Er was eens... (deel 4)

Carla Rhebergen vertelt een sprookje. Deze week hoofdstuk 3: Vergaderingen van de Raad van Licht en Wilfred

Enigszins verstrooid doet conciërge Beekman om 19.30 uur de deur van de Vrijplaats open. Er schijnt een bijeenkomst te zijn van de Raad van Licht volgens Wilfred. “Raad van Licht? Waarom?” Wilfred had aangegeven dat hij het niet meer redde in zijn eentje. Beekman begrijpt niet waarom Wilfred dit doet. Zijn ervaring met Raden (en hij kent er vele: Vrijplaatsraad, Leerlingenraad, Werkgeversraad, Werknemersraad, Spraakmakersraad, Ondersteuningsraad etc.) zijn niet zo gunstig. “Zo organiseert u uw eigen wantrouwen Wilfred. Een Raad betekent vrijheid inleveren, let maar op.” Hoofdschuddend zet hij koffie en zet de kopjes klaar in de kelder. “Is de kelder waar je door de glazen vloer de gouden bal kunt bewonderen wel de juiste plek om de Raad van Licht te ontvangen? De wereld is een complexe puzzel.” 

Eén voor één komen de leden van de Raad van Licht binnen. Om klokslag 20.00 uur begint de eerste vergadering. Wilfred, de directeur van de Vrijplaats, schuift iets later aan. “De volgende keer op tijd zijn”, geeft Melchior aan. Wilfred is niet alert genoeg om te vertellen dat hij nog even twee planken van het fietsenhok heeft vervangen. Bij het voorstellen pakt Melchior meteen weer de leiding en meldt dat hij het best de voorzitterspositie kan bekleden gezien zijn rijke reputatie als interim-bestuurder en -manager in Ameliorika. Zijdelings wordt vermeld dat hij daarover met de koning contact heeft gehad, die het ook een uit-ste-kend idee vond. Kasper was te verbouwereerd om adequaat te kunnen reageren; wat ging dit doen met zijn positie in de Raad van Licht? En had hij nu echt de koning al aan de lijn gehad? Zelfs hij (toch jarenlang in het bezit van een in- en uitrijkaart van het koninklijk paleis) kreeg niet zo maar de koning aan de telefoon. Balthasia vindt het plezierig dat de befaamde magiër Melchior de baas is. Dat is de eerste inkadering denkt ze. Wilfred weet niet goed of hij hier nu wel of niet blij mee moet zijn. “We zijn toch allemaal gelijk,” mompelt hij nog. “We kunnen ook per toerbeurt…” Melchior is niet meer geïnteresseerd: “Goed, na dit te hebben vastgesteld open ik als voorzitter deze eerste vergadering.”

“Op de agenda staan twee agendapunten: voorstelronde en de hulp aan Wilfred. De voorstelronde is geweest dus we kunnen beginnen aan agendapunt 2. Ik licht het even kort toe, dank jullie wel. Wilfred trekt het even niet alleen; dus gaan wij helpen! Zo vormen we ons een beeld van de Vrijplaats en geven we vervolgens gedegen bijsturing om te zorgen dat die school weer lekker gaat draaien.” Kasper komt voorzichtig overeind: “Voorzitter, ligt het niet iets genuanceerder? Je zou immers ook…” Tijd om zijn zin af te maken krijgt hij niet. “In míjn aanstellingsbrief van koning Rinus II staat duidelijk dat er behoefte is aan hulp, en zo heb ik dat ook uit mijn telefonisch contact begrepen. Maar als jij meer inzichten hebt dan de koning…” Kasper begint voorzichtig met zijn mond te trekken. Balthasia geeft de voorzitter bijval: “Ja, ik heb de brief ook zo gelezen. En duidelijkheid in de Vrijplaats is ook belangrijk. Zou Wilfred niet een rapportage kunnen aanleveren met alle kwantitatieve informatie over Plezantium zodat de kwalitatieve informatie over de Vrijplaats  hiermee in verband kan worden gebracht? “Dus als wij nu eerst een kaderbrief opstellen waarin we de informatie meegeven die we van Wilfred willen, dan is dat helder.” “Wat bedoelt ze nou”, vraagt Wilfred zich af…

Kasper heeft inmiddels lang genoeg op zijn tong gebeten, maar toch… Melchior heeft de macht, zoveel is duidelijk en Balthasia beweegt heel behendig mee, dus hoe kan hij nu zijn magische kracht goed inzetten? Hij heeft namelijk oprechte twijfels over de resultaten van de daadkracht van Melchior voor de Vrijplaats en haar voortbestaan. Voor Kasper zelf is belangrijk dat koning Rinus II merkt dat zijn inbreng doorslaggevend is geweest en dat hij oprecht goede dingen heeft bereikt met Plezantium. “Wat vinden we eigenlijk het doel van onze Raad?” vraagt Kasper dus uiteindelijk. Melchior antwoordt: “Goed dat je dit aandraagt, ik wilde inderdaad al voorstellen op werkbezoek te gaan. Dan kan ik hierbij de vergadering wel sluiten.”

Kasper bijt opnieuw op zijn tong. Nu begint ook Balthasia wat onrustig op haar stoel te wiebelen. “Wat is het doel van het werkbezoek dan? Aan welke klassen? Welke mensen spreken we? Hebben we al een gevalideerde vragenlijst als we de mensen gaan spreken? Kunnen we niet eerst eens aan Wilfred vragen of hij iets voor ons kan betekenen in dit kader?” In de hoek van de kelder zijn de ogen van Wilfred steeds meer op zijn schoenpunten gericht en daarmee ook op de gouden bal die zijn glans aan het verliezen is... Wat nou Raad van Licht, denkt hij. Het is net alsof hij niet eens meedoet aan de vergadering. Hij begint zacht voor zich uit te praten: “De reden dat ik jullie raad en advies vraag is omdat ik zelf te druk ben met allemaal dingen die niet meteen met de Alomvattende Ontwikkeling te maken hebben; laat staan dat ik er nog over kan schrijven. En daarbij komt dat de koning een beroep doet op mij als directeur: het onderwijs moet anders. Zo raak ik langzaamaan de passie waarmee ik aan deze klus begonnen ben helemaal kwijt. En dat wil ik juist niet. Nu komen er weer extra taken bij; ik word geacht gegevens te valideren en aan te leveren. Ik wil gewoon dat onze leerlingen hier gelukkig zijn! Is dat nou zo moeilijk?” Als hij zijn ogen opendoet, ziet hij dat de leden van de Raad van Licht al lang en breed vertrokken zijn. Met een knoop in zijn maag loopt hij een paar minuten later de trap op richting de Torenkamer. “Weer eens gebrek aan harmonie…” verzucht hij. Die avond ziet Plezantium de lichten in de Torenkamer nog lang branden…

In de gewelfde kelder staat vergadering twee van de Raad van Licht op het punt van beginnen. Officieel om de vervolgstappen naar aanleiding van het werkbezoek te bespreken; in werkelijkheid vooral omdat niemand nu nog weet waar hij aan toe is. Het was een merkwaardig gezicht geweest; de drie magiërs die zo maar onaangekondigd waren komen binnenvallen, ieder van een andere kant van de magische driehoek. Melchior luchtig maar directief keuvelend met iedereen en overal expliciet vragend naar het functioneren van Wilfred, Balthasia die zich met de stafmedewerker financiën in een kantoor verschool en alle boeken en cijfers minutieus bestudeerde. En tenslotte Kasper, die strak in het pak rondliep en van wie velen dachten dat hij Wilfred zou opvolgen als directeur van de Vrijplaats.

Met andere woorden: het is een grimmige boel aan tafel, zo voelt ook Wilfred zelf. Hij merkt dat de drie leden van de Raad van Licht harder tegenover elkaar zijn geworden. Kasper lijkt nog het meest geraakt door het desastreuze schoolbezoek in Plezantium: hij verschuilt zich handig achter de organisatie die in handen lag van de voorzitter. Balthasia heeft zelfstandig een kaderbrief geschreven voor de financiële uitgangspunten van de school die zo uitgebreid is dat de andere twee leden hun accountant ernaar hebben moeten laten kijken om er wijs uit te worden. Melchior is alleen maar meer kracht gaan zetten en windt er allesbehalve doekjes om na de opening van de vergadering. “Ben ik serieus gevraagd om de Vrijplaats te redden waarvan leraren op betaald verlof gestuurd worden omdat ze hun zwarte kat niet kunnen vinden? Een school waar de directeur batterijen gaat vervangen en de conciërge met zijn ziel onder de arm rondsjokt door de Vrijplaats? Als de koning hoort wat voor bende het hier is, dan zwaait er wat. Dat is toch geen basis om de Alomvattende Ontwikkeling te veranderen?” Opnieuw leert Wilfred zijn schoenpunten heel erg goed kennen. En omdat hij naar zijn schoenpunten kijkt ziet hij door de glazen vloer dat de gouden bal weer minder glimt en nog erger met schokken draait… “Merkt nu niemand dit?”

Eerder deze week heeft hij besloten conciërge Beekman in vertrouwen te nemen. In een kort maar geëmotioneerd betoog gaf hij aan hoe de krachtsverhoudingen in de Raad van Licht nu lagen en welke problemen hij daardoor ondervond. Zijn laatste woorden waren: “Ik loop letterlijk tegen grenzen aan hier; iedereen zit op mijn stoel, niemand vertrouwt me en ik word continu gecontroleerd. De magische krachten van de Raad van Licht worden krachtiger maar niet in mijn voordeel. En Beekman, de gouden bal… de driehoek…” In een vorig leven studeerde Beekman twee blauwe maandagen filosofie, hij voelde zich geprikkeld door de openheid van Wilfred. Na lang nadenken zei hij: “Het gaat allemaal om de balans, Wilfred. Die mis je nu. Misschien moet je de alom gevreesde  Charmkela eens uitnodigen…”

Intussen staat de verklaring van dit hoofdstuk op de site. Lees die hier

Lees terug!

Lees Carla’s sprookje helemaal.

 

Nieuwe reactie inzenden