikkelde trainingen, workshops en leergangen. En dat is natuurlijk ook prima.

De inspectie signaleert dat veel leerlingen weinig motivatie voor de lessen hebben. Zo gaan veel leerlingen pas aan het werk, als de toets in zicht komt. Oplossingsrichtingen worden door de inspectie en in veel commentaren van onderwijsorganisaties gezocht in didactische middelen. Zo zouden leraren meer geschoold moeten worden in differentiatie van de lesstof, beter aan moeten sluiten bij de belevingswereld van de leerlingen en zich meer moeten richten op individuele behoeften en talenten van leerlingen. Deze oplossingen kunnen zeker helpen, maar raken volgens mij niet de kern.

‘Het speelkwartier is over!’

Die oproep van Govert Buijs tijdens het boeiende symposium ‘Van deze tijd’ blijft bij me hangen. Tijdens deze bijeenkomst op 11 april jl. werd de essaybundel met de gelijknamige titel gepresenteerd. Elf personen hebben een essay geschreven naar aanleiding van de vraag wat de huidige maatschappelijke ontwikkelingen betekenen voor de vraag hoe je eigentijds – christelijk – onderwijs kunt geven.

CNV Onderwijs is vorige week in de openbaarheid getreden met de uitslagen van een onderzoek onder leerkrachten tot 35 jaar. De resultaten zijn schokkend, aldus de persberichten daarover. De helft van de jonge leerkrachten overweegt te stoppen met dit vak. Zo’n krachtig geluid van de noodklok verdient natuurlijk aandacht, want als dit waar is, heeft de onderwijsarbeidsmarkt een fors probleem.

Als school heb je als het goed is een hogere ambitie dan het voldoen aan de basiskwaliteit. Wat is er dan mooier als je op grond van een brede kwaliteitsmeting kunt groeien van ‘voldoende’ naar ‘goed’? Als je met het team kunt bouwen aan een verbetercultuur, gericht op hogere prestaties op doelen die passen bij je eigen visie. En als klap op de vuurpijl een onafhankelijke, kritische vriend in de vorm van de onderwijsinspectie die jou laat weten dat het predicaat ‘goed’ of zelfs ‘excellent’ bereikt is.

Dankzij het Centraal Planbureau weten we nu nog scherper wat de politieke partijen van plan zijn met het onderwijs. Een voor mij schokkende conclusie is dat de drie paarse partijen VVD, PvdA en D66 het eens zijn over de invoering van prestatiebekostiging in het onderwijs. De kans dat deze drie partijen samen de basis vormen van een nieuwe coalitie is best groot, dus de dreiging die hiervan uitgaat is reëel.

Pagina's