U bent hier

“Betere begeleiding dankzij thuisbezoek”

“Thuisbezoek is op Beekvliet al heel lang traditie. Kort geleden kregen we weer bezoek van de Onderwijsinspectie. ‘We hebben jullie geheim niet kunnen ontrafelen’, zeiden ze, ‘maar bij jullie staat de leerling écht centraal.’ De band tussen leraar en leerling is bij ons heel sterk. Dat komt zeker ook door het thuisbezoek. Daardoor kunnen we leerlingen beter begeleiden en is de afstroom bij ons veel lager dan bij andere gymnasia.”

Interview met Carla Faassen, rector aan het Gymnasium Beekvliet in Sint-Michielsgestel

Thuisbezoek: alle leerlingen in de eerste klas
Onderwijstype: gymnasium

Carla Faassen is nu bijna vier jaar rector op het Gymnasium Beekvliet in Sint-Michielsgestel. Het gymnasium was vroeger een klein seminarie, vertelt ze. “Persoonlijke begeleiding van leerlingen zit vanuit die geschiedenis bij ons in de genen. Daarin steken we veel tijd. De doorstroom in de onderbouw is daardoor heel hoog.” Onderdeel van de filosofie van Beekvliet is dat de leerlingen het eerste jaar allemaal hun mentor thuis op bezoek krijgen, legt Faassen uit. “De mentor ziet de leerlingen in hun thuissituatie. Hij ziet de plek waar ze hun huiswerk maken. Dat geeft hem een goed beeld van de leerlingen, waardoor hij ze beter kan begeleiden.” 

Sterkere band
Als belangrijkste voordeel van thuisbezoek noemt Faassen dat het de band van de docent met de leerling en de ouders veel sterker maakt. “Thuis praat een leerling eerder over zijn hobby’s en wat hij of zij leuk vindt om te doen. Als je als docent weet dat het kind graag piano speelt, kun je muziek inzetten om hem erbij te halen als hij wegdroomt in de klas. En als de leerling van voetbal houdt, maak je tussendoor even een praatje over de voetbalwedstrijden van afgelopen weekend. Als je weet wat de talenten zijn van een kind, kun je hem beter bij de les betrekken, vanuit zijn sterke kanten en interesses.” 

Makkelijker bellen
Thuisbezoek zorgt niet alleen voor een persoonlijkere relatie met de leerling: ook voor de ouders wordt de drempel veel lager om even te bellen, merkt Faassen. “Bijvoorbeeld wanneer de leerling niet lekker in z’n vel zit, als hij niet kan aarden in de klas, of als het niet goed gaat met een bepaald vak. Door zo’n positieve start voorkom je bovendien dat je tegenover de ouders komt te staan in een conflict. De communicatie loopt gewoon veel makkelijker.” Ouders staan zelf ook heel positief tegenover thuisbezoek, hoort Faassen: “We maken eigenlijk nooit mee dat ouders geen thuisbezoek willen. Ze vinden het gezellig en waarderen de aandacht.”

Organisatie
De thuisbezoeken van Beekvliet vinden plaats in de eerste maanden van het schooljaar, vóór de herfstvakantie. Voor een thuisbezoek trekken de mentoren ongeveer een half uur tot drie kwartier uit. Door twee of drie gesprekken in dezelfde buurt te plannen, besparen zij reistijd. De reiskosten kunnen ze declareren. Voor de verslaglegging achteraf beperken de mentoren zich tot het maken van aantekeningen die van belang zijn. Intervisie vindt plaats tijdens het mentorenoverleg en de afdelingsleider van de brugklassen fungeert als eerste klankbord.  

Eigen tijd
Het thuisbezoek kost veel tijd en heeft heus wel eens ter discussie gestaan op Beekvliet, geeft Faassen toe. “Het vraagt best veel van docenten. De uren die ze eraan besteden, passen niet allemaal in hun takenoverzicht. Mentoren van de eerste klassen krijgen 40 uur extra, maar daarvan geven ze ook extra studiebegeleiding. En ze gaan aan het begin van het jaar met de leerlingen twee dagen op kamp. Mentoren doen de thuisbezoeken dus voor een deel in hun eigen tijd. Maar ze vinden het zelf zó belangrijk en waardevol, dat ze dat er uiteindelijk graag voor overhebben. Bovendien gaat er een vakdocent mee met de mentor. Die krijgt daar helemaal geen uren voor, maar gaat mee omdat hij het ook belangrijk vindt om de leerling beter te leren kennen.”

Twee jaar profijt
Gymnasium Beekvliet heeft het mentoraat zo ingericht dat de leerlingen de eerste twee jaar dezelfde mentor hebben. “Het thuisbezoek is voor de mentor dus een investering waar hij zelf twee jaar van profiteert. En dat tweede jaar hoeft hij, als mentor van een tweede klas, niet op huisbezoek. En ook na het tweede jaar profiteer je als leerling, ouders en school bij belangrijke keuzes in de schoolcarrière, door de sterkere band die je met elkaar hebt.”

Te druk
Voor scholen en docenten die zeggen dat ze het ‘te druk’ hebben om bij hun leerlingen thuis op bezoek te gaan, heeft Faassen een goed idee: “Probeer het eens een jaar uit, en kijk hoe het bevalt. Geef daarbij de mentor twee jaar dezelfde klas, dat helpt om ze ervoor te motiveren. En ga dan eens na wat het je oplevert en of het de investering waard is. Maar als je heel precies op je uren gaat zitten, werkt het sowieso niet. Wat ons betreft heeft thuisbezoek zeker meerwaarde, en hoort het gewoon bij de persoonlijke begeleiding die we leerlingen willen bieden.”

Lees meer verhalen over thuisbezoek