En dan nu, dames en heren, de staat van de inspectie zelf

Is het niet frappant dat de onderwijsinspectie elk jaar weer lawaai weet te maken? In haar Staat van het onderwijs serveert ze elk jaar een groot stuk vlees dat zij de hongerigen toewerpt. Of een glimmende bal wordt het veld op geschopt, waar onze pupillen lange tijd zoet mee zullen zijn. De inspectie heeft er een circus van gemaakt, dat elk jaar met een nieuwe attractie moet komen, wil ze niet overbodig worden verklaard.

Vorig jaar sloeg de inspectie alarm over segregatie, dit jaar wijst zij op al het talent dat in de grond blijft zitten. Let wel, het talent van haar kinderen! Het staat er echt, in het voorwoord, ondertekend door de hoogste inspecteur, mw. Vogelzang. Kunnen onze kinderen zich met dit onderwijs later een positie verwerven? Dat schrijft zij. Ik heb nog gezocht naar de werkelijke ouders, maar over hen schrijft ze niets. Misschien denkt ze dat ook ouders onderwijs als investeringsgoed zien, sterker nog, dat hun kinderen dat zijn.

 
Maar zijn het niet de ouders die over de opvoeding van hun kinderen gaan? Dat zij de overheid nodig hebben voor scholen mag zo zijn, maar het is toch niet de bedoeling van het leven dat zij hun kroost zo snel mogelijk afgegeven, opdat de overheid de jeugd kan laten klaarstomen voor de maatschappij met haar overheersende economie? 

Intussen blijft een groot probleem van de scholen onaangeroerd en er is maar één instantie die dat effectief kan aanpakken. Dat is het tekort aan leraren; het is de overheid die dit moet zien op te lossen. Niemand is daar verder toe in staat. Dit tekort, dat als een grommend monster onder het loof verscholen zit, maar straks verwoestend zijn werk zal doen. Ironisch genoeg komt dan in één keer een eind aan al dat gepraat van de inspectie. Geen leraren, geen talenten.

Reacties

Nieuwe reactie inzenden